Engels schrijven les 5

Schrijven 
Les 5
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Schrijven 
Les 5

Slide 1 - Tekstslide

maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
zaterdag
zondag
Saturday
Thursday
Friday
Sunday
Teusday
Wednesday
Monday

Slide 2 - Sleepvraag

Slide 3 - Tekstslide

Dagen van de week
Opdracht:
Vul de juiste dagen in.

Slide 4 - Tekstslide

On ..... (woensdag) he went to the zoo.

Slide 5 - Open vraag

..... (Maandag) is the day that we work from home.

Slide 6 - Open vraag

His favorite program is on television on ..... (donderdag).

Slide 7 - Open vraag

..... (Dinsdag) he goes to his father.

Slide 8 - Open vraag

On ..... (zondag) some people go the church.

Slide 9 - Open vraag

At ..... (vrijdag) we get weekend.

Slide 10 - Open vraag

I have to do my job on ..... (zaterdag).

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Tekstslide

Welk woord geeft het hele uur aan in het Engels?
A
to
B
past
C
half past
D
o'clock

Slide 13 - Quizvraag

Bij hele uren gebruik je o'clock. Dit betekent 'op de klok'. Voorbeeld: It's 8 o'clock.

Slide 14 - Tekstslide

9 uur

Slide 15 - Open vraag

12 uur

Slide 16 - Open vraag

6 uur

Slide 17 - Open vraag

3 uur

Slide 18 - Open vraag

Je gaat zo een tekst lezen. Geef antwoord op de vragen. De tekst staat hieronder. Lees de tekst zorgvuldig. 
Geef antwoord in het engels.
Dear John,
This is an invitation for great summer party on the beach.
You are welcome on the beach of Scheveningen. 
Friday the 13th of july at 7 o'clock.

Please don't forget your swimshort.

It's going to be fun.

See you soon,
Janet

Slide 19 - Tekstslide

Wanneer geeft Janet haar feest?

Slide 20 - Open vraag

Wat voor feest geeft Janet?

Slide 21 - Open vraag

Waar is het feest?

Slide 22 - Open vraag

Wat moet John meenemen?

Slide 23 - Open vraag

Slide 24 - Tekstslide

Wat is de eerste maand van het jaar?

Beantwoord de volgende vragen in het Engels.

Slide 25 - Open vraag

De maand voor juni.

Slide 26 - Open vraag

De achtste maand van het jaar.

Slide 27 - Open vraag

De kerstmaand

Slide 28 - Open vraag

De derde maand

Slide 29 - Open vraag

De maand na de zesde maand

Slide 30 - Open vraag

Welke dag staat er?
Vul de juiste dag in.

Slide 31 - Tekstslide

ifryda

Slide 32 - Open vraag

donamy

Slide 33 - Open vraag

adesywend

Slide 34 - Open vraag

Vul de zin in het Engels in.
Gebruik hele zinnen.

Slide 35 - Tekstslide

Zeg hoe je heet.

Slide 36 - Open vraag

Schrijf hoe oud je bent.

Slide 37 - Open vraag

Zeg uit welk land je komt.

Slide 38 - Open vraag

Zeg in welke plaats je woont.

Slide 39 - Open vraag