Loopbaanleren: wie ben ik?
Loopbaanleren: wie ben ik?
Open eenvoudig en dichtbij: school gaat niet alleen over vakken, maar ook over ontdekken wat bij je past voor later.
Dit ga ik leren
Ik kan uitleggen wat loopbaanleren is en waarom we dit op school doen
Ik snap waarom kijken naar mijn kwaliteiten en talenten mij helpt om te ontdekken wat bij mij past.
Deze slide heeft geen instructies
Loopbaanleren - wat is dat?
JE LEERT NADENKEN OVER JOUW TOEKOMST
KEUZES MAKEN VOOR STAGE, WERK, OPLEIDING
Je kijkt naar drie dingen:
Wie ben ik?
Wat kan ik?
Wat wil ik?
Daarna kijk je ook:
Wie kan mij helpen?
Hoe zet ik een volgende stap?
Deze slide sluit aan bij het loopbaanwiel uit de bijlage.
Aan welke woorden denk jij bij jouw toekomst?
Gebruik de woorden als start: koppel terug naar toekomst, keuzes, werk, school en ontdekken wie je bent.
Waarom doen we loopbaanleren op school?
Om jezelf te kennen
Om meer huiswerk te krijgen
Om sneller klaar te zijn
Om cijfers te vervangen
Toetst het doel van de eerste uitlegslides: jezelf leren kennen en later beter keuzes maken.
Maak de samenvatting compleet
Bij loopbaanleren denk je na over je toekomst. Op school leer je ook jezelf beter kennen. Je kijkt naar wat je kunt en wat bij je past. Daarna kun je beter kiezen voor later.
Woorden komen rechtstreeks uit de eerste inhoudsblokslides.
1. Wat zijn jouw kwaliteiten?
Je denkt na over:
waar je goed in bent
wat goed gaat bij jou
welke talenten je hebt
wat anderen vinden dat jij goed kunt
Deze slide heeft geen instructies
Kwaliteitenreflectie
Nadenken over jouw kwaliteiten en talenten
Deze slide heeft geen instructies
Hoe was jullie weekend?
Open eenvoudig en dichtbij: school gaat niet alleen over vakken, maar ook over ontdekken wat bij je past voor later.
Kwaliteitenreflectie
Deze slide heeft geen instructies
Wat vind jij leuk om te doen? Kies 2 dingen
Gebruik de woorden als start: koppel terug naar toekomst, keuzes, werk, school en ontdekken wie je bent.
Waar ben je goed in? Kies drie kwaliteiten
Gebruik de woorden als start: koppel terug naar toekomst, keuzes, werk, school en ontdekken wie je bent.
Ik laat mijn kwaliteit zien als ik......
Gebruik de woorden als start: koppel terug naar toekomst, keuzes, werk, school en ontdekken wie je bent.
2. Waar word jij enthousiast van?
Je denkt na over:
wat jij belangrijk vindt
waar je blij van wordt
wat jou energie geeft
wat jij graag doet
Deze slide heeft geen instructies
Gebruik eenvoudige voorbeelden uit stage, praktijkvakken of beroepen die leerlingen kennen.
Werkexploratie = waar ben ik op mijn plek
Je onderzoekt:
welke beroepen er zijn
welke beroepssectoren er zijn
wat past bij mij
Gebruik eenvoudige voorbeelden uit stage, praktijkvakken of beroepen die leerlingen kennen.
Beroep:
Een beroep is werk dat je doet om geld te verdienen
Gebruik eenvoudige voorbeelden uit stage, praktijkvakken of beroepen die leerlingen kennen.
Wat is geen beroep?
Kok
Oma helpen in de tuin
Stratenmaker
Dokter
Controleert of leerlingen de vijf loopbaancompetenties uit elkaar houden.
Beroepssectoren
Een beroepssector is een groep beroepen die bij elkaar horen.
Gebruik eenvoudige voorbeelden uit stage, praktijkvakken of beroepen die leerlingen kennen.
Noem zoveel mogelijk beroepen
Gebruik de woorden als start: koppel terug naar toekomst, keuzes, werk, school en ontdekken wie je bent.
Beroepssectoren
Wat betekent een beroep?
Wat betekent beroepssector?
Welke beroepssectoren zijn er allemaal
Gebruik eenvoudige voorbeelden uit stage, praktijkvakken of beroepen die leerlingen kennen.
Gebruik eenvoudige voorbeelden uit stage, praktijkvakken of beroepen die leerlingen kennen.
Noem zoveel mogelijk beroepssectoren
Gebruik de woorden als start: koppel terug naar toekomst, keuzes, werk, school en ontdekken wie je bent.
4. Loopbaansturing
Je leert:
doelen kiezen
kleine stappen zetten
plannen maken
bijsturen als iets niet past
Leg uit dat loopbaansturing niet groot hoeft te zijn: ook 'ik ga vragen of ik mee mag kijken' is een stap.
5. Netwerken
Je hoeft het niet alleen te doen.
Je kunt hulp krijgen van:
ouders of verzorgers
docenten
stagebegeleiders
mensen uit werk of opleiding
Maak netwerken klein en veilig: het betekent vooral praten met mensen die je iets kunnen laten zien of uitleggen.
Vul de woorden in
Bij kwaliteitenreflectie denk je na over waar je goed in bent. Bij motievenreflectie denk je na over wat jij belangrijk vindt. Bij werkexploratie onderzoek je welke taken en soorten werk er zijn. Bij netwerken vraag je hulp aan andere mensen.
Drie kernbegrippen uit het blok over de vijf loopbaancompetenties.
Inzoomen: kwaliteitenreflectie
Kwaliteitenreflectie gaat over jouw sterke kanten.
Je kijkt niet alleen naar schoolcijfers, maar ook naar wat jij handig, slim of goed aanpakt.
Benadruk dat kwaliteiten ook zichtbaar zijn in gedrag, samenwerken, doorzetten of netjes werken.
Wat zijn kwaliteiten?
Kwaliteiten zijn dingen die bij jou passen en die je goed kunt.
Voorbeelden:
goed luisteren
rustig blijven
netjes werken
handig zijn met je handen
goed samenwerken
Maak onderscheid tussen 'iets leuk vinden' en 'ergens goed in zijn'; dat komt later samen, maar is niet hetzelfde.
Zo ontdek je je kwaliteiten
Let op momenten waarop jij:
iets snel begrijpt
iets goed afmaakt
complimenten krijgt
anderen helpt
trots bent op jezelf
Vraag eventueel mondeling om voorbeelden uit stage, praktijkles, sport of thuis, zonder er een opdracht van te maken op de slide.
Kwaliteiten zie je in gedrag
Op tijd zijn kan laten zien dat je betrouwbaar bent.
Doorzetten kan laten zien dat je niet snel opgeeft.
Goed helpen kan laten zien dat je sociaal bent.
Achter gedrag zit vaak een kwaliteit.
Deze vertaalslag helpt leerlingen die hun kwaliteiten nog niet in woorden kunnen noemen.
Waarom is dit belangrijk?
Als je weet waar je goed in bent:
krijg je meer zelfkennis
kun je beter keuzes maken
kun je uitleggen wat bij jou past
zie je sneller welk werk kan passen
Deze slide heeft geen instructies
Noem één kwaliteit van jezelf.
Bespreek antwoorden zoals: goed luisteren, netjes werken, op tijd zijn, helpen, doorzetten, rustig blijven. Het gaat om gedrag dat een kwaliteit laat zien.
Wat kan op tijd zijn laten zien?
Sociaal zijn
Betrouwbaar zijn
Druk zijn
Nieuwsgierig zijn
Sluit aan bij de slide 'Kwaliteiten zie je in gedrag'.
Waar zie jij jouw kwaliteiten het vaakst?
In de les
Op stage
Thuis
Bij sport
Deze slide heeft geen instructies
Inzoomen: motievenreflectie
Motievenreflectie gaat over wat jij belangrijk en leuk vindt.
Het gaat om de vraag: waar krijg ik energie van?
Leg uit dat motieven niet alleen over hobby's gaan, maar ook over hoe en waarom iemand graag werkt.
Wat zijn motieven?
Motieven zijn redenen waarom iets bij jou past.
Voorbeelden:
graag met mensen werken
iets willen maken
anderen willen helpen
rust fijn vinden
afwisseling belangrijk vinden
Deze slide heeft geen instructies
Wat geeft jou energie?
Denk aan momenten waarop jij:
enthousiast bent
de tijd vergeet
graag meedoet
benieuwd bent naar meer
met plezier terugkijkt
Sommige leerlingen herkennen energie beter dan 'motivatie'. Gebruik beide woorden kort als nodig, maar houd 'energie' als hoofdterm op de slide.
Motieven verschillen per persoon
De één houdt van:
actie en bewegen
De ander houdt van:
rust en overzicht
Allebei kunnen goed zijn. Het gaat om wat bij jou past.
Voorkom waardeoordeel: geen motief is beter dan een ander.
Kwaliteiten en motieven samen
Een goede richting past vaak bij twee dingen:
je kunt het redelijk goed
je wordt er enthousiast van
Dan is de kans groter dat iets bij je past.
Maak duidelijk dat passend werk niet perfect hoeft te zijn; het gaat om een goede match, niet om één ideale baan.
Waar gaat motievenreflectie vooral over?
Wat je vergeet
Wat je leuk vindt
Wie je kent
Waar je woont
Kern van dit blok: wat geeft jou energie en wat vind jij belangrijk.
Maak de tekst compleet
Motieven zijn redenen waarom iets bij jou past. Je denkt na over wat jou energie geeft. Een goede richting past vaak bij wat je kunt en waar je enthousiast van wordt.
Herhaalt de kernzin van de laatste slides: kunnen én enthousiast worden.
Waar krijg jij energie van?
Bespreek antwoorden als: helpen, maken, bewegen, rust, samenwerken, afwisseling. Laat leerlingen koppelen aan wat energie geeft.
Wat heb jij vandaag geleerd?
Laat leerlingen in eigen woorden terugkijken op de les. Voorbeelden: kwaliteiten, motieven, keuzes maken, hulp vragen.
Wat hielp jou het meest?
Metacognitieve afsluiting. Mogelijke antwoorden: voorbeelden, uitleg, eigen situaties, praten met klasgenoten.
Woordenlijst
loopbaanleren - leren nadenken over jezelf, je toekomst en passende keuzes
loopbaancompetenties - vaardigheden om goede keuzes voor school en werk te leren maken
kwaliteitenreflectie - nadenken over waar je goed in bent
motievenreflectie - nadenken over wat jij belangrijk, leuk en passend vindt
werkexploratie - onderzoeken welk werk en welke taken er zijn
loopbaansturing - doelen kiezen en stappen zetten
netwerken - hulp en informatie vragen aan andere mensen
Deze slide heeft geen instructies