Thema 6: Farmacologie en dringende medische hulpverlening
Hoofstuk 1: De basisbeginselen van de farmacologie
Sylvester Vanden Eede
03/02/2026
Thema 6: Farmacologie en dringende medische hulpverlening
Hoofstuk 1: De basisbeginselen van de farmacologie
Sylvester Vanden Eede
03/02/2026
Vandaag leren we wat er met een geneesmiddel gebeurt in het lichaam.
Wie ben ik?
Sylvester Vanden Eede (35jaar)
Bachelor Verpleegkunde (2012)
Ervaring: algemene heelkunde & ICU
Deze slide heeft geen instructies
Hoe moeilijk vind je farmacologie?
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoelen
Na deze les:
Begrijp ik wat een geneesmiddel doet in het lichaam
Weet ik waarom dosis belangrijk is
Begrijp ik waarom ouderen gevoeliger zijn
Deze slide heeft geen instructies
Wat is farmacologie?
Farmacologie:
Is de leer van geneesmiddelen
Is wat geneesmiddelen doen in het lichaam
Deze slide heeft geen instructies
Stofnaam & merknaam
Stofnaam:
Werkzame stof
Bijvoorbeeld: Paracetamol
Is vaak ook de generische naam
Merknaam:
Naam van het product
Bijvoorbeeld: Dafalgan
Deze slide heeft geen instructies
Sleep de merknaam aan de stofnaam
IBUPROFEN
PANTOPRAZOL
Brufen
Pantomed
Nexiam
Nurofen
Deze slide heeft geen instructies
De drie fases
Een geneesmiddel gaat door 3 fases:
1.1 Farmaceutische fase
1.2 Farmacokinetische fase
1.3 Farmacodynamische fase
==> ALTIJD IN DEZE VOLGORDE!
Deze slide heeft geen instructies
1.1 Farmaceutische fase
Vraag: Hoe komt de werkzame stof vrij uit de toedieningsvorm?
Voorbeelden:
Tablet ==> moet oplossen
Capsule ==> opent later
Injectie intraveneus (IV) ==> direct in het bloed
Deze slide heeft geen instructies
1.1 Farmaceutische fase
Links in het schema (rood) zie je hoe het geneesmiddel in het lichaam komt.
Voorbeelden:
via de mond (orale toediening)
via de neus of onder de tong
via injectie (in spier of in bloed)
via de huid (pleister)
via de anus (rectaal)
🗣️ Zeg tegen de studenten:
“Dit is de start van het geneesmiddel.”
👉 Als het geneesmiddel via de mond wordt genomen:
het gaat eerst naar maag en darmen
daar komt de werkzame stof vrij
🗣️:
“Niet alle medicijnen gaan langs de maag. Alleen medicijnen via de mond.”
👉 Van de maag en darmen gaat het geneesmiddel naar de lever.
De lever:
breekt een deel van het geneesmiddel af
maakt het minder sterk
dit noemen we first pass effect
🗣️:
“De lever is een filter. Niet alles gaat verder.”
⚠️ Belangrijk:
bij injectie in het bloed (IV)
→ geen first pass effect
👉 Het geneesmiddel komt nu in de bloedomloop.
De bloedomloop:
brengt het geneesmiddel door het hele lichaam
naar verschillende organen
🗣️:
“Het bloed is het transport.”
👉 Rechts (groen) zie je waar het geneesmiddel werkt.
Het kan werken in:
weefsels
organen
hersenen
(soms moet het eerst door de bloed-hersenbarrière)
🗣️:
“Hier doet het geneesmiddel zijn werk.”
👉 Het lichaam moet het geneesmiddel ook kwijt.
Dat gebeurt via:
lever (afbraak)
nieren (uitscheiding via urine)
🗣️:
“Dit is het einde van het geneesmiddel.”
1.2 Farmacokinetische fase
Vraag: Wat doet het lichaam met de stof?
Er zijn vier stappen:
Absorptie
Distributie
Metabolisatie
Excretie
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Absorptie=
IV injectie ==> 100%
Tablet ==> minder dan 100%
IM ==> minder dan 100%
...
==> Dit noemen we biologische beschikbaarheid = de hoeveelheid van de toegediende stof die uiteindelijk in de bloedbaan komt.
De stof komt in het bloed.
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Distributie=
De stof kan:
Vrij in het bloed zijn
Vastzitten aan een eiwit
==> Alleen de vrije stof werkt!
Het bloed brengt de stof naar de organen
De gebonden stof (die dus vast zit aan eiwitten) is niet voorlopig nog niet beschikbaar voor de cellen, maar kan zich vrij maken indien de concentratie in het bloed daalt.
Absorptie: waarom werk Buscopan per os minder goed dan intraveneus?
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Metabolisatie=
Gebeurt vooral in de lever
Een deel van de stof verdwijnt
Soms ontstaat een actieve metaboliet
==> Het first pass effect
==> De enterohepatische kringloop
Hier wordt het geneesmiddel afgebroken.
Lever = zuiveringsstation van het lichaam en zal alle schadelijke stoffen omzetten en wegwerken. Voor de lever is een geneesmiddel ook zo een schadelijke stof en die wordt omgezet in een metaboliet.
Een metaboliet is makkelijker om uit te scheiden via de urine of via de stoelgang.
Distributie: een stof gebonden aan een eiwit werkt direct.
Juist
Niet juist
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Metabolisatie
First pass effect:
Het geneesmiddel komt in de dunne darm en wordt vandaag opgenomen in de bloedbaan.
Het gaat via de Vena Porta naar de lever
Een deel van het geneesmiddel wordt direct gemetaboliseerd
==> Het first pass effect is dus het eerste passeren van een geneesmiddel in de lever met als gevolg een deel verlies van zijn werking door metabolisatie.
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Metabolisatie
First pass effect:
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Metabolisatie
De enterohepatische kringloop:
Dit betekent dat de volgende route gevolgd wordt:
Slokdarm ==> maag ==> darm ==> opname in de bloedbaan ==> Vena Porta ==> lever
OF via de Vena Hepatica naar de Vena cava inferior
OF via de gal naar de darm: ductus hepaticus die uitmondt in de papil van Vater
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Metabolisatie
De enterohepatische kringloop:
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Excretie=
Vooral via de nieren
Belangrijk: nierfunctie
Halfwaardetijd = tijd tot helft weg is
Uitscheiding van het geneesmiddel
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Excretie=
Ureum & creatinine zijn belangrijke afvalstoffen in het lichaam
Nieren scheiden deze afvalstoffen uit
Ureum: door vertering en afbraak van eiwitten. Normaal: 20-45 mg/dl
Creatinine: afbraakproduct van spiercellen. Normaal: 0.6-1.3 mg/dl
Nierfunctie:
Deze slide heeft geen instructies
1.2 Farmacokinetische fase
Excretie=
Is de tijd nodig om een hoeveelheid van een stof in het plasma te halveren. Op oudere leeftijd stijgt de halfwaardetijd omwille van een gedaalde excretiesnelheid.
Halfwaardetijd:
Deze slide heeft geen instructies
Metabolisatie: waarom is leverziekte belangrijk bij de inname van medicatie?
Deze slide heeft geen instructies
Excretie: waarom zijn ouderen gevoeliger?
Deze slide heeft geen instructies
1.3 Farmacodynamische fase
Farmacodynamische fase=
Voorbeelden:
Pijnstiller ==> minder pijn
Antihypertensiva ==> lagere bloeddruk
Wat doet het geneesmiddel met het lichaam?
Deze slide heeft geen instructies
1.4 Belangrijke begrippen
Therapeutische bloedspiegel:
Te weinig ==> geen werking
Goed ==> juiste werking
Te veel ==> gevaarlijk
Voorbeelden:
Vancomycine
Gentamycine
Deze slide heeft geen instructies
1.4 Belangrijke begrippen
Agonist en antagonist:
Agonist ==> stimuleert de cel
Antagonist ==> blokkeert of remt de cel
Deze slide heeft geen instructies
Waarom moeten sommige medicijnen gecontroleerd worden met een bloedafname?
Deze slide heeft geen instructies