cross

molariteit en verdunningen

molariteit en verdunningen 
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

molariteit en verdunningen 

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag 
  • herhalen molariteit
  • verdunningen 

Slide 2 - Tekstslide

Herhalen: Molariteit
  • Maat voor het aantal opgeloste deeltjes in een oplossing 
  • concentratie in mol/L (ook wel M of molair)  

Slide 3 - Tekstslide

Opgave 1
Bereken de molariteit van jood als er 2,00 g is opgelost tot 200 mL aceton. 
(molmassa= 2x 126,9 = 253,8 g/mol)
(tussenantwoord= 0,0078...mol)
eindantwoord=0,0394 mol/L

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Opgave 2
Iemand lost 2,0 g kaliumcarbonaat op tot 200 mL water. Bereken de molariteit van het kaliumion in de oplossing  
(molmassa= 138,21  g/mol)
(tussenantwoord 1= 0,014...mol)
(tussenantwoord 2 =0,072.. mol/L)
eindantwoord= 0,14 mol/L

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Verdunnen 

Slide 9 - Tekstslide

verdunningen 

Slide 10 - Tekstslide

basisregel verdunnen
Als de concentratie of molariteit x keer zo klein wordt...

...dan wordt het volume x keer zo groot.

(voor de natuurkundigen: omgekeerd evenredig verband) 

Slide 11 - Tekstslide

Opgave 
Tim heeft een 3,0 M glucoseoplossing. Hij neemt hiervan 10 mL en verdunt dit tot 60 mL. Bereken de molariteit van de eindoplossing.

Slide 12 - Tekstslide

Opgave
Tim neemt van een 3,0 M calciumnitraatoplossing 10 mL en verdunt deze tot 250 mL. Bereken de molariteit van de nitraationen in de eindoplossing. 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide