Erfelijkheid en kruisingen (Biologie havo), les 2: Examentraining

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Examentraining

Erfelijkheid en kruisingen: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: kans berekenen met een kruisingsschema, een stamboom of X-chromosomale overerving lezen, verklaren met een milieufactor en argumenten onderscheiden.

Onderdelen in deze les

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Examentraining

Erfelijkheid en kruisingen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Gustamons / Wikimedia Commons, CC0

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een situatie een kruisingsschema of stamboom gebruiken om een kans te bepalen en mijn antwoord te onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is dominant, wat is recessief, en ligt het gen op een autosoom of op het X-chromosoom?

  • 2. Schrijf: de genotypen van de ouders en hun geslachtscellen op.

  • 3. Combineer: zet de geslachtscellen in een kruisingsschema en tel de genotypen.

  • 4. Reken: zet genotypen om naar fenotypen en geef de kans als breuk of percentage.

Deze slide heeft geen instructies

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Vraagtype 1: kans berekenen

  • Zoek eerst welk allel dominant is en welke genotypen de ouders hebben.

  • Maak een kruisingsschema en tel de genotypen of de fenotypen waar naar wordt gevraagd.

  • Voorbeeld: Rr x Rr geeft RR, Rr, Rr en rr. De kans op rr is 1 op 4.

  • Geef de kans als breuk of percentage, en zet er het genotype of fenotype bij.

Deze slide heeft geen instructies

Een hoornloze stier (Hh) paart met een gehoornde koe (hh). Hoornloos is dominant. Kans op een gehoornd kalf?

A

0%

B

25%

C

50%

D

75%

Gameten: stier H of h, koe alleen h. Nakomelingen: Hh (hoornloos) en hh (gehoornd), elk 50%. Verwachte fout: 25% kiezen door een schema met vier verschillende vakjes te verwachten.

Tomatenplanten Rr x Rr worden gekruist (rood is dominant). Bereken de kans op een rode plant.

Schema: RR, Rr, Rr, rr. Drie van de vier zijn rood: kans 3/4 = 75%. Verwachte fout: 25% noemen (de kans op rr) of alleen RR tellen.

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Vraagtype 2: stamboom en X-chromosomaal

  • Ouders zonder de eigenschap met een kind mét: recessief, ouders dragen het allel.

  • Ouders mét de eigenschap met een kind zónder: dominant, ouders heterozygoot.

  • Bij X-chromosomaal tel je zonen en dochters apart: let op 'een zoon' of 'een kind'.

  • Voorbeeld: X^H X^h x X^H Y geeft dochters X^H X^H en X^H X^h, zonen X^H Y en X^h Y.

Deze slide heeft geen instructies

Gezonde ouders krijgen een dochter met taaislijmziekte (autosomaal recessief). Genotype van de ouders?

A

Beide ouders zijn homozygoot dominant (AA)

B

Alleen de vader is heterozygoot (Aa)

C

Beide ouders zijn heterozygoot (Aa)

D

Beide ouders zijn homozygoot recessief (aa)

De dochter is aa en kreeg van elke ouder één a. De ouders zijn gezond, dus Aa. Verwachte fout: AA kiezen omdat de ouders gezond zijn.

Moeder X^B X^b, vader X^B Y (kleurenblind is recessief). Kans op een kleurenblinde zoon?

Zonen krijgen de Y van de vader en een X van de moeder: X^B Y of X^b Y, elk 50%. De kans dat een zoon kleurenblind is, is 50%. Verwachte fout: 25% noemen. Dat is de kans dat een willekeurig kind een kleurenblinde jongen is.

Himalayakonijn: donker op oren, neus, poten en staart

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Vraagtype 3: verklaren met milieu

  • Zelfde genotype maar ander fenotype? Dan speelt een milieufactor mee.

  • Noem de milieufactor en leg uit hoe die het fenotype verandert.

  • Een Himalayakonijn heeft donkere oren, neus, poten en staart.

  • De vacht wordt alleen donker op de koelere delen van het lichaam.

Image credit: SableSteel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Een Himalayakonijn heeft donkere oren en poten. Welke verklaring past?

A

Genotype overal gelijk, temperatuur beïnvloedt de kleur

B

Alleen de donkere delen hebben het kleurgen

C

De cellen van de oren hebben een ander genotype

D

De kleur is niet erfelijk maar alleen milieu

Alle lichaamscellen hebben hetzelfde genotype. De kleur van de vacht wordt mede bepaald door de temperatuur van het lichaamsdeel. Verwachte fout: denken dat de donkere cellen een ander genotype hebben.

Dezelfde hortensia kleurt op zure grond blauw en op kalkrijke grond roze. Verklaar dit.

Het genotype is gelijk. De zuurgraad van de grond is een milieufactor die het fenotype (bloemkleur) beïnvloedt. Verwachte fout: spreken van een ander genotype of een mutatie.

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Vraagtype 4: argumenten onderscheiden

  • Een ethisch argument gaat over goed en fout, rechten, vrijheid en wie beslist.

  • Een biologisch argument gaat over gevolgen voor gezondheid, variatie of het ecosysteem.

  • Bij 'beargumenteer' geef je een argument én de redenering erachter.

  • Noem niet alleen het soort argument, maar leg uit waarom het past.

Deze slide heeft geen instructies

Welk argument tegen ingrijpen in een embryo is ethisch?

A

Het gewenste allel gaat niet naar alle nakomelingen

B

Er kan genetische variatie verloren gaan

C

Het ingebrachte allel werkt op een andere plek

D

Het is niet aan mensen om eigenschappen te kiezen

Het goede antwoord gaat over wat mag en wie beslist: ethisch. De andere drie gaan over biologische gevolgen. Verwachte fout: een biologisch gevolg als ethisch argument zien.

Noem een ethisch en een biologisch argument bij ingrijpen in een gewas.

Ethisch: bijvoorbeeld wie bepaalt of mag ingrijpen, of de natuur zo aangepast mag worden. Biologisch: bijvoorbeeld gevolgen voor de variatie in de populatie of voor het ecosysteem. Verwachte fout: twee argumenten van dezelfde soort noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Kans berekenen met een kruisingsschema

2

Een stamboom of X-chromosomaal lezen

3

Verklaren met een milieufactor

4

Ethische en biologische argumenten

Bespreek het vraagtype dat de meeste stemmen krijgt kort na met een voorbeeld.

ERFELIJKE EIGENSCHAP · KRUISINGEN

Tips voor op het examen

  • Controleer of de kansen in je kruisingsschema optellen tot 100%.

  • Vraagt de vraag naar 'een zoon' of 'een dochter', tel dan alleen die kinderen.

  • Schrijf dominant met een hoofdletter en recessief met een kleine letter, en altijd dezelfde letter.

  • Gezonde ouders met een aangedaan kind: het allel is recessief en de ouders dragen het allel.

Deze slide heeft geen instructies