1.1. Ontdek je binnenste

Pak je spullen


  • Boek

  •  Schrift voor aantekeningen

  • Etui

  • Laptop/Ipad

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo g, t, mavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 75 min

Onderdelen in deze les

Pak je spullen


  • Boek

  •  Schrift voor aantekeningen

  • Etui

  • Laptop/Ipad

Lesverloop

  1. Leerdoelen 

  2.  Wat is biologie

  3. Uitleg paragraaf 1

  4. Opdrachten maken

  5. Terugblik les  

  6. Opruimen

Bijbehorende tekstblokken

  • Waaruit bestaat je lichaam? 

  • Welke orgaanstelsel heb je?  

  • Waaruit bestaan organen?  



Biologie

Biologie komt van:

 Bios = het leven

 Logos = de leer van

Letterlijk vertaalt betekent biologie dus:

 “De leer van het leven”

We bestuderen: 

Levende wezens
> ook wel organismen 


En hoe organismen omgaan met hun omgeving

Leerdoelen 

Je kunt uitleggen wat organen en orgaanstelsels zijn.

Opbouw van een organisme 

Van groot naar klein:



organisme → orgaanstelsels → organen → weefsel→ cellen

Orgaanstelsels

Organen die samenwerken aan een gemeenschappelijke taak, vormen een orgaanstelsel.


Voorbeelden van orgaanstelsels:

- Skelet

- Verteringsstelsel
- Ademhalingsstelsel

- Bloedvatenstelsel 

- Zenuwstelsel

- Spierstelsel

Het skelet


Bij het skelet horen alle botten. 


Het skelet geeft o.a. stevigheid aan je lichaam.

Verteringsstelsel

Het verteringsstelsel bestaat uit: 

- Mondholte

- Slokdarm

- Maag

- Darmen

- Anus

Het verteringsstelsel maakt voedsel klein, zodat de voedingsstoffen kunnen worden opgenomen.

Ademhalingsstelsel

Het ademhalingsstelsel bestaat uit:

- Neusholte

- Mondholte

- Luchtpijp

- Longen


Het ademhalingsstelsel neemt zuurstof op in je lichaam.

Bloedvatenstelsel

Het bloedvatenstelsel bestaat uit:

- Hart 

- Bloedvaten

Het bloedvatenstelsel vervoert voedingsstoffen en zuurstof naar alle delen van je lichaam.

Organen

Je ziet een torso: een plastic model van een lichaam zonder armen, benen en hoofd.

Hiermee kan je leren hoe organen in het lichaam liggen.


Je lichaam bestaat uit organen.

Een orgaan is een deel van het lichaam met een (of meer taken.

.

Middenrif

stevig, gespierd vlies dat tussen de borstholte en de buikholte zit.  

Cellen


Je lichaam is opgebouwd uit cellen.


Dierlijke cellen bestaan uit:

- Celkern

- Cytoplasma

- Celmembraan

Samenwerkende orgaanstelsels


Voorbeeld:

Ademhalingsstelsel, bloedvatenstelsel en verteringsstelsel werken onder meer samen om je spieren te laten bewegen.

Hoe noem je een groep organen die samen werken aan een gemeenschappelijke taak?

A

Organisme

B

Organen

C

Orgaanstelsel

D

Torso

Het hart is.........

A

een organenstelsel

B

een cel

C

een orgaan

D

een organisme

originalType.dragQuestion

Opdr 9: Wat hoort waarbij (kunnen meerdere antwoorden goed zijn)

originalType.dragQuestion

Zet op volgorde van groot naar klein 

groot

klein

organenstelsel

cel

organisme

orgaan

Welke stelsels zie je?

A

bloedvatenstelsel zenuwstelsel

B

beenderstelsel zenuwstelsel

C

verteringsstelsel spierstelsel

D

je ziet alleen organen, geen stelsels

De lever hoort bij het .........

A

beenderstelsel

B

zenuwstelsel

C

bloedvatenstelsel

D

verteringsstelsel

De naam van het orgaan dat worden aangegeven door nummer 5 is .......

A

Long

B

Hart

C

Nier

D

Maag

Bij welk orgaanstelsel hoort het orgaan dat op deze dia staat?

A

Uitscheidingsstelsel

B

Spijsverteringsstelsel

C

Bloedvatenstelsel

D

Ademhalingsstelsel

Weektaak

Maak opdracht: 
Lees en maak blz: 9 t/m 16
 2 t/m 9, 11, 13 en 14

Extra kgt 10  


Klaar? Laat je werk zien aan de docent

15

minute

00

second

Wat waren de leerdoelen?


- Je kunt uitleggen wat organen en orgaanstelsels zijn.