Week 3 19 mei

Vandaag
  • Nog 2 presentaties
  • herhaling bijnieren
  • Pathologie Schildklier (glandula thyroidea) 
  • syndroom van Cushing
  • ziekte van Addison
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
AFPMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
  • Nog 2 presentaties
  • herhaling bijnieren
  • Pathologie Schildklier (glandula thyroidea) 
  • syndroom van Cushing
  • ziekte van Addison

Slide 1 - Tekstslide

Bijnieren (glandula suprarenalis)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

2 hormoonklieren
  1. Bijnierschors, de cortex
  2. Bijniermerg, de medulla

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Cortex
corticosteroïden
  • mineralocorticoïden
  • glucocorticoïden
  • geslachtshormonen

Slide 6 - Tekstslide

mineralocorticoiden
  • hebben invloed op de zoutensamenstelling van het bloed, met name natrium en kalium
  • 95% is aldosteron, stimuleert terug resorptie van natrium en uitscheiding van kalium, produktie wanneer:
  1.  Na gehalte in het bloed daalt
  2. Ka gehalte in het bloed stijgt
  3. bloedvolume daalt
  4. bloeddruk stijgt
  5. toename angiotensine in het bloed

Slide 7 - Tekstslide

Glucocorticoïden
Invloed op de glucose huishouding
  • belangrijkste is cortisol (hydrocortison ) wordt onder invloed van bijnierschors stimulerend hormoon uit de hypofyse voorkwab geproduceerd
  • de aanmaak van ACTH (adrenocorticotroop hormoon) wordt door cortisol remmend terug gekoppeld
  • in een lichaam in stress is verhoogde cortisol productie

Slide 8 - Tekstslide

Adrenocorticotroop hormoon

Slide 9 - Tekstslide

Effect cortisol
  • bloedsuikerspiegel stijgt, lichaam in stress heeft meer suiker nodig
  • remmende werking op normale ontsteking reacties en vorming afweer stoffen
  •  antagonist van insuline

Slide 10 - Tekstslide

geslachtshormonen
  • ondersteunen de geslachtshormonen die door de geslachtsklieren zelf gemaakt worden
  • heel kleine hoeveelheden

Slide 11 - Tekstslide

Medulla
  • bestaat vooral uit zenuwweefsel
  • wordt aangestuurd door hypofyse achterkwab
  • cellen die hormonen produceren zijn neurosecretorische cellen: neurosecretie
  • adrenaline en noradrenaline

Slide 12 - Tekstslide

Adrenaline
  • vluchthormoon
  • veel doelwitorganen
effecten:
  1. bloedsuikerspiegel gaat omhoog
  2. hart gaat sneller kloppen, HMV en RR gaat omhoog
  3.  pupillen worden wijder
  4. vasodilatatie in skeletspieren en spierspanning neemt toe
  5. vasoconstrictie in huid en spijsverteringskanaal
  6. als de situatie langer duurt:
  7. vasodilatatie in de huid en zweetklieren activeren
  8. verslappen sluitspieren anus en blaas

Slide 13 - Tekstslide

Noradrenaline
  • 3-4 x minder dan adrenaline
  • effecten vergelijkbaar
  • noradrenaline meer effect op bloeddrukstijging en minder op hartwerking en skeletspieren

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

opdracht bij de filmpjes
Oorzaken ziektebeelden:
  • Welk hormoon met bijbehorend orgaan?
  • Wat is de oorzaak?
  • Welke symptomen?
  • Welke behandeling?

Slide 16 - Tekstslide

bijnierschorsinsufficiëntie
Syndroom van Cushing

Slide 17 - Tekstslide

Bijnierschorsinsufficiëntie
ziekte van Addison

Slide 18 - Tekstslide

Addisoncrisis

Slide 19 - Tekstslide

Schildklier (thyroid) Pathologie

Slide 20 - Tekstslide

Schildklier (thyroid) pathologie
Wanneer T4 (thyroxine) wordt omgezet naar T3 (tri-joodthyronine) kan het de volgende functies hebben:

  • Versnelt de stofwisseling
  • Verbetert de doorbloeding
  • Verhoogt de lichaamstemperatuur
  • Stimuleert de groei en ontwikkeling (verhogen groeihormoon)
  • Verhoogt de hartslag
  • Versnelt de spijsvertering
  • Verbetert het mentaal en emotionele welbevinden

Hormoon calcitonine verlaagt de hoeveelheid calcium in het bloed door:
  • de botafbraak te remmen
  • laat de botten meer calcium opnemen uit het bloed

Slide 21 - Tekstslide

Verlaagde TSH en hoge T4 waarde in bloed

Slide 22 - Tekstslide

Ziekte van Graves
Meest voorkomende oorzaak hyperthyreoïdie (70-80%)

Auto-immuunziekte
Het lichaam maakt antistoffen (afweerstoffen) aan tegen lichaamseigen cellen, in dit geval de tegen de TSH-receptor op de schildkliercellen. Deze antistoffen zetten de schildklier aan om meer schildklierhormoon te gaan maken.
Behandeling
 Thiamazol, eventueel in combinatie met levothyroxine remmen synthese van de schildklierhormonen T3 en T4 af


Slide 23 - Tekstslide

Behandeling hyperthyreoïdie
Thyreostatica
 Schildklierremmers > schildklier geeft minder hormoon af.

radioactief jodium
De straling die het radioactief jodium in de schildklier uitzendt, remt de groei van de schildkliercellen waardoor ook de productie van het schildklierhormoon vermindert

Thyreoïdectomie
 Wegnemen van schildklier bij abnormale werking of struma



Slide 24 - Tekstslide

Verhoogde TSH en lage T4 waarde

Slide 25 - Tekstslide

Behandeling hypothyreoïdie
Levothyroxine (T4) tabletten

Slide 26 - Tekstslide

Jodiumtabletten met radioactieve stoffen
Door op het juiste tijdstip jodiumtabletten in te nemen, raakt de schildklier verzadigd met stabiel jodium (ongevaarlijk jodium).

De schildklier neemt dan minder radioactief jodium op, waardoor de kans afneemt om schildklierkanker te ontwikkelen.

Slide 27 - Tekstslide

Bedankt voor jullie aandacht
Nog vragen??

Slide 28 - Tekstslide