meervoudsregels en uitzonderingen

doel van deze les
Aan het eind van deze les ken je..
1. De regels voor het meervoud.
2. Een aantal uitzonderingen ( woorden die eindigen op:
 - ee/-heid en - eur.
3. Weet je ook welke woorden - eren hebben in het meervoud (eieren)
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISKMBO

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

doel van deze les
Aan het eind van deze les ken je..
1. De regels voor het meervoud.
2. Een aantal uitzonderingen ( woorden die eindigen op:
 - ee/-heid en - eur.
3. Weet je ook welke woorden - eren hebben in het meervoud (eieren)

Slide 1 - Tekstslide

Wat is het meervoud van plant?
1 plant, 2.........
A
plants
B
plantes
C
planten
D
plantens

Slide 2 - Quizvraag

Wat is het meervoud van tijd?
1 tijd, 2 ........
A
tijdens
B
tijds
C
tijds
D
tijden

Slide 3 - Quizvraag

Wat is het meervoud van boek?
1 boek, 2.........
A
boeks
B
boeken
C
boekes
D
boekt

Slide 4 - Quizvraag

boeken, tijden, planten.....
Wat is dus de regel voor meervoud?

Slide 5 - Open vraag

de regel(1):
Meestal komt er: - en achter het woord als je meervoud maakt.
Dat is simpel!
Let wel op de spelling van lange en korte klank - woorden : boom - bomen
 roos - rozen 
bos - bossen
golf - golven

Slide 6 - Tekstslide

Type het meervoud van haven.

Slide 7 - Open vraag

Type het meervoud van machine.

Slide 8 - Open vraag

meervoud van vinger?

Slide 9 - Open vraag

meervoud van vakantie?

Slide 10 - Open vraag

meervoud van tafel?

Slide 11 - Open vraag

regel 2:meervoud : meisjes/ tafels/jongens/vakanties/ vingers....dus de regel is?

Slide 12 - Open vraag

de regel (2):
Na  - je/ - el / -en / -er/ - ie
zet je een S achter het woord om meervoud te maken

Slide 13 - Tekstslide

meervoud op <b>-s</b>
meervoud op<b> -en</b>
café
kleur
glas
schilderij
beest
broer
emmer
acteur
gordijn
kamer
matras
zaal
kleed
brief
jongen

Slide 14 - Sleepvraag

meervoud van: koe, stad, zee

Slide 15 - Woordweb

meervoud van dag, glas, weg

Slide 16 - Woordweb

meervoud van : kind, blad,ei

Slide 17 - Woordweb

Onthouden:
Meervoud:
1) Meestal   - en achter het woord 
2) Na -e, -el, -er, -en, - ie ( -em, -eau) op -s
en 3)  de onregelmatige woorden leer je uit je hoofd.
( ei, koe, blad, stad, overheid

Slide 18 - Tekstslide

meervoud van taxi:
A
taxies
B
taxis
C
taxien
D
taxi's

Slide 19 - Quizvraag

meervoud van oma?
A
omas
B
omie
C
omaen
D
oma's

Slide 20 - Quizvraag

meervoud van baby?
A
babies
B
baby's
C
babys
D
balen

Slide 21 - Quizvraag

Tekst
een -'s komt na woorden met aan het einde........(welke letters?)

Slide 22 - Woordweb

meervoud op -s
meervoud op -en
meervoud op 's
lepel
kleur
tekst
bloem
beest
broer
emmer
pasje
pyama
oma
paraplu
hobby
auto
gang

Slide 23 - Sleepvraag

regel 3:een -'s komt na:
-a
-o
-u
-i
-y

Slide 24 - Tekstslide

Het meervoud maak je..
     1) - en achter het woord
2) -s achter het woord
3) 's achter het woord
4) Uitzonderingen 
ei, koe, blad, stad, overheid, zee

Slide 25 - Tekstslide

Ik begrijp de regels bij meervouden....
Helemaal niet.
Een beetje.
Goed.
Heel goed.

Slide 26 - Poll