6.2 Kwadratische verbanden

Maak vraag 12 en 19
timer
5:00
1 / 31
volgende
Slide 1: Open vraag
WiskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Maak vraag 12 en 19
timer
5:00

Slide 1 - Open vraag

Succescriteria
  • Rekenen met negatieve getallen
  • het kwadraat
  • tabel invullen
  • grafiek tekenen
  • Informatie uit de grafiek halen 

Slide 2 - Tekstslide

Het kwadraat van een negatief getal
  • Het kwadraat van -6 schrijf je op met haakjes.
  • (-6)2 = -6 x -6 = 36
  • Maar -62 = - 6 x 6 = -36
  • - (-3)2 = -(-3 x -3) = -(9) = -9

Slide 3 - Tekstslide

(-8)^2

Slide 4 - Woordweb

-8^2

Slide 5 - Woordweb

-(-9)^2

Slide 6 - Woordweb

-3 x -2^2

Slide 7 - Woordweb

-3 x (-2)^2

Slide 8 - Woordweb

het kwadraat van -4

Slide 9 - Woordweb

Maak testopgave blz. 18
klaar? Nakijken blz. 270
0-4 punten: 12, 13, 14, 15, 16, 17, 19 + nakijken
5-6 punten: 12, 15, 16, 17, 19 + nakijken
7 punten: 12, 17, 18, 19 + nakijken
timer
10:00

Slide 10 - Tekstslide

Parabool
  • In de formule h = -20t2 + 400t + 4000 is h de hoogte in millimeters en t de tijd in minuten.
  •  In de formule zie je twee variabelen, dat zijn h en t.
  • Je ziet een kwadraat bij één van de variabelen.
  • Daarom is deze formule een voorbeeld van een kwadratische formule.
  • Er is een kwadratisch verband tussen tijd en de hoogte.

Slide 11 - Tekstslide

Parabool
  • Vul je een negatief getal in het kwadraat in de formule in,
  •  dan gebruik je haakjes.
  • Vul je bijvoorbeeld t = -5 in,
  • dan krijg je h = -20 x (-5)2 + 400 x -5 + 4000 = 1500
  • Bij t = -5 is de hoogte 1500 mm.

Slide 12 - Tekstslide

Parabool
  • Bij de formule van een kwadratisch                                     verband kun je een grafiek tekenen.
  • Zo'n grafiek heeft de vorm van een parabool.
  • Een parabool is symmetrisch.
  • De symmetrieas is de verticale lijn door de top.
  • Om een parabool te tekenen gebruik je een tabel met minstens zeven punten 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Maak testopgave blz. 21
klaar? Nakijken blz. 270
0-8 punten: 12, 13, 14, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 22, 23 + nakijken
9-13 punten: 12, 15, 16, 17, 19, 21, 22, 23 + nakijken
14-15 punten: 12, 17, 18, 19, 22, 23, 24 + nakijken
timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Eigenschappen parabool
  • De grafiek van de formule W = -5a2 + 300a wordt een parabool met een hoogste punt.
  • Zo'n parabool noemen we een bergparabool.
  • Bij het hoogste punt van een bergparabool hoort het maximum.
  • In de formule W = -5a2 +300a staat een negatief getal voor de variabele met het kwadraat. 

Slide 17 - Tekstslide

Eigenschappen parabool
  • Daaraan kun je zien dat de grafiek een bergparabool wordt.
  • Een parabool met een laagste punt noemen we een dalparabool.
  • Bij het laagste punt van een dalparabool hoort een minimum.
  • In de formule K = 6a2 - 7a staat het positieve getal 6 voor de variabele met het kwadraat. 

Slide 18 - Tekstslide

Eigenschappen parabool
  • Daaraan kun je zien dat de grafiek een dalparabool wordt.
  • Het hoogste punt van een bergparabool en het laagste punt van een dalparabool noemen we de top van de parabool.

Slide 19 - Tekstslide

Is de grafiek van de formule
h = -0,5a^2 + 3a een berg- of een dalparabool?
A
berg
B
dal

Slide 20 - Quizvraag

Is de grafiek van de formule
h = -0,6a + 0,4a^2 een berg- of een dalparabool?
A
berg
B
dal

Slide 21 - Quizvraag

Heeft de grafiek van de formule
M = 0,3t^2 - 6t een minimum of een maximum?
A
minimum
B
maximum

Slide 22 - Quizvraag

Maak testopgave blz. 25
klaar? Nakijken blz. 270
0-13 punten: 12, 13, 14, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 30, 31, 32 + nakijken
14-20 punten: 12, 15, 16, 17, 19, 21, 22, 23, 27, 28, 29, 30, 31, 32 + nakijken
21-23 punten: 12, 17, 18, 19, 22, 23, 24, 30, 31, 32, 33 + nakijken
timer
10:00

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht 4 en Jelle is Marieke

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Opdracht 9

Slide 27 - Tekstslide

Aan het werk....
0-13 punten: 12, 13, 14, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 30, 31, 32 + nakijken
14-20 punten: 12, 15, 16, 17, 19, 21, 22, 23, 27, 28, 29, 30, 31, 32 + nakijken
21-23 punten: 12, 17, 18, 19, 22, 23, 24, 30, 31, 32, 33 + nakijken

Slide 28 - Tekstslide

huiswerk

maken H6: 17, 22, 23, 30, 31 en 32 + nakijken en opsturen via teams. 




Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Slide 31 - Video