4T - First Conditional (Grammar 2)

IF-sentences
(First conditional)
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

IF-sentences
(First conditional)

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer gebruiken we deze 'if-zinnen'? 
- Wordt gebruikt als het mogelijk (possible) is dat iets gaat gebeuren
-Er is een voorwaarde en als er aan deze voorwaarde is voldaan, is de kans groot dat iets gaat gebeuren.
-We noemen 'if-sentences' over mogelijke situaties ook wel de 'first conditional'

If I won a lot of money, I would buy a big house in the country.

Slide 2 - Tekstslide

Dus altijd:

If  + Person (he, she, I, we) + Present Simple , Person  will + hele ww

(kan natuurlijk ook andersom)

Person+ will + hele ww             +                  If..... Present Simple 

Slide 3 - Tekstslide

Voorbeelden

Slide 4 - Tekstslide

First conditional:
If I ... (have) enough money, I ... (buy) new shoes.
A
have - will buy
B
will have - buy
C
have - buy
D
will have - will have

Slide 5 - Quizvraag

First conditional:
If we ..... (eat) all this cake, we ..... (feel) sick.
A
eat / 'll feel
B
eaten / 'll feel
C
eat / will feel
D
eaten / will feel

Slide 6 - Quizvraag

First conditional:
I ... (stay) home, if it ... (rain).
A
stay - will rain
B
stay - rains
C
will stay - rains
D
will stay - rain

Slide 7 - Quizvraag

First conditional:
If she .......(not listen), I ............(call) the security
A
don't listen/will call
B
didn't listen/ will call
C
doesn't listen/will call
D
doesn't listen/ won't call

Slide 8 - Quizvraag

First conditional:
If I ....... (go) out tonight, I ....... (go) to the cinema.
A
go / 'll goes
B
go / 'll go
C
go / will go
D
go / will goes

Slide 9 - Quizvraag

Write a sentence in the FIRST CONDITIONAL (If.........)

Slide 10 - Open vraag