ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Examentraining
Determineren en aanpassingen: zo pak je examenvragen aan
ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Examentraining
Determineren en aanpassingen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Christoph Strässler from Oberdorf BL, Schweiz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over determineren en aanpassingen aanpakken en mijn antwoord kort uitleggen.
Deze slide heeft geen instructies
ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat voor vraag is het: een tabel, een plaatje of bouw en leefwijze?
2. Zoek: de gegevens in de vraag, zoals voedsel, omgeving of kenmerken.
3. Koppel: kies het onderdeel dat bij het voedsel of de omgeving past.
4. Schrijf: een kort antwoord, bij uitleg met het woord omdat.
Deze slide heeft geen instructies
ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Vraagtype 1: een determineertabel gebruiken
Begin bij nummer 1 en kies a of b.
Ga naar het nummer dat bij je keuze staat.
Staat er een naam? Dan ben je klaar.
Voorbeeld: zes poten is 1b, dus ga je naar 2.
Syllabus BI/K/6.1. Laat leerlingen de tabel met hun vinger volgen.
Een dier heeft zes poten en doorzichtige vleugels. Welk dier is het?
Een bij
Een vlinder
Een spin
Dat staat niet in de tabel
1b (zes poten), ga naar 2, dan 2b (doorzichtige vleugels): bij. Verwachte fout: vlinder kiezen omdat een vlinder ook zes poten en vleugels heeft. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0
Een dier komt bij nummer 2 uit. Hoeveel poten heeft het dier?
Vier
Acht
Zes
Twee
Nummer 2 volgt op 1b: zes poten. Verwachte fout: acht kiezen, omdat de spin bij 1a staat. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0
Kop met haakvormige snavel en poot met klauwen van een roofvogel (tekening)
ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Vraagtype 2: bouw past bij voedsel
Zoek eerst wat het dier eet.
Kies dan de snavel, kies of darm die erbij past.
Voorbeeld: een haakvormige snavel scheurt vlees van prooien.
Een langer darmkanaal hoort bij planteneters.
Image credit: Walter Heubach (German, 1865-1923) / Wikimedia Commons, Public domain
Een vogel heeft een kegelvormige snavel. Wat eet deze vogel waarschijnlijk?
Insecten
Zaden
Vlees van prooien
Nectar
Kegelvormig past bij zaadeters. Verwachte fout: insecten kiezen, omdat leerlingen alle kleine vogels insecteneters vinden.
Waarom heeft een koe een lang darmkanaal?
Plantaardig voedsel is moeilijk te verteren en dat duurt langer. Verwachte fout: antwoorden dat een koe veel eet.
Windbloem en insectenbloem vergeleken
ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Vraagtype 3: bloemen vergelijken
Kijk naar kleur, geur, nectar en stuifmeel.
Opvallend en geur: insecten. Klein en onopvallend: wind.
Kijk ook naar de meeldraden en de stempel.
Leg uit met het woord omdat.
Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0
Een bloem heeft nectar, geur en plakkerig stuifmeel. Welke bloem is dit?
Een windbloem
Een waterbloem
Een bloem zonder stamper
Een insectenbloem
Nectar, geur en plakkerig stuifmeel horen bij insectenbestuiving. Verwachte fout: windbloem kiezen.
Waarom is een windbloem klein en zonder geur?
Een windbloem hoeft geen insecten aan te trekken, want de wind brengt het stuifmeel. Verwachte fout: zeggen dat de bloem dan verdroogt.
ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Vraagtype 4: erfelijk of milieu
Erfelijk: de aanleg die je van je ouders krijgt.
Milieu: licht, voeding en temperatuur.
Zelfde soort maar verschil? Kijk wat er anders was.
Soorten verschillen door andere erfelijke factoren.
Syllabus BI/K/6.2. Leerwegverschil: BB behandelt dit niet; het is stof voor KB en GL/TL.
Twee planten van één soort groeien anders door licht. Welke factor?
Een erfelijke factor
Een aanpassing aan kou
Een kenmerk van de soort
Een milieufactor
Licht is een omstandigheid, dus een milieufactor. Verwachte fout: erfelijke factor kiezen.
Erfelijke factor of milieufactor: voeding?
Milieufactor, voeding is een omstandigheid. Verwachte fout: erfelijke factor noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een determineertabel gebruiken
Bouw past bij voedsel
Bloemen vergelijken
Erfelijk of milieu
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.
ORGANISMEN · AANPASSINGEN
Tips voor op het examen
Begin in een determineertabel altijd bij nummer 1.
Zoek bij een bouwvraag eerst het voedsel of de omgeving en kies dan het onderdeel.
Windbloem: klein en droog stuifmeel. Insectenbloem: opvallend, geur en nectar.
Schrijf bij uitleg een zin met het woord omdat.
Deze slide heeft geen instructies