Wederkerende werkwoorden. Dagelijkse routines in het Spaans
Wederkerende werkwoorden. Dagelijkse routines in het Spaans
Vergelijking persoonlijke voornaamwoorden
Spaans
yo, tú, usted, él, ella, nosotros/as, vosotros/as, ustedes, ellos/ellas
ik, jij, u, hij, zij, wij, jullie, zij
Nederlands
Wat zijn wederkerende werkwoorden?
Wederkerende werkwoorden (verbos pronominales) gebruiken een wederkerend voornaamwoord, zoals bij 'me lavo' (ik was me).
Voorbeelden uit het dagelijks leven
Structuur in Spaans en Nederlands
In het Spaans staat het wederkerend voornaamwoord vóór het werkwoord: 'Me levanto'. In het Nederlands komt het erna: 'Ik was me.'
Niet-wederkerende werkwoorden
Niet alle werkwoorden zijn wederkerend. Bijvoorbeeld: 'trabajar' (werken), 'comer' (eten), 'salir' (vertrekken).