Les 2 Vertrouwensrelatie

Les 2: Vertrouwensrelatie 
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Les 2: Vertrouwensrelatie 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van de les kan je:

  • uitleggen wat een vertrouwensrelatie is;
  • benoemen waarom vertrouwen belangrijk is in de zorg;
  • gedrag herkennen dat vertrouwen opbouwt of juist afbreekt;
  • voorbeelden geven van professioneel handelen;

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Zou jij deze zorgverlener vertrouwen?”

  • Hand omhoog bij wel
  • Hand omlaag bij niet 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een verpleegkundige kijkt steeds op haar telefoon tijdens het gesprek.




  • Hand omhoog bij wel vertrouwen
  • Hand omlaag bij niet vertrouwen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een zorgverlener onthoudt je naam en vraagt hoe het vandaag gaat.




  • Hand omhoog bij wel vertrouwen
  • Hand omlaag bij niet vertrouwen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Ik weet niet direct het antwoord op uw vraag, maar ik zoek het meteen voor u uit.”




  • Hand omhoog bij wel
  • Hand omlaag bij niet 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een verpleegkundige troost een verdrietige cliënt met een hand op de schouder zonder eerst iets te vragen.




  • Hand omhoog bij wel
  • Hand omlaag bij niet 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertrouwensrelatie
Vertrouwen: Het geloof (de verwachting) dat de ander eerlijk en oprecht is, het gevoel dat je op de ander kunt rekenen
(als patient het vertrouwen dat hij in goede handen is) 

Relatie: Professioneel, functioneel en tijdelijk

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belang van een goede vertrouwensrelatie in de zorg?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belang van een goede vertrouwensrelatie in de zorg?



  • De client kan zich alleen ontwikkelen en een veranderproces aangaan als hij zich veilig voelt. 
  • Een client die vertrouwen heeft, is ontvakelijker voor ondersteuning/zorg. 

  • Als zorgverlener kun je alleen goed functioneren als je vertrouwen hebt in de inzet. Zonder positieve verwachtingen is er grotere kans dat een zorgtraject veel tijd kost en geen resultaat oplevert. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werken aan een vertrouwensrelatie
  1. Eerste indruk. 
'' Je krijgt nooit een tweede kans voor een eerste indruk ''

In een oogopslag vormt de client een beeld van een zorgverlener. Hierin wordt al bepaalt of hij vertrouwen heeft in het contact of niet. 

Combinatie van verschillende factoren: uiterlijk, manier van spreken, mimiek, lichaamshouding, geur, stemklank.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werken aan een vertrouwensrelatie
  • Als zorgverlener krijg je ook een eerste indruk van de client/patient.
    Soms kloppen deze niet, ze worden gefilterd door de beelden, verwachtingen of (voor)oordelen die je al had. 

  • De eerste indrukken worden aangevuld door de manier waarop het contact verder verloopt. Daardoor altijd belangrijk om respectvolle omgangsvormen in acht te nemen; 
  • Waar denken we dan aan? 

Slide 14 - Tekstslide

  • Beleefdheid: denk aan groeten en de ander met 'u' aanspreken
  • Eerst vragen en dan doen
  • Hoffelijkheid: Bijvoorbeeld een praatje maken, de deur open houden of iets aangeven. 
  • Bedanken
  • Excuses aanbieden
  • Geduldig zijn
  • Namen onthouden! 
  • Wat helpt vertrouwen opbouwen?
  • Wat breekt vertrouwen af? 

Slide 15 - Tekstslide

Wat helpt vertrouwen opbouwen?

  • luisteren;
  • afspraken nakomen;
  • respect;
  • eerlijkheid;
  • privacy bewaren;
  • empathie;
  • duidelijke communicatie.
Wat breekt vertrouwen af?
roddelen;
  • te laat komen;
  • ongeïnteresseerd gedrag;
  • liegen;
  • oordeel geven;
  • geen aandacht.
Een vertrouwensrelatie opbouwen
Hoe doe je dat? 
  • Transparant handelen
  • Afstand en nabijheid
  • congruent handelen
  • afstemmen op de client 


Slide 16 - Tekstslide

Transparant in het contact met de ander houdt in dat je helder bent over wat je doet, hoe je dat doet en waarom je dat doet! 
De ander weet waar hij aan toe is. Je houdt niets achter er is geen onuitgesproken bijbedoeling. 
Transparant handelen
Transparant in het contact met de ander houdt in dat je helder bent over wat je doet, hoe je dat doet en waarom je dat doet!
De ander weet waar hij aan toe is. Je houdt niets achter er is geen onuitgesproken bijbedoeling. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Professionele afstand maar toch nabijheid laten ervaren, hoe doe je dat?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Professionele afstand en de zorgvrager nabijheid laten ervaren hoe doe je dat?
  • Raak de zorgvrager niet onnodig aan. (gepaste afstand afhankelijk van de situatie.
  • Blijf de zorgvrager professioneel aanspreken (meneer of mevrouw en u).
  • Wees voorzichtig in wat je zelf deelt met de zorgvrager (niet je eigen zorgen of privémoeilijkheden).
  • Respecteer de ruimte van de zorgvrager (niet zomaar binnenvallen).
  • Geef duidelijk je grenzen aan als de zorgvrager over jouw grenzen heen gaat. 




Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Congruent handelen
Datgene wat je zegt, overeenkomt met je lichaamstaal en wat je doet. Dit wekt vertrouwen op bij de ander. 
Als hier namelijk een verschil inzit wekt dit juist wantrouwen op!

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afstemmen op de client
Je stemt af op wat de cliënt/ patiënt wil, kan en durft!
(Iemand stimuleren op grenzen te verleggen, lukt vaak alleen bij vertrouwen)
Afstemmen is pas mogelijk als je de ander goed kent. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afstemmen op de client
  • Je stemt je taalgebruik en woordkeus af op de ander.
  • Je past de toon van een gesprek aan. (Grapje of juist serieus)
  • Je houdt rekening met ritme en tempo.
  • Je houdt rekening met de kwetsbaarheid of weerbaarheid.
  • Je houdt rekening met prikkelverwerking.
  • Je kiest activiteiten die passen bij de wensen en mogelijkheden.

Slide 22 - Tekstslide

Je kunt het beste afstemmen als je de client echt goed kent. 
Je doet dit door vragen te stellen, observeren, actief luisteren! 
Onderhouden van een vertrouwensrelatie 
  • Consequent zijn in je doen en laten.
  • Problemen bespreekbaar maken.
  • Regelmatig vragen aan de client of hij nog vertrouwen heeft in zorgproces.
  • Belangrijke momenten met de client vieren of juist 'betreuren'.
  • Complimenten geven.
  • Soms eens iets extra's doen. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke eigenschappen horen bij het opbouwen van een vertrouwensrelatie? 



d.m.v. een energizer: Verboden woord of tekenen.


Slide 24 - Tekstslide

Eigenschappen van een verpleegkundige die vertrouwen helpen opbouwen:

betrouwbaar
eerlijk
respectvol
empathisch
geduldig
rustig
professioneel
duidelijk
luisterend
zorgzaam
betrokken
discreet
vriendelijk
open
verantwoordelijk
begripvol
aandachtig
integer
behulpzaam
positief
Welke eigenschappen horen bij het opbouwen van een vertrouwensrelatie? 

  • Eerlijkheid; Je vertelt de feitelijke waarheid en maakt verschil tussen je mening en de feiten! 
  • Oprechtheid; Je meent echt wat je zegt. 
  • empathie; Je kunt je inleven in de ander en in zijn verhaal, tegenslagen en succesen.
  • betrouwbaarheid; Er kan op je gerekend worden betreft afspraken, informatie en resultaten.
  • vertrouwelijkheid; Je respecteert de privacy en handelt correct. 
  • zelfvertrouwen; Je hebt vertrouwen in je eigen kracht en mogelijkheden.
  • zelfacceptatie; Je weet wie je bent en wat je kunt en komt daar eerlijk voor uit. 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat heeft de video te maken met een vertrouwensrelatie?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2
Maak opdracht 2 in it's learing. 
Klaar? inleveren in de inlevermap! 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies