NAH

                                  NAH
                                                                                        Stephanie Koert
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

                                  NAH
                                                                                        Stephanie Koert

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis
Even een paar korte vragen rondom de anatomie van de hersenen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke hersenkwab is betrokken bij het plannen, organiseren, impulsbeheersing en gedrag?
A
Frontaal
B
Temporaal
C
Parietaal
D
Occipitaal

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke hersenkwab is betrokken bij de visus?
A
Frontaal
B
Temporaal
C
Parietaal
D
Occipitaal

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke hersenkwab is betrokken bij het gehoor?
A
Frontaal
B
Temporaal
C
Parietaal
D
Occipitaal

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Juist of onjuist?

De rechterhersenhelft stuurt de linkerzijde van het lichaam aan
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar in de hersenen wordt de bloeddruk en hartslag gereguleerd?
A
In de hersenstam
B
In de voorkwab van de grote hersenen
C
In de kleine hersenen
D
In de hypofyse

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat willen jullie deze periode graag behandelen over NAH?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hersengebieden en Functies
Belangrijkste hersengebieden:
  • Frontale kwab (executieve functies, persoonlijkheid
  • Pariëtale kwab (zintuiglijke informatie)
  • Temporale kwab (geheugen, taal)
  • Occipitale kwab (visuele verwerking)
  • Cerebellum (motorische coördinatie)
  • Hersenstam (basale lichaamsfuncties)

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
  • Klas in 6 groepen
  • Iedere groep kiest een hersenkwab (op de volgende dia)
  • Je maakt een poster met het gekozen hersengebied. Daarop uitgewerkt de volgende punten wat je tegen KAN komen als iemand hier schade oploopt: 
  1. Welke zichtbare gevolgen zie je
  2. Welke onzichtbare gevolgen zie je
  3. Welke lichamelijke uitval kan je zien

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vervolg opdracht
  1. Frontaalkwab
  2. Pariëtaalkwab
  3. Temporaalkwab
  4. Occipitaalkwab
  5. Hersenstam 
  6. Cerebellum 
  • Wees creatief! :-) max 30 min
  • Presenteren max 5 minuten

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jan zegt alles wat in hem opkomt, kan niet plannen en wordt snel boos.
Welke hersenkwab is waarschijnlijk aangedaan? Noem 2 kenmerken die daarbij passen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frontaalkwab
Gedragsveranderingen: Ontremming, ongeremdheid, verminderd empathisch vermogen en sociaal ongepast gedrag.
Cognitieve functies: Moeite met plannen, organiseren, initiatief nemen en concentratie.
Emotie en motivatie: Vlakke emoties of juist woede-uitbarstingen, verminderde motivatie (apathie).
Persoonlijkheid: Ingrijpende veranderingen in persoonlijkheid, soms "pseudopsychopathie" genoemd.
Spraak: Problemen met de spraakproductie. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw vergeet haar linkerarm te gebruiken en botst tegen objecten.
Welke hersenkwab past hierbij en waarom?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pariëtale kwab
Kenmerken en gevolgen van letsel in de pariëtale kwab:
Ruimtelijke problemen: Desoriëntatie, moeite met oog-handcoördinatie en het inschatten van afstand.
Sensomotorische stoornissen: Gevoelsstoornissen of verlamming aan de tegenoverliggende zijde van het letsel.
Cognitieve en taalkundige problemen: Problemen met rekenen (dyscalculie), lezen, schrijven (agrafie) en het vinden van woorden.
Aandacht en bewustzijn: Verminderde aandacht (neglect, vaak bij letsel in de rechterhersenhelft) en gebrek aan ziekte-inzicht . 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cliënt onthoudt afspraken niet en begrijpt gesprekken slecht.
Welke functies zijn waarschijnlijk verstoord?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Temporaalkwab
Geheugenproblemen: Met name moeite met het registreren en ophalen van informatie, vaak door beschadiging van de hippocampus.
Taal- en spraakstoornissen: Problemen met het begrijpen van gesproken taal (receptieve afasie).
Gehoor en auditieve verwerking: Overprikkeling door geluid of moeite met geluiden herkennen.
Visuele herkenning: Problemen met het herkennen van gezichten (agnosie) of voorwerpen.
Emotie en gedrag: Veranderde persoonlijkheid, stemmingswisselingen, angst of dwanghandelingen.
Epilepsie: Schade aan dit gebied kan leiden tot temporaalkwab-epilepsie. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cliënt heeft slikproblemen en wisselend bewustzijn.
Waarom is schade aan dit gebied ernstig?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hersenstam
Locatie: Onderin de hersenen, overgang naar ruggenmerg.
Gevolgen: Acute levensbedreigende situaties, temperatuurontregeling, slikstoornissen en coma.
Symptomen: Duizeligheid, evenwichtsstoornissen, dubbelzien en spraakproblemen.
Oorzaken: Hersenstam-infarct, hersenbloeding of trauma. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cliënt loopt wankel en laat vaak dingen vallen.
Welk hersengebied is betrokken en waarom?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cerebellum
Motorische ataxie: Problemen met de coördinatie van bewegingen, snelheid, kracht en ritme (bijv. moeite met fijne motoriek, schrijven).
Evenwichtsstoornissen: Zwalkend looppatroon en een verhoogd risico op vallen.
Cerebellair Cognitief Affectief Syndroom (CCAS): Gevolgen voor het denken (planning, taal) en emoties (vlakke emoties, depressie, angst).
Oogbewegingsstoornissen: Dubbelzien of moeite met het volgen van bewegende beelden. 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen traumatisch en niet-traumatisch hersenletsel?
  • Schrijf de verschillende oorzaken bij deze vormen van hersenletsel op.(traumatisch en niet-traumatisch)
  • 5  minuten
  • Klassikaal bespreken

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken van NAH
Traumatisch hersenletsel:
  • Verkeersongevallen
  • Valincidenten
  • Geweld/mishandeling
  • Sportletsels
  • TS (Tentamen suïcide)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken van NAH
Niet-traumatisch hersenletsel:

  • CVA (beroerte)
  • Hersentumoren
  • Zuurstoftekort (hypoxie)
  • Infecties (meningitis, encefalitis)
  • Intoxicaties (alcohol, drugs)
  • Dementie
  • Epilepsie

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frontale kwab: 
                                                                    

Impulsiviteit
Verminderde motivatie
Planningsproblemen
Gedragsveranderingen
Gebrekkige emotieregulatie


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Pariëtaal kwab 
Neglect (verwaarlozing van één lichaamshelft)
Verminderd ruimtelijk inzicht
Problemen met rekenen
  • Cerebellum:
Evenwichtsproblemen
Coördinatieproblemen
Onduidelijke spraak (dysartrie)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Temporale kwab:
Geheugenproblemen
Taalproblemen (afasie)
Veranderde emotionele reacties

  • Occipitale kwab:
Gezichtsvelduitval
Visuele agnosie (niet herkennen wat je ziet)
Hallucinaties

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noteer:
  • Schrijf zoveel mogelijk gevolgen op van NAH
  • Zowel zichtbare als onzichtbare gevolgen
  • Misschien begeleid je een client met NAH bij wie je deze kenmerken herkent?

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Het zorgt voor energie, focus en prikkelt je lichaam en geest. Zolang je hersenen voldoende rust en ruimte krijgen om te herstellen, is er niks aan de hand.

Tijdens deze reactie maken je hersenen stresshormonen aan, zoals adrenaline en cortisol. Door deze hormonen komt er energie vrij.

Mannen hebben gemiddeld 23 miljard zenuwcellen in de grote hersenen en vrouwen 19 miljard

Maar de hersencellen van vrouwen hebben meer verbindingen en een hogere verbranding.

Genen spelen een rol bij hoeveel slaap je nodig hebt

 hoeveelheid cortisol bepaalt hoeveel stress je hebt. Lagere hoeveelheid cortisol zorgt voor minder stress en dat is weer goed voor je slaap
Herkenning?
  • Maak de opdracht die in teams staat 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Ook spraakcentrum van Broca genoemd. Een deel van de hersenschors dat betrokken is bij de verwerking van taal. Het zorgt in het bijzonder voor de spraak en ook voor het in stilte tegen zichzelf praten, maar het is niet het enige hersengebied dat hiervoor verantwoordelijk is.

Wat is het verschil tussen het gebied van Wernicke en het gebied van Broca?
Broca ontdekte op deze manier een verband tussen een deel van de hersenen en het vermogen om te kunnen spreken. Wernicke op zijn beurt ontdekte dat er een verband bestond tussen een ander deel van de hersenen en het vermogen om spraak te begrijpen.

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ziekte van Wernicke
  • Complicatie alcoholverslaving
  • Tekort vitamine B1 door slechte voeding
  • Sufheid, verwardheid, verlamming oogspier, loopstoornis, bewustzijnsdaling tot soms coma
  • Vaak acuut, soms mild verloop
  • Behandeling: Thiamine injecties of via infuus en goede voeding
  • Let op refeedingsyndroom
Syndroom van Korsakov
  • Na de acute fase van Wernicke hebben cliënten het syndroom van Korsakov
  • Schade hersenen is permanent
  • Soms kan je vaardigheden wel aanleren
  • Geheugenstoornissen
  • beperkt ziekte-inzicht
  • Moeite met uitvoeren dagelijkse bezigheden 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actie! 
• Maak groepjes van 3 of 4
• Per groepje beoordeel je de casus die word gespeeld
• Schrijf op wat je ziet en aan welk deel van de hersenen je denkt waar het probleem zit
• Welke gevolgen passen hierbij?
• Welke gedragsverandering zie je en welke functionele beperkingen?
• Hoe benader je deze cliënt op de juiste manier? Probeer maar.
• Wat kan het gevolg zijn van een verkeerde benadering?
• Wat is de impact voor de cliënt in het dagelijks leven en voor de familie en de omgeving?
• Klassikaal bespreken

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen?

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies