Vraag: is het woord onderdeel van een splitsbaar werkwoord of een los voorzetsel?
Voorbeeld 1
Zin: Achter mijn laptop pas ik mijn antwoorden aan.
Bepaal wat het hele werkwoord (infinitief) is.
Infinitief: aanpassen.
Achter = los voorzetsel
Aan = onderdeel van het splitsbare werkwoord aanpassen
Voorbeeld 2:
Voor ik op vakantie ga, berg ik al mijn spulletjes goed op.
Hele werkwoorden: gaan, opbergen
(en niet opgaan, opbergen)
De eerste op = los voorzetsel
De tweede op = onderdeel van het splitsbare werkwoord opbergen