Basisstof 4

Basisstof 4
Reflexen en autonome zenuwstelsel
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Basisstof 4
Reflexen en autonome zenuwstelsel

Slide 1 - Tekstslide

Opdrachten huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Wat veroorzaakt de witte kleur van de witte stof van het ruggenmerg?

Slide 3 - Open vraag

Met welk nummer is de plaats aangegeven waar zich cellichamen van bewegingszenuwcellen bevinden?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 4 - Quizvraag

Ligt P aan de buikzijde of aan de rugzijde? Leg kort je antwoord uit.

Slide 5 - Open vraag

Geleidt uitloper R impulsen naar een effector of naar een receptor? Leg kort je antwoord uit.

Slide 6 - Open vraag

Bewuste en onbewuste reacties
Je animale zenuwstelsel regelt vooral bewuste reacties. Hierbij ontstaan impulsen in bewegingscentra van de grote hersenen, die worden doorgeleid naar de kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg.
Onbewuste reacties worden ook geregeld door je animale zenuwstelsel. Hierbij worden prikkels uit je omgeving verwerkt, maar je wordt je hier niet bewust van.

Slide 7 - Tekstslide

Reflexen
Een reflex is een vaste, snelle, onbewuste reactie op een bepaalde prikkel.

Slide 8 - Tekstslide

Reflexboog
De weg die impulsen afleggen bij een reflex noem je de reflexboog

De reflexbogen van hoofd en hals lopen via de hersenstam.
De reflexbogen van romp en ledematen lopen via het ruggenmerg.

Slide 9 - Tekstslide

Kniepeesreflex

Slide 10 - Tekstslide

Julia trapt in een punaise. Hierop volgt een reflex: zij trekt haar been omhoog. Wat is de prikkel voor de reflex?

Slide 11 - Open vraag

Beschrijf de reflexboog waarlangs bij deze reflex impulsen worden geleid.

Slide 12 - Open vraag

Wat zijn bij deze reflexboog de conductoren, receptoren en effectoren?

Slide 13 - Open vraag

Het autonome zenuwstelsel
  • Je autonome zenuwstelsel wordt niet beïnvloed door wat jij wil.
  • Het werk samen met het hormoonstelsel.
  • Regelt de werking van spieren en klieren.


Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Orthosympatisch deel
  • Je organen worden zó beïnvloed dat je activiteit kan verrichten.
  • Sommige organen gestimuleerd: hart, longen...
  • Sommige organen geremd: spijsverteringsorganen...

Slide 16 - Tekstslide

Parasympatisch deel
  • Je organen worden zó beïnvloed dat je in een staat van rust en herstel kan komen.
  • Sommige organen gestimuleerd: spijsverteringsorganen...
  • Sommige organen geremd: hart, longen...

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Innerveren
Innerveren: Alle organen (doelwitorganen) zijn verbonden met zenuwen om te beïnvloeden.

Dubbele innervatie: Alle organen zijn verbonden met 2 zenuwen van het autonome zenuwstelsel, één porto en één para.

Slide 19 - Tekstslide

Welk deel van het autonome zenuwstelsel is 's nachts het meest actief?
A
Orthosympatisch
B
Parasympatisch

Slide 20 - Quizvraag

Aan het werk!
Lees basisstof 4
Maak opdracht 29 t/m 34 digitaal

Slide 21 - Tekstslide