2 MAVO/HAVO Chapitre 0 : on y va!

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

   Bonjour & bienvenue 
Entrer c'est commencer!

Slide 2 - Tekstslide

Les règles
  •     Op tijd in de les, spullen mee
  •     Geen jas aan in de les
  •     Blijf van elkaar en elkaars spullen af
  •     Luister naar wie op dat moment het woord heeft

Slide 3 - Tekstslide

Startopdracht

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Le but
Aan het einde van de les...

  • hebben we twee opdrachten gemaakt en besproken,
  • weet je meer over Frankrijk door een quiz.

Slide 6 - Tekstslide


Page 10 et 11
M: opdr. 2 en 3a
H: blz. 6 en 7,  degene in je groep,  als laatste: docent.
T: maak de opdrachten binnen 10 minuten.
K: spreken, met je buur opdr. 3b proberen te doen!
timer
10:00

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Startopdracht



Filmpje "cliché!"

Slide 9 - Tekstslide

Questions
1. Wat zeggen de Fransen altijd volgens het filmpje? (stopwoord)
2. Welke typisch Franse dingen om te eten zijn er genoemd?
3. Hoe heet de typisch Franse pet? 
4. Wat voor kleding dragen de Fransen volgens "cliché!"


Slide 10 - Tekstslide

Tekst Frans lezen

*Thema van een tekst
*Bekende, onbekende woorden
*Eerste en laatste zin alinea's
*Belangrijke woorden/zinnen

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Faire
Prends ton livre, page 22, 23 et 24 !
Exercice 5a (lire, écouter) et ex. 6a

Woordenlijst vanaf blz. 50 als hulp.

Klaar: bespreken met buurman, ander vak of vooruit werken

timer
8:00

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

          À bientôt!
                                 Opruimen maar...

Slide 15 - Tekstslide

M'introduire en français
Je m'appelle / mon nom est ....
J'ai ..... ans.
J'ai un chat / chien / lapin ...


Weet je nog meer dingen in het Frans?

Slide 16 - Tekstslide

C'est à vous!

Comment tu t'appelles?
Tu as quel âge?
Tu as un frère ou une soeur?
Tu habites où?
Tu as été en vacances? Où?


Slide 17 - Tekstslide




On va jouer un quiz!


Hoeveel weet jij over Frankrijk
en het Frans in de wereld?

Slide 18 - Tekstslide












Log in op lesson up
Geen rare naam gebruiken natuurlijk
Geen gei(n)tjes!

Slide 19 - Tekstslide


Hoeveel mensen ter wereld
spreken er ongeveer Frans?
A
200 miljoen
B
300 miljoen
C
400 miljoen
D
500 miljoen

Slide 20 - Quizvraag


De belangrijkste talen
van de Europese Unie (EU) zijn Engels en ....
A
Duits
B
Italiaans
C
Frans
D
Spaans

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide


De hoeveelste
wereldtaal is Frans?
A
3e
B
4e
C
5e
D
6e

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide


In hoeveel landen is het Frans
een officiële taal?
A
5
B
9
C
17
D
29

Slide 25 - Quizvraag


Welk eten is
typisch Frans?
A
braadworst
B
paëlla
C
pizza
D
quiche

Slide 26 - Quizvraag


A
Du pain au chocolat , des croissants, des macarons
B
Du pain au chocolat, du pain sucré, des croissants

Slide 27 - Quizvraag



Hoe hoog is de Eiffeltoren?
A
134 meter
B
254 meter
C
324 meter
D
434 meter

Slide 28 - Quizvraag

La tour Eiffel
.... is 324 meter hoog, inclusief antenne. Zonder de antenne is de Eiffeltoren 317 meter.

Bijzonder: de Eiffeltoren is bij warm weer 18 tot 20 centimeter langer dan wanneer het koud is.

Slide 29 - Tekstslide

Hoeveel weet je al?
Versailles
Centre Pompidou
Notre Dame
Tour Eiffel
Arc de Triomphe
Sacré Coeur
Louvre

Slide 30 - Sleepvraag


Hoe heet dit rotsachtige eiland
in de Franse regio Normandië?
A
Pont du Gard
B
Mont Saint-Michel
C
Bassin d'Arcachon

Slide 31 - Quizvraag


Waar komt het typisch Franse broodje de "croissant" oorspronkelijk vandaan?
A
Turkije
B
Frankrijk
C
Oostenrijk
D
Zwitserland

Slide 32 - Quizvraag


Hoe heet de bergketen in
Zuid-Frankrijk op de grens met Spanje?
A
Alpen
B
Jura
C
Pyreneeën
D

Slide 33 - Quizvraag


Welk dier staat symbool
voor Frankrijk?
A
adelaar
B
haan
C
zwaan
D
tijger

Slide 34 - Quizvraag

Over dieren gesproken...

Slide 35 - Tekstslide

Sleep de
juiste vertaling naar elk dier
un oiseau
un chat
un chien
un éléphant
un poisson
une tortue

Slide 36 - Sleepvraag


Hoe heet de rivier die
Parijs doorkruist?
A
Loire
B
Moselle
C
Rhône
D
Seine

Slide 37 - Quizvraag


Qu'est-ce que
c'est ?
A
Éclair
B
Macarons

Slide 38 - Quizvraag

le croissant
la boulangerie
manger
le café
la confiture
le restaurant
la baguette

Slide 39 - Sleepvraag

Coq au vin
Escargots
Moules frites
Pot-au-feu
Croq monsieur

Slide 40 - Sleepvraag

Le crayon
Le livre
Le stylo
La gomme
Le sac à dos
L'agenda

Slide 41 - Sleepvraag


Wist je veel?
😒🙁😐🙂😃

Slide 42 - Poll



Ruim nu je spullen op,
en blijf zitten op je plek.



We gaan de les afsluiten.
De docent heeft het woord.

Slide 43 - Tekstslide