Opstanden op de plantages, deel II Curaçao , havo vwo

Slavernij in bronnen beschreven
Opstanden op de plantages 
deel II: Curaçao
Het n-woord wordt tot midden 20e eeuw volop gebruikt. Het is koloniaal en racistisch taalgebruik. Het wordt daarom als niet respectvol en kwetsend ervaren. 
In de oude archiefstukken in deze les kom je het dus nog wel tegen. 
In de notities staat extra uitleg en achtergrondinformatie. Leerlingen kunnen inloggen via de LessonUp-app.
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

Dit is een verdiepingsles (II van II) over slavernij en behandelt de opstanden op de plantages. Met behulp van originele bronnen leren de leerlingen meer over de opstand in Curaçao 1795 en hun leiders. Ze leren dat mensen in slavernij zich niet neerlegden bij hun situatie.

Instructies

Beide lessen duren ieder ongeveer 45 minuten.
In deze les II staat de opstand op Curaçao (1795) en de afschaffing van slavernij centraal. Deze les wordt afgesloten met reflecterende opdrachten. 
Indien u de eerste les niet behandeld hebt kunt u slide 3 overslaan. 

In de notities staat achtergrondinformatie over de les.
Lees van tevoren de docentenhandleiding. De leerlingen doen mee via de LessonUp-app. Geef ze inlogcode waarmee zij individueel op de vragen kunnen reageren.

Onderdelen in deze les

Slavernij in bronnen beschreven
Opstanden op de plantages 
deel II: Curaçao
Het n-woord wordt tot midden 20e eeuw volop gebruikt. Het is koloniaal en racistisch taalgebruik. Het wordt daarom als niet respectvol en kwetsend ervaren. 
In de oude archiefstukken in deze les kom je het dus nog wel tegen. 
In de notities staat extra uitleg en achtergrondinformatie. Leerlingen kunnen inloggen via de LessonUp-app.

Slide 1 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
Dit is een introductie op het onderwerp en biedt de mogelijkheid de voorkennis van de leerlingen te activeren.
2. Bespreek met de leerlingen
Deze les belicht aan de hand van originele archiefstukken opstanden van mensen in slavernij op Nederlandse plantages op Berbice (een voormalige kolonie van Nederland).
Wat weten jullie al van slavernij, van mensen in slavernij, wat weten jullie van plantages?
3. Opdracht
Laat de leerlingen kijken naar de prent.
Wat zien ze?
Wat valt ze op?
Welk perspectief had de maker?

4 Achtergrondinformatie
Deze gravure uit ca. 1770 zit in een van de boeken die John Gabriël Stedman schreef. Hij was een Schot-Nederlandse officier in het Nederlandse leger, die mee hielp aan het onderdrukken van een opstand in Suriname. In deze les worden meerdere gravures uit zijn boeken gebruikt. 
5 Taalgebruik
In deze les komt het n-woord vaak voor omdat gebruik gemaakt wordt van historische archiefstukken. Het woord werd gebruikt om naar zwarte mensen, Afrikanen te verwijzen.
Het n-woord is koloniaal en racistisch taalgebruik en wordt daarom tegenwoordig als kwetsend ervaren.
Meer informatie over taalgebruik:
Leerdoel

Na afloop weet je meer over slaafgemaakten,
dat ze zich niet bij hun situatie neerlegden en hoe de afschaffing van slavernij tot stand kwam
Leerdoel:
Na afloop weet je 
  • Meer over mensen die in slavernij leefden.
  • Dat ze in verzet kwamen tegen hun situatie.
  • Hoe de afschaffing van slavernij tot stand   kwam.

Slide 2 - Tekstslide

Doel van deze slide
Deze slide is bedoeld om de leerdoelen van deze les duidelijk te maken aan de leerlingen.


Van de opstand in Berbice 1763 
naar de opstand in Curacao 1795
Van de opstand in Berbice (1763)
naar de opstand op Curaçao (1795)
Berbice
Curaçao

Slide 3 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
Deze slide is bedoeld als verwijzing naar de vorige les over de Opstand op de plantages in Berbice en een verwijzing naar de Opstand op Curaçao.
Indien u de eerste les niet gedaan heeft slaat u deze slide over.
2. Bespreek met de leerlingen 
Hier kunt u nog de belangrijkste punten van de vorige les, de Opstand in Berbice kort bespreken en een relatie leggen naar een andere opstand, die op Curacao.

Overigens is de afstand tussen Berbice en Curaçao hemelsbreed ruim 1370 km.


Opstand op Curaçao 1795

Op 17 augustus start een grote opstand op Curaçao. Mensen in slavernij komen in verzet tegen het onmenselijk zware werk en de wrede mishandelingen.
Hun leider is Tula.
De opstand breidt zich snel uit over het hele eiland.

De opstand start op plantage Knip. 
Om Curaçao te kunnen verdedigen is bij de ingang van de haven een fort gebouwd, Fort Amsterdam. In het fort is ook de gevangenis ondergebracht. 
De pijl wijst naar een afbeelding van het fort. 
Op oude kaarten staat niet alleen een plattegrond, maar ook een aanzicht vanaf zee. Hiermee kun je Curaçao vanaf een schip herkennen. 
De pijl (van de windroos)  wijst naar het noorden.
Er staan meerdere windrozen op de kaart.

Slide 4 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
De context schetsen van Curaçao.
2. Bespreek met de leerlingen
de tekst en bekijk de hotspots / oogjes op de kaart. Inzoomen op de kaart is mogelijk.
3. Achtergrondinformatie
De opstand start als een groep van ongeveer 50 slaafgemaakten op plantage Knip in verzet komen. Tula heeft samen met anderen de opstand op verschillende plantages voorbereid. Op suikerplantage Santa Cruz komen mensen in opstand onder leiding van Bastian Carpata. Het verzet op de plantages in het noordwesten van Curaçao groeit uit tot ongeveer 1200 opstandelingen.
Op weg naar de hoofdstad Willemstad passeren ze vele plantages. Een aantal plantagehouders is uit angst gevlucht naar de stad. Tula en zijn mannen profiteren van de achtergelaten voorraden voedsel en water. Maar niet overal treffen zij verlaten plantages aan. Er vinden ook aanvallen en plunderingen plaats, waarbij niet alleen mensen bevrijd en wapens buitgemaakt worden, maar ook enkele slachtoffers vallen. Tijdens deze strijd sluiten steeds meer mensen zich aan bij Tula.
7 september 1795, Bemiddeling
Een priester bemiddelt tussen de opstandelingen en het Nederlands bestuur. Hij citeert Tula:
Wij zijn al te zeer mishandelt, wij zoeken niemand kwaad te doen, maar zoeken onze vrijheid, de fransche negers hebben hunne vrijdom bekoomen, Holland is ingenomen door de franschen, vervolgens moeten wij ook hier vrij zijn.
Dit archiefstuk is in slechte staat en aangetast door het klimaat, de tijd, beestjes en gebruik. 

Slide 5 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
De reden van de opstand bespreken.
2. Bespreek met de leerlingen
Een katholieke pater Jacobus Schinck, die al jaren op Curaçao woont en de taal (Papiaments) goed beheerst, gaat als onderhandelaar op bezoek bij Tula. Van deze ontmoeting maakt hij een verslag dat hij op 7 september 1795 aan de gouverneur stuurt. 
3. Meer uit het verslag van pater Schinck: 
'Heer Pater, komen alle mensen niet voort uit een vader Adam en Eva? Heb ik kwalijk gedaan dat ik 22 van mijn medebroeders verlost heb uit hun boeien, waarin zij onrechtvaardig geworpen waren? De Franse vrijheid heeft ons gediend tot torment. Als iemand van ons gestraft werd, werd hem telkens tegengeworpen ‘zoek jij ook je vrijheid?’ Eens werd ik vastgebonden. Ik riep zonder ophouden genade voor een arme slaaf. Toen ik uiteindelijk losgelaten werd liep het bloed uit mijn mond. Ik viel op de knieën en riep tot God, Oh God almachtig is het Uw wil dat wij zo mishandeld worden? Ah Pater, zelf een dier wordt beter behandeld dan wij. Als een beest een poot gebroken heeft wordt het verzorgd.'

Wat kun je hier uit afleiden?
A
Tula zoekt wraak
B
Tula wil niet meer mishandeld worden
C
Tula wil vrijheid
D
Tula wil Frans worden

Slide 6 - Quizvraag

1. Doel van deze slide
De leerlingen vullen in wat de belangrijkste reden van Tula is om in opstand te komen.
2. Opdracht
Het goede antwoord is C, Tula wil vrij zijn.


Waar verwijst Tula naar als hij spreekt over de Fransen? Wat zegt dit over Tula?
timer
1:30

Slide 7 - Open vraag

1. Doel van deze slide
De leerlingen leggen een relatie met de Bataafse Revolutie en weten dat Tula goed op de hoogte is van mondiale ontwikkelingen.
2. Opdracht
Dit is een open vraag. De leerlingen hebben 1.30 om de vraag te beantwoorden. U kunt de antwoorden met de leerlingen nabespreken.

De Nederlanders zetten Tula onder druk. Tula krijgt géén straf als hij de opstand stopt en iedereen weer aan het werk gaat.
Wat denk je dat hij kiest?
Weer aan het werk en geen straf
Hij zet de opstand voort
Andere keuze

Slide 8 - Poll

1. Doel van deze slide
De leerlingen verplaatsen zich in Tula en denken na over zijn motivatie .
2. Opdracht  
De leerlingen kunnen het niet weten, maar alleen vermoeden wat hij kiest. Daarom is deze vraag een ‘poll’. leerlingen kunnen zich bijvoorbeeld afvragen in hoeverre Tula de Nederlanders kan vertrouwen. Zou hij ongestraft kunnen terugkeren naar de plantage? 
Tula wordt gevangen genomen
Tula en zijn mede-leiders worden gevangen genomen en verhoord in Fort Amsterdam.

De Nederlanders willen dat hij bekent dat hij het bestuur van het eiland over wil nemen.
Daarom martelen ze hem. Er zijn vijf niveaus van pijniging. Pas bij de gruwelijkste martelingen geeft Tula toe.

zelfs tot de vijfde graad van pijniging over te gaan

Slide 9 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
De leerlingen realiseren zich dat slaafgemaakten die in opstand kwamen heel zwaar werden gestraft. 
2. Bespreek met de leerlingen
In opstand komen is echt een daad van moed en wanhoop, want als je niet slaagt zijn de consequenties heel ernstig. 
3. Achtergrondinformatie
Het begint met psychische marteling, oftewel dreigen om tot lichamelijke marteling over te gaan. Daarna wordt de gevangene op een pijnbank gelegd om met behulp van gewichten zijn ledematen uit te rekken. Als dat onvoldoende resultaat opleverde, kon dit uitrekken langduriger toegepast worden. Daarna gingen de ondervragers ertoe over de gevangene te slaan en in het laatste geval ook op allerlei andere manieren te martelen (de vijfde graad van pijniging). Tula heeft deze vreselijke pijnen tijdens zijn verhoren heel erg lang weten te doorstaan.

Hoeveel waarde ken jij toe aan de schuldbekentenis van Tula en waarom?

Slide 10 - Open vraag

1. Doel van deze slide
De leerlingen laten nadenken over de waarde van de bekentenis.

2. Bespreek met de leerlingen
Tula heeft enkel en alleen door de martelingen toegegeven dat hij de leiding van het eiland wil overnemen.
Het is een valse bekentenis.
Doodstraf
Tula en andere leiders van de opstand krijgen een gruwelijke doodstraf. 

Op 3 oktober 1795 is Tula vermoord. 

Hertaling: 'Tula als de leider van al die moordenaars, plunderaars, brandstichters en als eindverantwoordelijke voor de aangerichte verwoestingen.
Tula die inmiddels ook heeft toegegeven dat hij overal opdracht toe heeft gegeven. Daarom zou ik willen voorstellen om hem op een houten wiel vast te binden en hem dan al zijn botten te breken en zijn gezicht door vuur te laten verschroeien. Daarna zou dan zijn hoofd met een bijl afgehakt moeten worden. Zijn hoofd zou daarna op een wiel of een speciaal daarvoor gemaakte paal geprikt moeten worden. Dat wiel of die paal wordt dan neergezet op een plaats die U edelachtbare heren daarvoor geschikt vinden.'

Slide 11 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
Tula wordt ter dood veroordeeld, een gruwelijke dood.
2. Bespreek met de leerlingen
Bij het oogje kunt u de veroordeling lezen in een hertaling (modern Nederlands). De gruwelijke straf van Tula (geschreven als Thoula) is uitgebreid en tot in detail beschreven. Dit kan heftige reacties oproepen. U kunt ook vertellen dat de gruwelijke doodstraf expliciet beschreven wordt, zodat de leerlingen dit niet hoeven te lezen.
3 Mogelijke opdracht: 
De doodstraf wordt publiekelijk voltrokken. Waarom? Antwoord om een voorbeeld te stellen en zo te voorkomen dat nogmaals een opstand uitbreekt.

Laat de leerlingen nagaan hoe lang de opstand geduurd heeft.
Wat zegt dat over het veroordelingsproces?
17 augustus 1795 begint de opstand. Op 3 oktober is Tula vermoord, 6,5 weken na de start van de opstand.
4. Achtergrondinformatie
In de kantlijn wordt ook de straf van Nicolaas van Spransa, de broer (broeder) van Tula vermeld. Hij zal op het wiel worden gelegd en al zijn botten zullen worden gebroken. Dan krijgt hij de genadeklap en wordt hij van zijn kruis afgehaald.
Onder aan de pagina begint ook de veroordeling van Bastian Carpata, die de opstand op een andere plantage startte. 
Tula is een nationale held op Curaçao. Er zijn monumenten voor hem opgericht. Er is een film over hem gemaakt en een boek geschreven. 

Slide 12 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
Hoe kun je de herinnering aan iemand die al lang overleden is levend houden?
2. Bespreek met de leerlingen
Er zijn herinneringsmonumenten en een film over hem gemaakt en er is een boek over hem geschreven. Alles om hem niet te vergeten.
De link verwijst naar de trailer van de film Tula the revolt (duur 2 min). De symboliek van het monument: het losmaken van de boeien van mensen in slavernij.
3. Opdracht
Alles wat we weten van Tula komt uit de rechterlijke archieven, dat betreft nog geen 7 weken van zijn leven.
Hoe zou zijn leven er uitgezien kunnen hebben? Wat voor persoon was hij? Maak een beschrijving van zijn leven voor in je lesboek of een necrologie voor in de krant.
4. Achtergrondinformatie
Zelden lezen we echt iets van de hand van slaafgemaakten terug in staatsarchieven. Slaafgemaakten duiken alleen in deze archieven op, op het moment dat zij er toe doen volgens de mensen die de archieven vormden. In dit geval doen zij ertoe op het moment dat zij in opstand komen. Dit is de enige reden dat er over Tula geschreven is. Aangezien in opstand komen als criminele daad werd beschouwd, wordt erover Tula ook als een crimineel geschreven. Specifiek de schuldbekentenis is niet erg betrouwbaar: de machthebber wilde een voorbeeld stellen en zette alles op alles om een bekentenis aan Tula en zijn medestrijders te ontlokken.
Het moment dat we wél echt dicht bij Tula komen is in het verslag van de onderhandeling, waarin Tula (volgens Pater Schinck) zegt: “wij zijn al te zeer mishandeld, wij zoeken niemand kwaad te doen, wij zoeken onze vrijheid”. Het is onwaarschijnlijk dat de pater Tula deze woorden (op papier) in de mond heeft gelegd.
Nieuw reglement
Na de opstand komt er een nieuw slavenreglement. Plantage-eigenaren worden gedwongen beter voor de mensen in slavernij te zorgen. 
Het doel is de handel te behouden door opstanden te voorkomen.

Werktijden worden vastgelegd,
er moet voor eten en kleding gezorgd worden. Lijfstraffen mogen nog wel, maar de plantage-eigenaren mogen 'niet onmatig of onreedelijk' straffen.

Slide 13 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
Wat levert een nieuw reglement op en voor wie?
2. Bespreek met de leerlingen
Na de opstand komt er een nieuw reglement: de plantage-eigenaren moeten beter voor de slaafgemaakten op de plantage zorgen, zodat ze niet meer in opstand komen. Want dat is slecht voor de handel, er moet tenslotte producten geleverd worden, zodat winst gemaakt wordt.
Om toekomstige opstanden te voorkomen worden maximale arbeidsuren vastgesteld en moeten de plantage-eigenaren voor kleding zorgen. Fysiek straffen mag nog steeds, maar niet onmatige of onredelijk. Wat onmatig en onredelijk is wordt niet beschreven.
3. Mogelijke opdracht
Beargumenteer of een nieuw slavenreglement gunstig is voor de slaafgemaaken of niet?

Nederlands protest tegen slavernij  

In de 19e eeuw komt het protest tegen slavernij langzaam op gang in Nederland en dan alleen in beperkte kringen. Vooral vrouwen komen in actie. Zo schrijven vrouwen uit het Groningse Marum in 1855 een brief aan de koning.

Transcriptie:
'Ondergetekenden, allen ingezetenen van de Gemeente Marum, provincie Groningen, diep doordrongen van het onchristelijke en onmenschelijke der slavernij'
Transcriptie:
'Ja Sire! Het is de wensch van ons allen, onze vurigste bede: dat Neerlands geliefde Koning eerlang met opgeruimd hart zeggen mag: Wij hebben onder de vele millioenen menschen die wij in onderscheidene werelddelen der aarde regeeren geene slaven meer, alle onze onderdanen zijn vrij.'

Slide 14 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
Protesten tegen slavernij komen in Nederland langzaam op gang.
2. Bespreek met de leerlingen
Deze brief van de Marumse vrouwen verwijst naar de troonrede van de koning waarin hij afschaffing van slavernij heeft aangekondigd.  Maar er moet onderhandeld nog worden over de hoogte van de compensatie maatregelen voor de plantage-eigenaren. Het wetsvoorstel komt er pas in 1863. 
Bij de oogjes kunt u stukken tekst lezen.
Transcriptie= de letterlijke tekst
Hertaling = modern Nederlands
3. Achtergrondinformatie
Het verzet tegen afschaffing van slavernij wordt gevoed door Engelse vrouwen. In Engeland is in 1833 slavernij afgeschaft onder meer door dat Engelse vrouwen 400.000 handtekeningen ophalen tegen slavernij. Engelse vrouwen houden ook in Nederland  pleidooien voor afschaffing van slavernij. Dit leidt tot een grote petitie in 1842. De regering is zich dan bewust dat afschaffing gezien internationale ontwikkelingen niet te voorkomen is, maar wil voorkomen dat afschaffing van slavernij leidt tot ineenstorting van de plantage economie.
Afschaffing slavernij
Nederland schaft in 1814 de handel in slaafgemaakten af.
Pas in 1863 wordt slavernij verboden.


De eigenaren van de plantages ontvangen een vergoeding van 300 gulden voor iedere slaafgemaakte.


Mensen die in slavernij gewerkt hebben, krijgen niets. In Suriname geldt dat zij nog 10 jaar verplicht op de plantage moeten werken.

Hertaling
'Aan de "eigenaren" van de "slaven" wordt een vergoeding toegekend.'
Hertaling:
'De vrijgemaakten staan onder een bijzonder toezicht van de Staat voor 10 jaren.' 

Slide 15 - Tekstslide

1. Doel van deze slide
Stappen naar afschaffing slavernij.
2. Bespreek met de leerlingen
In 1814 verbiedt Nederland de winstgevende handel in slaven.
Het parlement kan het echter niet eens worden over de schadevergoeding die de eigenaren van de plantages moeten krijgen. Pas in 1863 wordt de slavernij zelf afgeschaft in de Nederlandse koloniën. De staat compenseert alleen de plantage-eigenaren en niet de slaafgemaakten. Bovendien zijn veel mensen in slavernij nog steeds niet vrij. Zij worden onder toezicht gesteld. In Suriname is men verplicht nog tien jaar op de plantage te werken tegen een karig loon.
Pas daarna krijgen ze volledige burgerrechten en zijn ze echt vrij.
3. Achtergrondinformatie
In 1833 werd slavernij verboden in de Britse kolonies. Internationaal gezien is Nederland pas een van de laatste landen die ertoe over gaat de slavernij af te schaffen. Lang is de mening algemeen dat de tot slaafgemaakten de vrijheid niet zouden aankunnen. Daarbij komt dat de eigenaren van de plantages aanzienlijke financiële schade zouden lijden van de afschaffing. En dat economische argument was misschien nog wel belangrijker.  
Wanneer zijn volgens jou de voormalige slaafgemaakten echt vrij?

Slide 16 - Open vraag

1. Doel van deze slide
Leerlingen laten nadenken over wanneer iemand echt vrij is. 
2. Bespreek met de leerlingen
In Suriname worden voormalige tot slaaf gemaakten die tussen de 15 en 60 jaar oud zijn, verplicht om gedurende 10 jaar bij een plantagehouder in dienst te blijven. Pas daarna zijn ze vrij.
3. Achtergrondinformatie
Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werd contractarbeid in Suriname ingevoerd om de plantages te voorzien van voldoende goedkope arbeidskrachten. Op volgepakte schepen worden contractarbeiders uit Brits-Indië en Nederlands-Indië geronseld om in Suriname onder slechte omstandigheden aan het werk te gaan voor een karig salaris. De vraag dringt zich op hoe groot het verschil met de periode van de slavernij eigenlijk is.
Button 1873
Tijdens Keti Koti lopen veel mensen met een zwarte button met '1873' in witte cijfers. Zij willen hiermee zeggen dat de slavernij weliswaar formeel werd afgeschaft in 1863, maar dat de vroegere slaafgemaakten nog tien jaar lang verplicht werden om op de plantages te blijven werken. Dus eigenlijk waren ze pas echt vrij in 1873.
Onze Nederlandse slavernijgeschiedenis is een gevoelig onderwerp in onze samenleving.
Stelling: het is daarom beter er niet meer over te praten.
Wat vind jij en waarom?

Slide 17 - Open vraag

1. Doel van deze slide
Leerlingen reageren op de stelling
2. Opdracht, open vraag
Bij slavernij is sprake van racisme, uitsluiting en geweld.
Er zijn nu andere vormen van slavernij. Ook racisme, uitsluiting en geweld zijn nog actueel.
Wat zou jij kunnen doen om dit tegen te gaan?

Slide 18 - Open vraag

1. Doel van deze slide
Leerlingen laten nadenken hoe ze actief een bijdragen kunnen leveren aan het tegen gaan van racisme, uitsluiting en geweld.

2. Opdracht, open vraag

Noem minstens drie dingen die je geleerd hebt van deze les

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Heb je nog vragen?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies