les 6, begeleiden in de zorg, palliatieve en terminale zorg, Susan

Begeleiden in de zorg
Les 6, palliatieve en terminale zorg
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Begeleiden in de zorg
Les 6, palliatieve en terminale zorg

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen
deel 1 
deel 2
- Aanwezigheid
- Terugblik
- Palliatieve en terminale zorg
- Aan de slag
- pauze
- LearnBeat

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik
  • Hebben ouderen nog behoefte aan intimiteit?
  • En aan seksualiteit?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit:
Piramide van Maslow



1. Zelfontplooing



2. Respect en waardering



3. Sociale behoeften


4. Behoefte aan veiligheid


5. Fysieke, lichamelijke behoeften

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Palliatieve Zorg

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is palliatieve zorg?
Definitie WHO:

‘Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere symptomen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.’

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Palliatieve en terminale zorg
Stadia van palliatieve terminale zorg:
  1. Ziektegerichte palliatie
  2. Symptoomgerichte palliatie
  3. Palliatie in de stervensfase
  4. Nazorg

Slide 9 - Tekstslide

1. ziektegerichte palliatie: ziekte wordt nog behandeld zonder dat genezing mogelijk is
2. Symptoomgerichte palliatie: verlichten en onder controle houden van symptomen
3. Stervensfase: kwaliteit van sterven
4. Nazorg voor naasten

DA en huisarts zorgen ervoor dat een patiënt gemarkeerd wordt als zijnde palliatief/terminaal. Bij triage kan er dan gelijk worden verwezen naar betreffende arts

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Palliatief en terminaal. Is er een verschil? Zo ja, wat is het verschil?

Slide 11 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Palliatie (Voor het overlijden)
  • Ziektegerichte palliatie
  • Symptoomgerichte palliatie

    Doelen:
  1. Verlichting en controle
  2. Kwaliteit van leven
  3. Voorkomen klachten verergeren
  4. Beslissingen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Palliatie (stervensfase)
Terminale zorg
Doelen:
  • Kwaliteit van sterven
  • Fase duurt een aantal dagen 
  • Symptoommanagement
  • Waardig sterven

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nazorg
  • Zorg voor het lichaam (wassen, omkleden)
  • Coördineren van zorg (arts laten komen schouwen, contact familie etc.)
  • Nazorg voor naasten = Palliatieve zorg
  • Ondersteuning (bv. gesprekken) nabestaanden

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beeldvorming overlijden

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4 dimensies palliatieve zorg
In de palliatieve zorg wordt totale zorg gegeven. Alle aspecten van het mens-zijn worden in de zorg voor de zorgvrager en zijn naasten betrokken.

1) lichamelijk
2) sociaal
3) spiritueel
4) psychisch

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vier dimensies van palliatieve zorg

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

 De vijf fasen van rouw: 
model van psychiater Elisabeth Kübler-Ross

1) Ontkenning en shock
2) Boosheid en woede
3) Marchanderen, onderhandelen
4)  Verdriet, somberheid of depressie
5) Acceptatie en aanvaarding

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan de VPK doen in de fasen van rouw?

Slide 21 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Palliatieve zorg verlenen
1) Ontkenning en shock
VPK:  er te zijn voor de zorgvrager; ondersteunen in zijn dagelijkse bezigheden .
2) Boosheid en woede
VPK: rustige, respectvolle benadering. Bevestig hem in zijn recht om boos te zijn.
3) Marchanderen, onderhandelen
VPK: goed luisteren, authentiek en eerlijk zijn. Geen valse hoop geven.
4)  Verdriet, somberheid of depressie
VPK: niet aan zijn lot over laten ondanks dat hij hier zelf om vraagt. 
5) Acceptatie en aanvaarding
VPK: ondersteunen en te begeleiden. Eerlijkheid, luisteren en openheid.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen in de palliatieve fase

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel klachten of symptomen heeft een cliënt in de palliatieve fase vaak tegelijkertijd?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De surprise question is?
A
Een vraag stellen aan een cliënt die heel schokkend is
B
De vraag of het de zorgverlener zou verbazen of de cliënt binnen 6 maanden komt te overlijden
C
De vraag of het de zorgverlener zou verbazen of de cliënt binnen 12 maanden komt te overlijden
D
De vraag of de cliënt zich in de stervensfase bevindt en de palliatieve fase voorbij is.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Advanced Care Planning/ Pro-actieve Zorgplanning: 
Wat is belangrijk om besproken te hebben in de palliatieve fase?
  • individuele levensdoelen en doelen van zorg;
  • levensbeschouwing en culturele achtergrond;
  • mogelijkheden van palliatieve zorg;
  • (niet)-behandelafspraken;
  • ziekenhuisopnames / ic-opnames;
  • plaats van zorg en sterven;
  • crisissituaties (acute verstikking, refractaire symptomen);
  • wilsverklaring;
  • wettelijke vertegenwoordiging in de situatie van (acute) verslechtering en wilsonbekwaamheid;
  • levenseindebeslissingen (vochttoediening, voeding, antibiotica, reanimatie, morfine voor symptoomverlichting, dialyse, palliatieve sedatie, euthanasie, weefseldonatie, bewust stoppen met eten en drinken);
  • draaglast en draagkracht naasten en mantelzorgers;
  • wensen met betrekking tot de uitvaart;
  • nazorg.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zorg in de stervensfase
  • Lichamelijke signalen
  • Multidisciplinaire Zorg
  • Stervensbegeleiding cliënt en naasten
  • Palliatieve sedatie
  • Zorg voor de zorgverlener

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

wat zijn signalen van een naderende dood?

Slide 29 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Stervensfase - lichamelijk
Signalen van de naderende dood (bron: pallialine)
- niet of nauwelijks meer eten en drinken
- ernstige vermoeidheid en verzwakking leidend tot volledige bedlegerigheid
- verminderde urineproductie
- snelle, zwakke pols
- koud aanvoelende, soms cyanotische extremiteiten, lijkvlekken
- spitse neus (de huid over neus en jukbeenderen verstrakt)
- verminderd bewustzijn, vaak tot volledig verlies bewustzijn enkele uren voor het overlijden
- toenemende desoriëntatie, soms met hallucinaties en terminale onrust (‘terminal restlessness' = terminaal delier)
- hoorbare, reutelende ademhaling
- onregelmatige ademhaling kort voor overlijden (Cheyne-Stokes-ademhaling)

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan de VPK doen om lichamelijk lijden te verichten?

Slide 32 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Continue sedatie versus euthanasie

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Vorm 5 groepen.
Ga bij 1 flapover staan en beantwoord de vraag.
Na 5 min doorschuiven.
Klassikaal nabespreken.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
1 mindmap palliatieve zorg
2 wat is het verschil tussen palliatieve- en terminale zorg? 
3 wat zijn de 4 stadia van palliatieve terminale zorg?
4 wat zijn de 4 doelen van palliatieve zorg?
5 wat zijn de 4 doelen van terminale zorg?
6 welke drie onderdelen heeft nazorg?
7 wat kan de vpk doen bij de 5 fases rouw: 1) Ontkenning en shock
     2) Boosheid en woede 3) Onderhandelen 4) Verdriet/ somberheid.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoorden
1 mindmap palliatieve zorg
2 verschil tussen palliatieve- en terminale zorg? 
3 4 stadia van palliatieve terminale zorg? 1.Ziektegerichte palliatie 2.Symptoomgerichte palliatie 3.stervensfase 4.Nazorg
4 4 doelen van palliatieve zorg? 1.Verlichting en controle 2.Kwaliteit van leven 3.Voorkomen klachten verergeren 4.Beslissingen
5 3 doelen van terminale zorg? 1.Kwaliteit van sterven 2.Symptoommanagement 3.Waardig sterven
6 3 onderdelen heeft nazorg? 1.Zorg lichaam (wassen, omkleden) 2.Coördineren (arts schouwen, contact fam) 3.Nazorg naasten
7 wat kan de vpk doen bij de 5 fases rouw: 
    1) Ontkenning en shock, VPK: er te zijn voor de zorgvrager; ondersteunen in zijn dagelijkse bezigheden .
    2) Boosheid en woede, VPK: rustige, respectvolle benadering. Bevestig hem in zijn recht om boos te zijn.
    3) Onderhandelen, VPK: goed luisteren, authentiek en eerlijk zijn. Geen valse hoop geven.
    4) Verdriet, somberheid, VPK: niet aan zijn lot over laten ondanks dat hij hier zelf om vraagt.
    5) Acceptatie en aanvaarding, VPK: ondersteunen en te begeleiden. Eerlijkheid, luisteren en openheid.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende week 
Begeleiden van groepen
en week erna eindopdracht

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werken aan LearnBeat

Kijk per paragraaf ook na!

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies