Schaalvraag
Werkvormen
Schaalvraag
Werkvormen
Deze les is een verzameling sjabloonslides voor de schaalvraag. Kies díe slides die bij jouw les passen en pas de vragen aan.
Je hoeft ze niet allemaal te gebruiken.
Zo werkt een schaalvraag
1. Kies een getal
Waar sta je nu, op een schaal van 1 tot 10? Een 10 betekent: het doel is bereikt.
2. Wat gaat al goed?
Waarom geef je jezelf dit getal, en geen lager getal? Wat doe je al?
3. Eén stapje hoger
Wat is er anders als je één punt hoger staat? Wat is je eerste kleine stap?
De schaalvraag komt uit het oplossingsgericht werken (Steve de Shazer en Insoo Kim Berg). Je vraagt een leerling om zichzelf een getal te geven, meestal van 0 of 1 tot 10, waarbij 10 betekent dat het doel bereikt is. Het getal zelf is niet het belangrijkste: het opent het gesprek.
Vraag daarna eerst door naar wat er al goed gaat: waarom een 5 en geen 3? Zo hoort de leerling van zichzelf wat hij of zij al doet.
Vraag dan naar het doel (welk cijfer is goed genoeg?) en naar één klein stapje hoger: wat zou er anders zijn bij een 6? Een stapje hoger is haalbaarder dan meteen een 10.
Stille leerlingen vinden het vaak prettig dat ze eerst alleen een getal hoeven te noemen. Met de polls in deze les antwoorden leerlingen anoniem, zodat je in één oogopslag ziet hoe de klas ervoor staat. Bespreek de uitkomst met de groep en ga in een mentorgesprek of in tweetallen verder met de vervolgvragen.
Herhaal dezelfde schaalvraag aan het eind van de les of een week later. Dan zien leerlingen hun eigen groei. Gebruik de schaal nooit als beoordeling: het is de inschatting van de leerling, en die klopt altijd voor de leerling zelf.
Schaalvraag
Sjabloonslides
Deze les is een verzameling sjabloonslides voor de schaalvraag. Kies de slides die bij jouw les passen en pas de vragen aan. Je hoeft ze niet allemaal te gebruiken.
Hoe goed heb je je voorbereid op de volgende toets?
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
De klassieke schaalvraag.
Een 1 betekent dat je je helemaal niet hebt voorbereid, een 10 dat je je zo goed hebt voorbereid als je maar kunt. Laat leerlingen eerst voor zichzelf een cijfer kiezen en bespreek daarna de verdeling in de klas. Deze vraag heeft geen goed antwoord: elk cijfer telt. Stel dezelfde vraag na de toets nog eens en vergelijk.
Waarom geef je jezelf dat cijfer
en geen lager cijfer?
Deze vervolgvraag zet de leerling op het spoor van wat er al goed gaat.
Ook bij een 2 is er iets dat ervoor zorgt dat het geen 1 is.
Vraag door: wat deed je precies, en hoe kreeg je dat voor elkaar?
5
6
7
8
9
10
Bij welk cijfer ben jij tevreden over je voorbereiding?
De doelschaal: niet iedereen hoeft een 10 te halen. Bij welk cijfer ben je tevreden?
Leg deze uitkomst naast de cijferschaal. Het verschil tussen waar een leerling staat en wat goed genoeg is, laat zien hoe groot de stap is die nog nodig is.
Wat heb je nodig om een stapje hoger te komen?
Vraag naar één stapje hoger, niet naar een 10: een halve of hele punt is haalbaar en concreet. Help de leerling het zo klein en zichtbaar mogelijk te maken. Wat ga je morgen anders doen? Wie merkt het als het je lukt?
Hoe kijk je terug op deze les?
De emojischaal werkt zonder cijfers en is daardoor laagdrempelig, ook voor jongere leerlingen of leerlingen die schrikken van een cijfer.
Of zet de schaal in na een zelfstandige opdracht en stel de vraag: Hoe ging dat?
Ook geschikt als check-in aan het begin van de les of de dag: Hoe voel je je vandaag?
🔴 Ik snap het nog niet
🟠 Ik snap het een beetje
🟢 Ik snap het en kan het uitleggen
Hoe goed snap je de stof van vandaag?
De stoplichtschaal heeft maar drie stappen en is snel te beantwoorden, bijvoorbeeld na de instructie.
Beoordeel in hoeverre je verder kan met je instructie of dat je een stap terug te zetten hebt.
Je vervolg in de les zou kunnen zijn:
- Je laat de groene leerlingen zelfstandig verder werken.
- De oranje leerlingen werken in tweetallen ook door, maar kunnen vragen stellen aan de groene leerlingen.
- De rode leerlingen neem je apart voor verlengde instructie.
Helemaal oneens
Oneens
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Stelling: ik weet wat ik moet leren voor de toets.
Bij een eens-oneensschaal reageren leerlingen op een stelling.
Schrijf de stelling positief en concreet, zodat helemaal eens het doel is.
Vraag daarna: wat zou er nodig zijn om één stap verder te komen?
⭐️
⭐️⭐️
⭐️⭐️⭐️
⭐️⭐️⭐️⭐️
⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️
Hoe tevreden ben je over jullie samenwerking?
De sterrenschaal kennen leerlingen van reviews. Handig om een opdracht, samenwerking of eigen product te waarderen.
Vraag door: wat zorgde voor de sterren die je wel gaf? En wat had er nodig geweest voor nog één ster?
25% - BIJNA LEEG
50% - HALF VOL
0% - LEEG
75% - BIJNA VOL
100% - VOL
Hoe vol is jouw energietank op dit moment?
De energieschaal vraagt naar hoe leerlingen zich voelen in plaats van naar wat ze kunnen.
Het is een goede check-in na een vakantie, voor een toetsweek of op een maandagochtend.
Vraag door: wat geeft jou energie, en wat kost je energie?
Laat de leerlingen hun naam in de juiste categorie plaatsen. Het is niet van belang te weten wie welk antwoord heeft gegeven, dat zie je in de rapportages terug en geeft de leerlingen meer veiligheid om eerlijk te antwoorden.
Wat zou jou nu energie geven?
Deze slide heeft geen instructies
Helemaal alleen
Liever alleen
Maakt mij niet uit
Liever samen
Helemaal samen
Hoe werk jij het liefst?
Een schaal tussen twee uitersten heeft geen goed of fout antwoord: geen van beide kanten is beter.
Zo ontdek je voorkeuren in de klas, bijvoorbeeld bij het indelen van groepjes.
Voorbeelden van andere uitersten: snel of zorgvuldig, lezen of luisteren, plannen of gewoon beginnen.
Ga op de lijn staan
Hoe zeker ben jij dat je de opdracht van vandaag af krijgt?
Links
Rechts
Vertel aan je buur waarom je hier staat
en niet een stukje verder naar links.
1
10
Plaats de ster op de gemiddelde score van de klas.
Wat hebben we als klas nodig om een stukje naar rechts te kunnen gaan staan?
De schaal in het lokaal maakt de schaalvraag zichtbaar en in beweging. Wijs de twee muren aan die 1 en 10 zijn, of leg een lint of strook tape over de vloer.
Leerlingen gaan staan waar ze vinden dat ze staan. Vraag daarna een paar leerlingen waarom ze daar staan en niet een stukje naar links, en laat tweetallen die naast elkaar staan elkaar vertellen wat hun volgende stap is.
Verplaats de ster op het digibord naar de gemiddelde plek van de klas. Wat heeft de klas als totaal nodig om de sterk naar rechts te verplaatsen?
Controleer dit eventueel aan het einde van de les, door de vraag nogmaals te stellen.
Pas de vraag aan je les aan.
Doorvraag-kaarten
De volgende stap
Welk getal is goed genoeg?
Wat is er anders als je één punt hoger staat?
Wat is je eerste kleine stap?
Wie merkt het als het je lukt?
Wat gaat al goed?
Waarom dit getal en geen lager getal?
Hoe heb je dit bereikt?
Ben je tevreden met dit getal?
Gebruik deze vragen in een mentorgesprek of laat leerlingen elkaar in tweetallen interviewen na een schaalvraag. Begin altijd met wat er al goed gaat, en eindig met één kleine, concrete stap.
Vind meer inspiratie op ons Inspiratiekanaal.
Alle werkvormen van LessonUp vind je op het kanaal WoW.
Werkvormen
Deze les is een verzameling sjabloonslides voor de schaalvraag. Kies de slides die bij jouw les passen en pas de vragen aan. Je hoeft ze niet allemaal te gebruiken.