Determineren en aanpassingen (Biologie vmbo), les 3: Terugblik quiz

ORGANISMEN · AANPASSINGEN

Quiz

Terugblik: Determineren en aanpassingen

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblikquiz met 10 vragen over determineren en aanpassingen, voor leerlingen van het vmbo.

Onderdelen in deze les

ORGANISMEN · AANPASSINGEN

Quiz

Terugblik: Determineren en aanpassingen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Christoph Strässler from Oberdorf BL, Schweiz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Welke aanpassing past bij een droge omgeving?

A

Water opslaan in een dikke stengel

B

Grote bladeren die veel water verdampen

C

Drijvende bladeren op het water

D

Lange ranken om omhoog te klimmen

Cactus: waterbewaring en weinig verdamping. Verwachte fout: grote bladeren kiezen.

Zet op volgorde: een determineertabel gebruiken

1

Kies kenmerk a of b dat past

2

Begin bij nummer 1

3

Lees de naam van het dier

4

Ga naar het nummer dat erbij staat

Eerst beginnen bij 1, dan kiezen, dan doorgaan, tot de naam. Verwachte fout: de naam te vroeg noemen.

Welk dier is een teenganger?

A

De beer

B

Het paard

C

De mens

D

De kat

Een kat loopt op de tenen: licht en snel. Beer en mens zijn zoolgangers, het paard is een hoefganger.

Vul in

Een eend heeft zwemvliezen om te zwemmen. Een buizerd heeft klauwen om een prooi vast te grijpen.

zwemvliezen
klauwen
kieuwen
tracheeën

Zwemvliezen bij watervogels, klauwen bij roofvogels. Verwachte fout: een van de twee omdraaien.

Waarom heeft een steltloper lange poten?

A

Om hard te kunnen zwemmen

B

Om in ondiep water te lopen

C

Om prooien vast te grijpen

D

Om hoog te kunnen klimmen

Lange poten om te waden. Verwachte fout: zwemmen kiezen.

Welke kies heeft een alleseter?

Knobbelkies. Verwachte fout: plooikies.

Hoe halen volwassen kikkers zuurstof op?

A

Met longen en huid

B

Alleen met kieuwen

C

Met tracheeën

D

Alleen met longen

Een volwassen kikker heeft longen en huid. Kieuwen heeft de kikkervis. Verwachte fout: kieuwen kiezen.

Welk kenmerk hoort bij een windbloem?

A

Een sterke geur

B

Nectar diep in de bloem

C

Meeldraden die buiten de bloem hangen

D

Plakkerig stuifmeel

Windbloemen hebben meeldraden buiten de bloem. Verwachte fout: geur kiezen.

Noem een aanpassing aan een koude omgeving.

Dikke vacht of een laag vet. Verwachte fout: grote oren noemen, dat past bij heet.

Welke plant is een rozetplant?

A

Het sneeuwklokje

B

De paardenbloem

C

De klimop

D

De waterlelie

Paardenbloem: bladeren plat op de grond in een kring. Leerwegverschil: BB behandelt dit niet; het is stof voor KB en GL/TL. Verwachte fout: klimop kiezen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

ORGANISMEN · AANPASSINGEN

Goed gedaan!

Kijk de vragen na die je fout had en zoek het onderwerp op in les 1.

Deze slide heeft geen instructies