leerjaar 3 hst 2 voorbereiding proefwerk

Grip op je knip
Voorbereiding Toets/PTA
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Grip op je knip
Voorbereiding Toets/PTA

Slide 1 - Tekstslide

Binnen de economie heb je ... soorten inkomensvormen
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 2 - Quizvraag

Welke inkomensvorm hoort niet in het rijtje thuis van belangrijkste inkomensvormen?
A
Inkomen uit arbeid
B
Inkomen uit directe ruil
C
Inkomen uit bezit
D
Overdrachtsinkomen

Slide 3 - Quizvraag

Je krijgt iedere maand 25 zakgeld en 50 kleedgeld. Welke vorm van inkomen in hier beschreven
A
inkomen uit arbeid
B
inkomen uit bezit
C
inkomen uit overdracht
D
inkomen uit natura

Slide 4 - Quizvraag

Hoe ontstaan inkomensverschillen?
A
Niet iedereen werkt evenveel.
B
Verschil in opleiding

Slide 5 - Quizvraag

Begum krijgt 10 zakgeld per week. Hoeveel is dat per maand

Slide 6 - Open vraag

Een nieuwe jas?
A
Vaste lasten
B
Huishoudelijke uitgaven
C
Incidentele uitgaven

Slide 7 - Quizvraag

Een nieuwe PS4?
A
Vaste lasten
B
Huishoudelijke uitgaven
C
Incidentele uitgaven

Slide 8 - Quizvraag

Maud betaald voor de sportschool € 120 per kwartaal. Hoeveel is dat per maand

Slide 9 - Open vraag

Een overzicht van je inkomsten en uitgaven noem je een ...
A
Budget
B
Nibud
C
Begroting
D
Excell

Slide 10 - Quizvraag

De afkorting Nibud betekent: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Ershad is automonteur en verdiende in 2018 € 1400 per maand. Een jaar later is dat € 1550 geworden. Met hoeveel procent is het inkomen gestegen?
A
5%
B
10%
C
10,7%
D
11,7%

Slide 12 - Quizvraag

In welk geval stijgt de koopkracht?


A
je inkomen stijgt met 3% en de prijzen stijgen met 1%
B
je inkomen stijgt met 1% en de prijzen stijgen met 1%
C
je inkomen stijgt met 1% en de prijzen stijgen met 3%
D
je inkomen daalt met 2% en de prijzen dalen met 1

Slide 13 - Quizvraag

Saim wil een scooter kopen. De scooter kost € 1.500. Hij spaart elke maand € 100. Hij is al tien maanden aan het sparen. Reken uit welk bedrag vanaf nu Saim elke maand moet reserveren om de scooter over een 4 maanden te kunnen kopen
A
€125
B
€ 75
C
€ 100
D
€ 95

Slide 14 - Quizvraag

Bilun komt langs een warenhuis met een prijzenactie. Op de prijs van € 60 voor alle avondjurken wordt nu een korting gegeven van 25%. Ze heeft € 100 kleedgeld. Hoeveel kleedgeld houd ze over
A
€ 10
B
€ 15
C
€ 40
D
€ 55

Slide 15 - Quizvraag