M5 Krachten Proeftoetsje

M5 Onzichtbare krachten
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

M5 Onzichtbare krachten

Slide 1 - Tekstslide

Inloggen
Zoek in de browser op lessonup.app/




                                                                  
                                                                   Inloggen gebruik je eigen naam!

timer
1:00
Let op de timer!

Slide 2 - Tekstslide

Krachten
Krachten kunnen we niet zien. We merken wel de gevolgen van een kracht.
Een kracht kan :
                                   -   een voorwerp op zijn plaats houden 
                                        of met constante snelheid laten bewegen.
                                   -   een voorwerp versnellen of vertragen
                                   -   de bewegingsrichting van een voorwerp veranderen
                                   -   een voorwerp vervormen (plastisch of elastisch)

Slide 3 - Tekstslide

zwaartekracht
De aarde trekt voorwerpen aan met de zwaartekracht
Op een voorwerp van 1 kg werkt een zwaartekracht van 10 N 
Fz (N)= m (kg) x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 49,05 N
Fz = 5 x 9,81 = 49,05 N 

Slide 4 - Tekstslide

Wat voor kracht werkt hier?
A
Magnetische kracht
B
Elektrische kracht
C
Spierkracht
D
Spankracht

Slide 5 - Quizvraag

Spierkracht
Windkracht
Wrijvingskracht
Zwaarte<div>kracht</div>
Magnetische<div>kracht</div>
Een bungee jumper laat zich vallen
De deur van de koelkast sluit
Het draaien van de wieken van een molen
Je fiets stopt in rul zand
Een speerwerper werpt een speer

Slide 6 - Sleepvraag

Het symbool van massa is...
A
m
B
M
C
v
D
V

Slide 7 - Quizvraag

massa vs gewicht
Alles heeft een massa.
Alles op aarde ondervindt zwaartekracht,
of de aarde trekt aan de massa en dat heet gewicht.
Op de aarde/maan/jupiter of welke planeet
dan ook is een massa hetzelfde.
Maar het gewicht niet, dat is afhankelijk
van waar het gemeten wordt.

Slide 8 - Tekstslide

De eenheid van kracht is ..... Het symbool voor kracht is .....
A
F ; N
B
Newton ; n
C
newton ; N
D
newton ; F

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de resultante kracht?
(netto kracht)
A
290 N rechts
B
290 N links
C
50 N rechts
D
50 N links

Slide 10 - Quizvraag

Kracht A is 250N en Kracht B is 400N.
Wat is de resultante kracht als beide krachten in dezelfde richting werken?
A
150 N
B
650 N
C
-150 N
D
-650 N

Slide 11 - Quizvraag

Massa bepaal je met een
A
liniaal
B
geodriehoek
C
weegschaal
D
maatcilinder

Slide 12 - Quizvraag

Wat voor kracht werkt hier?
A
Magnetische kracht
B
Elektrische kracht
C
Zwaartekracht
D
Kleefkracht

Slide 13 - Quizvraag

Hieronder zie je een formule. Probeer deze formule te herschrijven zodat je de "G" uitrekent. 
J= G/K

J
G
K
=
/
X
+
-

Slide 14 - Sleepvraag

Een onbekende drie letterformule ombouwen. X= 134 x f
Wat is f?

Slide 15 - Open vraag

Een onbekende drie letterformule ombouwen.
z/b= 14
Wat is b?

Slide 16 - Open vraag

Symbool voor kracht
Symbool voor massa
Eenheid voor kracht
Eenheid voor gewicht
Eenheid voor massa
m
kg
F
N
N

Slide 17 - Sleepvraag

Welke krachten zie je hier?

Slide 18 - Open vraag

De massa van Kees is 80 kg op aarde. Wat is de massa van Kees op Jupiter?

Slide 19 - Open vraag

Een halfvolle fles heeft een massa van 600 gram.
Bereken de zwaartekracht Fz op de fles.

Slide 20 - Open vraag


Wat is de maximale kracht die met deze krachtmeter gemeten kan worden?

Slide 21 - Open vraag

Slide 22 - Video

Kracht tekenen
Een kracht tekenen we met behulp van een vector.
Een vector is een pijl met 3 eigenschappen.
Deze pijl heeft een :
  - aangrijpingspunt: punt waar de kracht op het
      voorwerp werkt
  - richting: richting waarin de kracht werkt
  - lengte: grootte van de kracht

Slide 23 - Tekstslide

Krachten kun je tekenen als een pijl.
Wat geeft de lengte van de pijl aan?
A
de richting waarin de kracht werkt
B
de grootte van de kracht
C
de plek waar de kracht aangrijpt
D
de dikte van de kracht

Slide 24 - Quizvraag


In welke tekening is de zwaartekracht juist getekend.
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 25 - Quizvraag

Ik wil de zwaartekracht van 30 Newton bij het gewicht tekenen. Hoe groot moet de pijl zijn en waar moet ik die tekenen. De schaal is 1 cm = 10 N
A
Vanuit de onderkant een pijl van 3 cm
B
Vanuit het midden van het gewicht een pijl van 4 cm
C
Vanuit het midden van het gewicht een pijl van 3 cm
D
Vanuit de onderkant een pijl van 4 cm

Slide 26 - Quizvraag

Een steen oefent een kracht uit op de hand van 15 N
Wat is de lengte van de pijl die je moet tekenen?
A
1 cm
B
3 cm
C
5 cm
D
15 cm

Slide 27 - Quizvraag

Tekenen van krachten.
De schaal is 1 cm = 10 N
Hoeveel Newton is 3 cm?

Slide 28 - Open vraag


kan met deze krachtmeter/veerurnster een massa van 1,5 kg worden gemeten?

Slide 29 - Open vraag


Welk onderdeel hoort niet bij het tekenen van een kracht?
A
Aangrijpingspunt
B
Lengte van pijl
C
Richting van pijl
D
Dikte van pijl

Slide 30 - Quizvraag

Neem over!
Grootheid
Symbool
Eenheid
Formule

Zwaartekracht


Fz

N

Massa


m

kg
gravitatieconstante

g
N/kg
m=​g​​F​z​​​​
F​z​​=m⋅g
g=​m​​F​z​​​​

Slide 31 - Tekstslide

Werken met formules
m=​g​​F​z​​​​
g=​m​​F​z​​​​
F​z​​=m⋅g
3=​2​​6​​
2=​3​​6​​
6=3.2
1 vergelijking met 3 onbekenden
Weet je twee; dan kun je de andere uitrekenen

Slide 32 - Tekstslide


Wat is de maximale kracht die met deze krachtmeter gemeten kan worden?

Slide 33 - Open vraag

Hoe groot is de zwaartekracht op een voorwerp met een massa van 15 kg?
Fz = m x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 50 N
Fz = 5 x 10 = 50 N 
Fz = m x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 50 N
Fz = 5 x 10 = 50 N 

Slide 34 - Open vraag

Tekenen van krachten.
De schaal is 1 cm = 5 N
Hoeveel Newton is 3 cm?

Slide 35 - Open vraag

Hoe zwaar is een voorwerp wanneer de zwaartekracht 200 N is?
Fz = m x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 50 N
Fz = 5 x 10 = 50 N 
Fz = m x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 50 N
Fz = 5 x 10 = 50 N 

Slide 36 - Open vraag

Tekenen van krachten.
De schaal is 1 cm = 10 N
Hoeveel cm is 100 N?

Slide 37 - Open vraag

Zwaartekracht  
Kracht
waarmee
de aarde
voorwerpen
aantrekt.
Opgave gisteren:
Een halfvolle fles heeft een massa van 600 gram.
Bereken de zwaartekracht Fz op de fles.

Slide 38 - Tekstslide

Hoe groot is de zwaartekracht op een voorwerp met een massa van 50 kg?
Fz = m x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 50 N
Fz = 5 x 10 = 50 N 
Fz = m x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 50 N
Fz = 5 x 10 = 50 N 

Slide 39 - Open vraag

Hoe zwaar is een voorwerp wanneer de zwaartekracht 200 N is?
Fz = m x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 50 N
Fz = 5 x 10 = 50 N 
Fz = m x 10
op een voorwerp met een massa van 5 kg werkt een zwaartekracht van 50 N
Fz = 5 x 10 = 50 N 

Slide 40 - Open vraag

Tekenen van krachten.
De schaal is 2 cm = 20 N
Hoeveel cm is 100 N?

Slide 41 - Open vraag

Slide 42 - Video


Wat is de maximale kracht die met deze krachtmeter gemeten kan worden?

Slide 43 - Open vraag

Zwaartekracht

Slide 44 - Tekstslide

Heb je nog vragen?
schrijf ze op en stel ze aan je docent.

Slide 45 - Woordweb