rangtelwoorden, hoewel en omdat, argumantatie

rangtelwoorden, hoewel en omdat, argumantatie
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecondary EducationAge 13

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

rangtelwoorden, hoewel en omdat, argumantatie

Slide 1 - Tekstslide

achzehnter

Slide 2 - Open vraag

1.
A
1.
B
1e
C
1ter

Slide 3 - Quizvraag

einundzwanzigste
A
eneentwantigste
B
eneentwintigste
C
eenentwintigste
D
eenentwantigste

Slide 4 - Quizvraag

40.

Slide 5 - Open vraag

zwölfte

Slide 6 - Open vraag

5.

Slide 7 - Open vraag

fünfunddreißigste

Slide 8 - Open vraag

siebenundachzigste

Slide 9 - Open vraag

achzehnter

Slide 10 - Open vraag

dritte

Slide 11 - Open vraag

woordenschat

Slide 12 - Tekstslide

5 woorden uit de woordenlijst

Slide 13 - Woordweb

die Freizeitbeschäftigung
A
de vrijdetijdbesteding
B
de vrijetijdbesteding
C
vreieteidbesteding
D
de vrijeteitbesteding

Slide 14 - Quizvraag

schwierig

Slide 15 - Open vraag

feiern

Slide 16 - Open vraag

Geburststag haben
A
verjaardag hebben
B
gebortenis hebben
C
verjaardag zijn
D
jarig zijn

Slide 17 - Quizvraag

hoewel en omdat
geef altijd verschillende redenen (=Gründe) aan waarom je het graag of niet graag doet. 
voetballen
paartrijden
fietsen
hardlopen
kiez zelf

Slide 18 - Tekstslide

Schrijfvaardigheid- Zijn mening motiveren


Moeten leerlingen huiswerk krijgen?
70 woorden

Slide 19 - Tekstslide