Analyseren literatuur

Literatuuranalyse
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

Literatuuranalyse

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Met deze LessonUp oefen je:
  • met het toepassen van literatuurtheorie.
  • met het analyseren van literatuurtheorie.

Slide 2 - Tekstslide

Literatuuranalyse
  • Wat is analyseren?
  • Hoe kun je analyseren?

Slide 3 - Tekstslide

Wat is analyseren?
Tijdens het analyseren van literatuur koppel je de literatuurtheorie aan het gelezen werk. Je analyseert bijvoorbeeld een tekst op het gebied van verteller. Wanneer je weet welke vorm van verteller aanwezig is, kun je een stap verder gaan. Je koppelt niet alleen de literatuurtheorie aan het verhaal, maar je analyseert ook de effecten en de invulling van het verhaal.

Slide 4 - Tekstslide

Hoe kun je analyseren?
De uitwerking van een analyse kan plaatsvinden van het niveau onvoldoende tot uitmuntend:
1. Benoemen
onvoldoende
2. Benoemen + toelichten
onvoldoende/matig
3. Benoemen + toelichten + onderbouwen
matig/voldoende
4. Benoemen + toelichten + onderbouwen + diepere analyse
voldoende

Slide 5 - Tekstslide

Hoe kun je analyseren?
Benoemen
  • Je benoemt bijvoorbeeld alleen welk perspectief er is toegepast. Je maakt geen koppeling aan het verhaal.
  • Het blijft onduidelijk hoe jij de verteller terugziet in het verhaal.
  • Voorbeeld: In het verhaal De leraar (2009)  is er sprake van een ik-verteller.

Slide 6 - Tekstslide

Hoe kun je analyseren?
Benoemen + toelichten
  • Je benoemt bijvoorbeeld welk perspectief er is toegepast. Vervolgens leg je uit hoe je dit terugziet in het verhaal.
  • Je maakt een koppeling aan het verhaal, maar je blijft oppervlakkig.
  • Voorbeeld: In het verhaal De leraar (2009)  is er sprake van een ik-verteller. Je leest de gebeurtenissen vanuit de ogen van 'De kraai' waarbij de gebeurtenissen in de ik-vorm worden verteld. Zo vertelt hij aan het begin van het boek over zijn bijnaam De Kraai en zijn beroep als docent. Daarbij introduceert hij enkele eigenschappen van zichzelf.

Slide 7 - Tekstslide

Hoe kun je analyseren?
Benoemen + toelichten + onderbouwen
  • Je benoemt bijvoorbeeld welk perspectief er is toegepast. Vervolgens leg je uit hoe je dit terugziet in het verhaal. Je maakt een extra koppeling door te verwijzen naar een passend citaat. Je maakt een koppeling aan het verhaal en je betrekt de tekst erbij.
  • Voorbeeld: In het verhaal De leraar (2009)  is er sprake van een ik-verteller. Je leest de gebeurtenissen vanuit de ogen van 'De kraai' waarbij de gebeurtenissen in de ik-vorm worden verteld. Zo vertelt hij aan het begin van het boek over zijn bijnaam De Kraai en zijn beroep als docent. Daarbij introduceert hij enkele eigenschappen van zichzelf. 'Wellicht noemen ze me De Kraai omdat ik zwartglanzend haar heb. Ik ben geen ekster, maar een man van weinig woorden, en ook niet iemand die met zijn hoofd in de wolken loop (Koubaa, 2009, p  9).'

Slide 8 - Tekstslide

Hoe kun je analyseren?
Benoemen + toelichten + onderbouwen + diepere analyse
  • Je benoemt bijvoorbeeld welk perspectief er is toegepast. Vervolgens leg je uit hoe je dit terugziet in het verhaal. Je maakt een extra koppeling door te verwijzen naar een passend citaat
  • Je maakt een koppeling aan het verhaal en je betrekt de tekst erbij. Vervolgens verwijs je naar het effect van zo'n verteller eventueel aangevuld met een voorbeeld/citaat.
  • Voorbeeld: In het verhaal De leraar (2009)  is er sprake van een ik-verteller. Je leest de gebeurtenissen vanuit de ogen van 'De kraai' waarbij de gebeurtenissen in de ik-vorm worden verteld. Zo vertelt hij aan het begin van het boek over zijn bijnaam De Kraai en zijn beroep als docent. Daarbij introduceert hij enkele eigenschappen van zichzelf.  (Zie volgende dia.)

Slide 9 - Tekstslide

Hoe kun je analyseren?
Benoemen + toelichten + onderbouwen + diepere analyse
  • 'Wellicht noemen ze me De Kraai omdat ik zwartglanzend haar heb.  Ze hadden me beter De Mol kunnen noemen. Ik ben geen ekster, maar een man van weinig woorden, en ook niet iemand die met zijn hoofd in de wolken loop (Koubaa, 2009, p  9).'  Zo'n verteller zorgt ervoor dat de lezer zich gemakkelijk kan inleven in het personage. Je wordt als het ware meegenomen in het denken en handelen van het personage. Daarentegen zorgt een ik-verteller ook voor een onbetrouwbaar element. De ik-persoon kan namelijk dingen vertellen die niet waar zijn of dingen die hij zelf op een bepaalde manier beleeft maar die ‘in de realiteit van het boek’ niet zo zijn gebeurd. 'Op  mijn persoonlijke tijdlijn wordt die dag als 'het voorval' gemarkeerd.  Ik heb tegen de directeur gezegd wat ik moest zeggen en hem gevraagd er geen politie bij te betrekken (Koubaa, 2009, p. 8) .'  De kraai presenteert het voorval als een ongewone situatie. Hoe zijn omgeving hier daadwerkelijk over denkt, blijft onduidelijk. Dit zorgt voor een onbetrouwbare situatie. Gedurende het gehele verhaal blijft voor de lezer onduidelijk wat dit voorval is. Dit zorgt tevens voor een bepaalde spanning in het verhaal. 

Slide 10 - Tekstslide

LessonUp 'anlyse' afgerond

Slide 11 - Tekstslide