Les 9: laatste les voor het proefwerk

kader/tl-1 chapitre 1
Werkwijze:
In deze les komen de verschillende grammatica-onderdelen terug.
Je gaat eerst de uitleg lezen, daarna ga je een aantal opdrachten maken.

Aan het einde zie je wat je op het proefwerk kunt verwachten.

Probeer alle vragen te beantwoorden, zodat ik je de volgende les ook nog kan helpen! Succes!
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

kader/tl-1 chapitre 1
Werkwijze:
In deze les komen de verschillende grammatica-onderdelen terug.
Je gaat eerst de uitleg lezen, daarna ga je een aantal opdrachten maken.

Aan het einde zie je wat je op het proefwerk kunt verwachten.

Probeer alle vragen te beantwoorden, zodat ik je de volgende les ook nog kan helpen! Succes!

Slide 1 - Tekstslide

Je révise:
grammaire D
Dit grammatica-onderdeel gaat het over het lidwoord.

Lidwoorden kennen we natuurlijk ook vanuit het Nederlands, maar in het Frans zijn ze net wat belangrijker. Een lidwoord geeft namelijk aan of een zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is.

Neem de volgende 2 schema's goed over in je aantekeningenschrift.
Let ook op de extra informatie :)!

Slide 2 - Tekstslide

Grammaire D:
de/het-groep
enkelvoud
meervoud
mannelijk
le (of l')
les
vrouwelijk
la (of l')
les
Vertaling
Alle woorden kunnen de of het betekenen. Dit hangt af van het woord dat erachter staat.
Huh? l'?
Le/La wordt l' als het woord erna begint met een klinker (a/e/i/o/u/h). Anders is er een klinkerbotsing.
dus niet:
la amie

le hôtel

maar:
l'amie

l'hôtel

Slide 3 - Tekstslide

Grammaire D:
een-groep
enkelvoud
meervoud
mannelijk
un
des
vrouwelijk
une
des
Vertaling
Alle woorden in het enkelvoud betekenen een
vertaling van des
Het woord des kent geen vertaling in het Nederlands. Dit woord is dus ook niet te vertalen.
dus:
des frères

des soeurs

is niet:
de broers

de zussen

maar:
broers

zussen

Slide 4 - Tekstslide

Grammaire D:
meervoud
Om een zelfstandig naamwoord in het meervoud te zetten, moet je 2 stappen volgen.

Stap 1: zet het lidwoord in het meervoud.




Stap 2: zet een -s achter het zelfstandig naamwoord. Deze -s spreken we niet uit :)!
dus:
le/la/l'

un/une
wordt:
les

des
dus:
frère
soeur
wordt:
frères
soeurs

Slide 5 - Tekstslide


Vul in: un of une
le prof --> ___ prof

Slide 6 - Open vraag


Vul in: un of une
la famille --> ____ famille

Slide 7 - Open vraag


Vul in: un of une
le numéro --> ___ numéro.

Slide 8 - Open vraag


Vul in: un of une.
la mère --> ___ mère

Slide 9 - Open vraag

Je révise:
grammaire H
Dit grammatica-onderdeel bestaat uit 2 delen. Het gaat namelijk om het onregelmatige werkwoord avoir (hebben).

Maar voor ik jullie aan kan leren wat een vorm van een werkwoord is, wil ik jullie eerst aanleren welke persoonlijke voornaamwoorden er in het Frans zijn.

Neem daarom de volgende 2 slides goed over in je aantekeningenschrift!

Slide 10 - Tekstslide

Grammaire H:
persoonlijke voornaamwoorden
Enkelvoud
ik
jij
hij
zij
men
Meervoud
wij
u, jullie
zij (mannelijk meervoud)
zij (vrouwelijk meervoud)

Vertaling
je
tu
il
elle
on
Vertaling
nous
vous
ils
elles

Slide 11 - Tekstslide

Grammaire H:
het werkwoord avoir
Het rijtje hieronder moet je kennen voor het proefwerk, het is een kwestie van stampen!
j'ai
tu as
il a
elle a 
on a 
nous avons
vous avez 
ils ont
elles ont
ik heb
jij hebt
hij heeft
zij heeft
men heeft
wij hebben
u heeft, jullie hebben
zij hebben (mannelijk meervoud)
zij hebben (vrouwelijk meervoud)

Slide 12 - Tekstslide

Grammaire H:
praktische tip?
Wanneer je in de zin niet een persoonlijk voornaamwoord ziet staan, is het soms lastig om te weten welke vorm je invult..
Daarom: een tip!

Bij 1 naam: de il/elle/on-vorm
Bij le/la/l': de il/elle/on-vorm

Bij 2 namen: de ils/elles-vorm
Bij les/des: de ils/elles-vorm

Slide 13 - Tekstslide


Vul de juiste vorm in van het werkwoord avoir.

Vous _______ une grande maison?

Slide 14 - Open vraag


Vul de juiste vorm in van het werkwoord avoir.

Oui, on _____ une grande maison.

Slide 15 - Open vraag


Vul de juiste vorm in van het werkwoord avoir.

Nous_____ deux salles de bains.

Slide 16 - Open vraag


Vul de juiste vorm in van het werkwoord avoir.

Et Paul & Simon ______ aussi une grande maison?

Slide 17 - Open vraag

Wat kunnen jullie op het proefwerk verwachten? (1)
Opdracht 1: écouter (luistervaardigheid)
- Lees de zinnen door en luister naar het fragment. Kies steeds het juiste woord.

Opdracht 2: vocabulaire (woordenschat)
- Vertaal de worden van het Frans naar het Nederlands.
- Kies steeds het woord dat het beste in de zin past.

Opdracht 3: grammaire (grammatica)
- Vervang le/la door un/une.
- Zet alles in het meervoud.
- Vul de juiste vorm van het werkwoord avoir in.


Slide 18 - Tekstslide

Wat kunnen jullie op het proefwerk verwachten? (2)
Opdracht 4: phrases clés (zinnen)
- Hier komt het puntenaantal te staan dat je hebt gehaald op je MO :)!

Opdracht 5: lire (leesvaardigheid)
- Lees de tekst en geef antwoord op de (meerkeuze)vragen.

Slide 19 - Tekstslide

Zijn er nog vragen?
Dit is de laatste kans om ze te stellen!

Slide 20 - Tekstslide

Les devoirs
Komende les:
- Proefwerk chapitre 1

Apprendre (leren):
- voca A, B, E & F (Frans-Nederlands)
- grammaire D (de lidwoorden)
- grammaire H (het werkwoord avoir)

Slide 21 - Tekstslide