In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Lezen
Doel: vaste tekststructuren kennen en herkennen
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Een tekst is gebaseerd op de argumentatiestructuur. Wat staat er in de inleiding?
Slide 10 - Open vraag
Een tekst is gebaseerd op de probleem/oplossingstructuur. Wat staat er in het slot?
Slide 11 - Open vraag
Een tekst is gebaseerd op de aspectenstructuur. Wat is het schrijfdoel?
Slide 12 - Open vraag
Welke structuren ken je nu?
Slide 13 - Woordweb
Wederom, een korte check
Je krijgt zo drie situaties voorgeschoteld. Welke tekststructuur past bij de beschreven situatie?
Nota bene: tekststructuren passen dus niet alleen bij geschreven teksten, maar ook bij gesprekken!
Slide 14 - Tekstslide
Stel: je hebt slecht kunnen leren voor de toetsweek en nu heb je vier onvoldoendes. Je praat hierover met je mentor. Welke structuur kies je voor dat gesprek?
A
aspectenstructuur
B
argumentatiestructuur
C
vraag-antwoordstructuur
D
probleem-oplossingsstructuur
Slide 15 - Quizvraag
Stel: je hebt in de toetsweek vijf achten gehaald, nice! Je mentor komt even met je kletsen en wil graag weten wat jij zo goed hebt gedaan. Welke tekststructuur verwacht je in dat gesprek?
A
argumentatiestructuur
B
voor-nadelenstructuur
C
verklaringsstructuur
D
verleden-heden-toekomststructuur
Slide 16 - Quizvraag
Stel: je hebt van klasgenoten gehoord dat de docent van natuurkunde echt geweldig is. Nu wil jij ook natuurkunde in je pakket! Je twijfelt nog wel, want je overziet het niet allemaal. Welke structuur past bij een gesprek over deze kwestie?