2AH -bron D - c.1 6e ed - 11/9

BONJOUR
tout le monde!!
                   Attention!
  • Ga zitten volgens plattegrond
  • Leg je boek en iPad op tafel
  • iPad is uit en ligt met het scherm naar beneden
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1,4

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

BONJOUR
tout le monde!!
                   Attention!
  • Ga zitten volgens plattegrond
  • Leg je boek en iPad op tafel
  • iPad is uit en ligt met het scherm naar beneden

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Bonjour
Pak je huiswerk erbij.

1. Deel je gemaakte weerbericht van donderdag en vrijdag met je buur. 

2. We bespreken jullie 
weerberichten klassikaal
 
timer
2:00

Slide 3 - Tekstslide

Exercice
Schrijf op in je schrift!

A. Schrijf het werkwoord avoir helemaal uit en zet de Nederlandse vertaling erbij. 

B. Vertaal de zinnetjes in het Nederlands.
1. Je parle avec Marie.
2. J'ai parlé avec Marie.
3. Il donne le stylo au prof.
4. Il a donné le stylo au prof. 
 
timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Planning

Uitleg werkwoordspelling 

Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
Aujourd'hui
Jeudi 11 septembre
1.  But                                   
2.  Le passé composé  
3. Travail individuel         
4. Evaluation                       
But:  Ik weet wat een passé composé is en ik kan een regelmatig werkwoord op -er vervoegen in de passé composé.

Slide 5 - Tekstslide

Exercice
Schrijf op in je schrift!

A. Schrijf het werkwoord avoir helemaal uit en zet de Nederlandse vertaling erbij. 

B. Vertaal de zinnetjes in het Nederlands.
1. Je parle avec Marie.
2. J'ai parlé avec Marie.
3. Il donne le stylo au prof.
4. Il a donné le stylo au prof. 
 
timer
5:00

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

J'ai
tu as
il a
elle a
on a
nous avons
vous avez
ils ont
elles ont
ik heb
jij hebt
hij heeft
zij heeft
men heeft/we hebben
wij hebben
jullie hebben/ u heeft
zij hebben
zij hebben

Slide 8 - Tekstslide

A. optreden

B. ontdekt worden

C. zin hebben om te 

A. a
B. ont
C.  a
D.  avez
E. as
F. avons
1.  nous  
2.  tu 
3.  ils  
4.  on  
5.  vous 
6.  elle  

Slide 9 - Sleepvraag

A. optreden

B. ontdekt worden

C. zin hebben om te 

A. zij  heeft
B. zij hebben
C.  men heeft
D.  jullie hebben
E. jij / je hebt
F. wij hebben
1.  nous  avons
2.  tu  as
3.  ils  ont
4.  on  a
5.  vous avez
6.  elle  a

Slide 10 - Sleepvraag

Oefenen met Verbuga
Ga naar:
www.verbuga.eu

werkwoord: avoir
tijd: present

Let op: Link in de volgende dia

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Regelmatige werkwoorden

Slide 13 - Tekstslide

Voltooide tijd =

Passé Composé




Ik heb gedanst = J'ai dansé

Slide 14 - Tekstslide

Passé composé bestaat uit:

1. een vorm van AVOIR (hebben)
   2. een voltooid deelwoord

Slide 15 - Tekstslide

2. Het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord van een regelmatig werkwoord op -ER, eindigt altijd op " É "

 J'ai parlé (parler = praten)               = Ik heb gepraat 
 On a chanté (chanter = zingen)    = We hebben gezongen                                 

Slide 16 - Tekstslide

Zet in de passé composé
ils (regarder)
A
a regardé
B
ont regardé
C
avons regardé
D
sont regardé

Slide 17 - Quizvraag

Zet de zin in de passé composé
Kim et Sophie (acheter) les pommes au supermarché
A
ont acheté
B
ont acheter
C
a acheté
D
a acheter

Slide 18 - Quizvraag

Zet in de passé composé
ils (commencer)
A
ils ont commencé
B
ils sont commencé

Slide 19 - Quizvraag

Zet de zin in de passé composé
Nous (jouer)... au foot

A
Nous avons joue au foot.
B
Nous a joué au foot.
C
Nous avez joué au foot.
D
Nous avons joué au foot.

Slide 20 - Quizvraag

En 2010, elle (habiter) __________ en France.

Slide 21 - Open vraag

Jules (trouver) ________ ses jeans

Slide 22 - Open vraag

Tu (passer) ___________ de bonnes vacances?

Slide 23 - Open vraag

Onregelmatige werkwoorden

Slide 24 - Tekstslide

Passé composé bestaat uit:

1. een vorm van AVOIR (hebben)
   2. een voltooid deelwoord

Slide 25 - Tekstslide

2. Het voltooid deelwoord

Er zijn verschillende onregelmatige werkwoorden. Jullie leren: AVOIR/ ÊTRE/ FAIRE

 J'ai eu (avoir = hebben)               = Ik heb gepraat 
 Elle a fait (faire = doen/ maken)  =Zij heeft gemaakt/ gedaan                                  

Slide 26 - Tekstslide

2. Het voltooid deelwoord
Samenvatting:
Hele werkwoord                voltooid deelwoord
avoir (hebben)                    eu (gehad)
faire (doen/maken)             fait (gedaan/ gemaakt)
être (zijn)                            été (geweest)

Stappen blijven gelijk! 
Dus: stap 1 = avoir en stap 2 = voltooid dw. 

Slide 27 - Tekstslide

Avoir 
J'ai eu                    
Tu as eu 
Il/Elle a eu 
Nous avons eu 
Vous avez eu 
Ils/Elles ont eu 
Hebben 
Ik heb gehad 
Jij hebt gehad 
Hij/Zij heeft gehad 
Wij hebben gehad
Jullie hebben/ U heeft gehad
Zij hebben gehad


Slide 28 - Tekstslide

Être
J'ai été                    
Tu as été 
Il/Elle a été 
Nous avons été
Vous avez été
Ils/Elles ont été 
Zijn 
Ik  ben geweest
Jij bent geweest 
Hij/Zij is geweest 
Wij zijn geweest
Jullie zijn/ U bent geweest
Zij zijn geweest


Slide 29 - Tekstslide

Faire 
J'ai fait                   
Tu as fait 
Il/Elle a fait 
Nous avons fait 
Vous avez fait
Ils/Elles ont fait 
Maken/Doen
Ik heb gedaan
Jij hebt gedaan 
Hij/Zij heeft gedaan
Wij hebben gedaan
Jullie hebben/ U heeft gedaan
Zij hebben gedaan


Slide 30 - Tekstslide

Welke vorm is juist?
Elle ..... (être)
A
Elle ont être
B
Elle a été
C
Elle ont été
D
Elle être

Slide 31 - Quizvraag

Welke vorm is juist?
nous ..... (faire)
A
Nous sommes fait
B
Nous avons fairé
C
Nous avons fait
D
Nous avons faire

Slide 32 - Quizvraag

Maak de passé composé...
Je/J'......(avoir)

Slide 33 - Open vraag

Maak de passé composé...
Vous ... (être)

Slide 34 - Open vraag

Maak de passé composé...
Paula ... (faire)

Slide 35 - Open vraag

Maak de passé composé...
Elles ... (faire)

Slide 36 - Open vraag

Ik kan de passé composé maken van de werkwoorden op -er en de 3 onregelmatige werkwoorden.
😒🙁😐🙂😃

Slide 37 - Poll

Verder oefenen
Heb je geen vragen na het maken van de LessonUp? 
Dan mag je de opdrachten in het boek gaan maken om te kijken of je de passé composé kunt toepassen in opdrachten.
Zie de volgende dia voor de opgaven. 

Slide 38 - Tekstslide



Quoi:            ex.16ae + 17acd
                       
Aide:             Bron D + LessonUp
Prêt?:           Verbuga, zie                                        volgende dia's


Quoi:               ex. 16acde + 17ac

Aide:               Bron D + LessonUp
Prêt?:               verbuga, zie                                          volgende dia's
Travail individuel - HAVO
Travail individuel - VWO

Slide 39 - Tekstslide

Oefenen met Verbuga
Ga naar:
www.verbuga.eu

werkwoorden: (zie hiernaast)
tijd: passé composé
avoir
être
faire
aimer
chercher
donner
essayer
parler
regarder

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Link

Les devoirs
               Faire (maken): x

               Apprendre (leren):                           woordjes A FN
               
              Faire (maken): 
               Havo: ex.16ae + 17acd
               VWO: ex. 16acde + 17ac
          
              Apprendre (leren):                            Bron D: passé composé

Slide 42 - Tekstslide

Evaluation
But:  
Ik weet wat een passé composé is.

ik kan een regelmatig werkwoord op -er vervoegen in de passé composé.

Slide 43 - Tekstslide

Evaluation
A. Leg uit wat de passé composé is/ inhoud.
B. Zet de werkwoorden tussen haakjes in de passé composé.

1. (acheter)            Il .....   ....... une pomme.
2. (être)                   Nous .....   ....... à Paris.
3. (avoir)                 Elles .....    ......... un chien.
4. (regarder)         J'.....   .......... un film avec ma soeur.
5. (parler)               Paula  ......   ....... avec son amie.
6. (faire)                  Tu .....   ...... tes devoirs?

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide