4H H5 zouten zouthydraten wk 1 les 2

molariteit
theorie staat in het boek bij 7.3
dat is een beetje raar
beter om het op te schrijven in je schrift
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

molariteit
theorie staat in het boek bij 7.3
dat is een beetje raar
beter om het op te schrijven in je schrift

Slide 1 - Tekstslide

2.0 MOLAIR van een oplossing betekent:
A
2.0 gram/L
B
concentratie in mol/L
C
2.0 mol/L
D
2.0 molaire massa

Slide 2 - Quizvraag

molariteit: reken rond mol/L
molaritieit is mol/L
alles kun je terugrekenen naar mol per 1 liter
bijvoorbeeld bij 2.0 Molair = 2.0 mol/L


mol
2.0
?
liter
1
?
met een verhoudingstabel kun je goed ordenen

Slide 3 - Tekstslide

HW bespreken
Maak van “hoe reken je met molariteit”
op blz 25 van het groene boekje :
 Opgaven 1 abc , 2 ab en als het lukt mag je alvast 1d proberen!

uitgebreide antwoorden op wakelet

Slide 4 - Tekstslide

(1) wat is de molariteit van...
a. 0,50 mol keukenzout in 1,0 L = 0.5 M
 
b. 0,033 mol suiker in 250 mL = 0,033/0.250 = 0.13 M

c. 125 mmol alcohol in 3,80 L = 125*10-3 /3.8 = 3.29*10-2 M

Slide 5 - Tekstslide

opgave 2 blz 25 groene boekje
hoeveel mol is aanwezig in:
a. 10,0 mL van een suikeroplossing 
met een molariteit van 0,95 mol/L
       x = 0,95*0,0100 = 0,0095 of 9,5*10-3 mol

b. 33 L van een 1,8 ·10-1 molaire suikeroplossing
       x =   1,8 ·10-1 * 33 = 5,9 mol 
mol
0,95
x
L
1
0,0100
mol
1,8*10-1
x
L
1
33

Slide 6 - Tekstslide


groene boekje 1d. 
Wat is de molariteit van een oplossing van
4,6 gram NH3 in 1,0 L water?
A
4.6 molair
B
dat weet je niet
C
je moet eerst gram in mol omrekenen

Slide 7 - Quizvraag

stap 1: molmassa van NH3 opzoeken: 1 mol NH3 = 17,03 gram
stap 2: gram --> mol uitrekenen
                                                                          x = 4,6 / 17,03 = 0,27 mol NH3


stap 2: omzetten naar mol per 1 L --> 0,27 mol/1,0 L dus 0,27 M
wat is de molariteit van een oplossing van
4,6 gram NH3 in 1,0 L water?
mol
1
x
gram
17,03
4,6

Slide 8 - Tekstslide


Bereken nu: hoeveel gram NH3 moet je oplossen in 100 mL om een oplossing te krijgen met molariteit van 0,25 M?
(de molmassa NH3 = 17,03 gram)

Slide 9 - Open vraag

route: mol/L --> mol/100 ml ; mol --> gram (andersom mag ook)

stap 1:                                                               x = 0,25*0,100 = 0,025 mol
                                                                             dus in 100 mL zit 0,025 mol

stap 2:                                                               x =  17,03*0,025 = 0,43 gram
                                                                             dus 0,43 g oplossen in 100 mL
Hoeveel gram NH3 moet je oplossen in 100 mL om een oplossing te krijgen met molariteit van 0.25 M? 
mol
0,25
x
L
1
0,100
mol
1
0,025
g
17,03
x

Slide 10 - Tekstslide

1e. Bereken: wat is de molariteit van
een oplossing met 68,35 mg kaliumchloride
en een volume van 130 mL?

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Tekstslide


3a. bereken: hoeveel gram ethanol (C2H6O) 
moet je oplossen in 45 mL, om een oplossing 
met 0,15 M ethanol te krijgen?

Slide 13 - Open vraag

Slide 14 - Tekstslide

vragen?
Maak (=HW voor na het weekend):
van groene boekje blz 25-26:
opgaven  1(e)f, 3(a)bc, 4abce en 5 (als het lukt)

Slide 15 - Tekstslide