Verlichting 1650-1789 (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

VERLICHTING · 1650-1789

Examentraining

Verlichting 1650-1789: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Oefen examenvragen over oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bruikbaarheid van bronnen en continuïteit en verandering, toegepast op verlichte ideeën en vorsten.

Onderdelen in deze les

VERLICHTING · 1650-1789

Examentraining

Verlichting 1650-1789: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Joseph Wright of Derby / Wikimedia Commons, publiek domein

VERLICHTING · 1650-1789

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over de ideeën van de Verlichting (1650-1789) beantwoorden met oorzaken en gevolgen, standplaats, bronnen en verandering.

Deze slide heeft geen instructies

VERLICHTING · 1650-1789

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is de vraagstelling en welke bron of situatie krijg je?

  • 2. Zoek: welk begrip of welke denker uit de stof past erbij?

  • 3. Beredeneer: onderbouw met de situatie en benoem het soort oorzaak, de standplaats of de verandering

Deze slide heeft geen instructies

VERLICHTING · 1650-1789

Vraagtype 1: oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid aanleiding en diepere oorzaak, direct en indirect, korte en lange termijn

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal

Deze slide heeft geen instructies

Newtons natuurwetten leidden tot debat over godsdienst. Wat voor gevolg is dat?

A

Politiek-bestuurlijk gevolg op korte termijn

B

Sociaaleconomisch gevolg van de handel

C

Directe aanleiding voor het absolutisme

D

Cultureel-mentaal gevolg van een nieuwe ontdekking

Het ging om denken over geloof: cultureel-mentaal. Verwachte fout: politiek-bestuurlijk, omdat vorsten ook meespeelden.

Noem een oorzaak van de wetenschappelijke revolutie.

Goed: ontdekkingsreizen, ambachtelijke technieken, humanistische tekstanalyse, het rationalisme van Descartes of het empirisme van Locke. Verwachte fout: de Franse Revolutie, die kwam later.

VERLICHTING · 1650-1789

Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid

  • Verklaar gedrag vanuit de kennis en waarden van de mensen toen en daar

  • Let op waardesystemen, belangen, kennis en de positie van de groep of persoon

Deze slide heeft geen instructies

Frederik II schreef met Voltaire, maar deelde zijn macht niet. Hoe verklaar je dat?

A

Hij kende de ideeën van Voltaire niet echt

B

Hervormen versterkte zijn staat zonder macht te delen

C

Hij vond dat het volk zelf moest regeren

D

Het volk dwong hem de macht te houden

Standplaats: voor een vorst was verlichte hervorming een middel om zijn staat sterker te maken. Verwachte fout: terugredeneren vanuit onze democratische waarden.

Waarom verbood Lodewijk XIV het protestantisme?

Goed: voor hem hoorde bij één vorst één geloof (eenheid, centralisatie, droit divin). Verwachte fout: antwoorden vanuit het idee van godsdienstvrijheid van nu.

Een avond in de salon van Madame Geoffrin in Parijs, negentiende-eeuws schilderij van Lemonnier

VERLICHTING · 1650-1789

Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen

  • Weeg de betrouwbaarheid af: wie maakte de bron, wanneer en met welk doel?

  • Kijk ook naar representativiteit: is de bron typerend voor de hele groep of periode?

Image credit: Anicet Charles Gabriel Lemonnier / Wikimedia Commons, publiek domein

Een censor noemt de Encyclopédie gevaarlijk. Wat beperkt de bron?

A

Een censor kent de Encyclopédie niet

B

Bronnen van tegenstanders zijn altijd waardeloos

C

Hij beoordeelt het werk vanuit zijn opdracht te bewaken

D

Een bron uit de 18e eeuw is onbetrouwbaar

Het doel en de positie van de maker: een censor bewaakte. De bron is niet waardeloos, wel eenzijdig. Verwachte fout: de bron waardeloos noemen.

Parijse salon op doek: representatief?

Goed: nee, het toont één elitair gezelschap in Parijs; de publieke opinie was breder. Let ook op dat het schilderij negentiende-eeuws is. Verwachte fout: alleen betrouwbaarheid bespreken.

VERLICHTING · 1650-1789

Vraagtype 4: continuïteit en verandering

  • Verandering heeft een tempo (snel of langzaam), een duur (kort of lang) en een schaal (klein of groot)

  • Let ook op wat gelijk bleef: dat is continuïteit

Deze slide heeft geen instructies

Vorsten hervormden, maar de standenmaatschappij bleef. Wat is dat?

A

Continuïteit: het ancien régime bleef bestaan

B

Snelle verandering op grote schaal

C

Een keerpunt dat het absolutisme beëindigde

D

Verandering door de publieke opinie alleen

Verlicht absolutisme veranderde bestuur maar liet het ancien régime intact. Verwachte fout: dit een keerpunt noemen.

Wat veranderde in het denken over gezag en traditie?

Goed: gezag en traditie moesten voortaan redelijk zijn en getoetst worden aan het verstand. Verwachte fout: alleen beschrijven wat de wetenschappelijke revolutie was.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Oorzaken en gevolgen

2

Standplaatsgebondenheid

3

Bruikbaarheid van bronnen

4

Continuïteit en verandering

Deze slide heeft geen instructies

VERLICHTING · 1650-1789

Tips voor op het examen

  • Gebruik de begrippen uit de stof: noem de denker én het begrip erbij

  • Bij een bron: vraag wie, wanneer en waarom, en of de bron typerend is

  • Bij verandering: benoem tempo, duur en schaal, en ook wat gelijk bleef

Deze slide heeft geen instructies