Les 2 Epilepsie en ziekte van Parkinson

Les 2 Epilepsie en ziekte van Parkinson
P2-K1-W3 Ondersteunt bij persoonlijke zorg en ADL

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 2 Epilepsie en ziekte van Parkinson
P2-K1-W3 Ondersteunt bij persoonlijke zorg en ADL

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Moduleplanning
  • Ziekte van Parkinson
  • Epilepsie
  • 30 seconds
  • Zelfstandig werken

Slide 2 - Tekstslide

Moduleplanning 
Datum
Bijeenkomst 
3-2
Zenuwstelsel
10-2
Epilepsie en ziekte van Parkinson
17-2
Voorjaarsvakantie 
24-2
COPD en astma
3-3
Diabetes 
10-3
Dementie
17-3
Delier en kanker
24-3
Vitale functies 
31-3
Presentaties: kinderziektes
7-4
Vaccinatieprogramma kinderen

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet jij over Parkinson en de hersenen?

Doe de test op:
https://www.parkinsonnederland.nl/kennistest-parkinson-hersenen/

Bespreek de uitslag met je klasgenoot 

Slide 4 - Tekstslide

Wat is Parkinson?
Door de ziekte van Parkinson gaan bepaalde cellen in je hersenen langzaam kapot: de cellen die het belangrijke stofje dopamine maken. 

Dit kan voor allerlei klachten zorgen, zoals moeite met bewegen en problemen met denken.

Dopamine is een stofje in de hersenen dat helpt bij bewegen, concentreren en een fijn gevoel geven.


Slide 5 - Tekstslide

Kenmerken van Parkinson 
Je kunt last krijgen van verschillende klachten:
  • Moeite met kleine bewegingen
  • Stijve spieren
  • Trillen van hand, arm of been
  • Trager bewegen van handen of benen
  • Moeite met slapen
  • Verwardheid
  • 'je dromen uitleven'

Slide 6 - Tekstslide

Diagnose 
Hoe stelt de arts de diagnose epilepsie en welke onderzoeken zijn daarvoor nodig? 
  • Neuroloog
  • MRI- scan
  • DaT- scan (Dopamine Transporter)

Slide 7 - Tekstslide

Oorzaken van Parkinson 
Als je Parkinson hebt, dan gaan de hersencellen die dopamine maken langzaam kapot.  Waarom deze hersencellen kapotgaan, is nog onduidelijk. 

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt in ieder geval dat erfelijkheid en invloeden van buitenaf een rol kunnen spelen.

Slide 8 - Tekstslide

Behandeling
Van Parkinson kun je nog niet genezen. 

Wel zijn er medicijnen die je klachten kunnen verminderen. Zo kan levodopa helpen tegen stijfheid, traagheid en soms ook het trillen.

Slide 9 - Tekstslide

Wat is epilepsie?
In onze hersenen praten alle hersencellen met elkaar. Dat doen ze via elektrische pulsjes. Daardoor kun je lopen, praten, denken, zien.

Bij epilepsie is er een tijdelijke verstoring in de hersenen, een soort kortsluiting. Dit noemen we een epileptische aanval.

Door die ‘kortsluiting’ heb je even geen controle meer over je lichaam.

Slide 10 - Tekstslide

Soorten aanvallen
Er zijn verschillende soorten aanvallen:
  1. Absence: Korte afwezigheid
  2. Tonisch- clonische of grote aanval: Aanval met verstijving, schokken en bewusteloosheid
  3. Focale aanval met intacte gewaarwording: Aanval met normaal bewustzijn
  4. Focale aanval met verminderde gewaarwording: Aanval met verward, vreemd gedrag zonder reactie
  5. Myoclonische aanval: Aanval met korte schokken

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Diagnose 
Hoe stelt de arts de diagnose epilepsie en welke onderzoeken zijn daarvoor nodig? 
  • Neuroloog
  • EEG
  • Beeldvormend onderzoek (bijvoorbeeld MRI- of CT- scan
  • Aanvullend onderzoek 

Slide 13 - Tekstslide

Oorzaken van epilepsie 
Het is vaak lastig om een precieze oorzaak van epilepsie aan te wijzen. Vaak zijn er meer oorzaken. 
  • Hersenbeschadiging
  • Stoornis in de hersenen
  • Erfelijke aanleg

Slide 14 - Tekstslide

Behandeling
De meeste mensen met epilepsie slikken medicijnen tegen de aanvallen. 

Wanneer dit niet voldoende helpt, kan een operatie nodig zijn.

Slide 15 - Tekstslide

30 seconds
Jullie maken een groepje van 4 tot 6 personen. Binnen dit groepje verdelen jullie je in twee teams.

Er ligt een stapel kaartjes met begrippen over de ziekte van Parkinson en Epilepsie. Eén persoon legt het begrip uit, zonder het woord zelf te noemen, terwijl het team probeert te raden. Per kaartje is er 30 seconden de tijd. 

Wordt het woord binnen de 30 seconden goed geraden, dan mogen jullie het kaartje houden.

Aan het einde van het spel worden de kaartjes geteld en het team met de meeste kaartjes wint

Slide 16 - Tekstslide

Zelfstandig werken

Maak opdracht 2- Epilepsie & opdracht 3- Ziekte van Parkinson

Slide 17 - Tekstslide

Vooruitblik 
Vrijdag 27 februari:
COPD & Astma

Huiswerk:
Opdracht 1 van les 3.2



Slide 18 - Tekstslide