China: Volksrepubliek en grootmacht (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Examentraining

China: Volksrepubliek en grootmacht: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Oefen examenvragen over oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bruikbaarheid van bronnen en continuïteit en verandering, toegepast op China tussen 1949 en 2001.

Onderdelen in deze les

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Examentraining

China: Volksrepubliek en grootmacht: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Onbekende fotograaf / Wikimedia Commons, publiek domein

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over de Volksrepubliek China (1949-2001) beantwoorden met oorzaken, standplaats, bronnen en verandering.

Deze slide heeft geen instructies

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de opdracht en welke bron of situatie krijg je?

  • 2. Zoek: welk begrip of keerpunt uit de stof past erbij?

  • 3. Beredeneer: onderbouw met de situatie en benoem het soort oorzaak, de standplaats of de verandering

Deze slide heeft geen instructies

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Vraagtype 1: soorten oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid direct en indirect, korte en lange termijn, aanleiding en diepere oorzaak

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal

Deze slide heeft geen instructies

Toenadering tot de VS bracht China buitenlandse handel. Wat voor gevolg is dat?

A

Een sociaaleconomisch gevolg van buitenlands beleid

B

Een cultureel-mentaal gevolg van propaganda

C

Een politiek-bestuurlijke aanleiding voor 1989

D

Een directe oorzaak van de Grote Sprong

Handel en investeringen zijn sociaaleconomisch; de oorzaak lag in het buitenlands beleid. Verwachte fout: het soort oorzaak en het soort gevolg door elkaar halen.

Noem een gevolg van de Culturele Revolutie.

Goed: de partij werd gezuiverd, er ontstond een persoonscultus rond Mao, of de samenleving raakte ontwricht (scholen dicht, intellectuelen vervolgd). Geef bij voorkeur ook het soort gevolg. Verwachte fout: alleen 'er vielen doden' zonder soort of context.

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid

  • Verklaar gedrag vanuit de kennis en waarden van de mensen toen en daar

  • Let op belangen, wereldbeeld en positie van de groep, ook die van Mao, de partij en de bevolking

Deze slide heeft geen instructies

Waarom wilde Mao met de Grote Sprong op eigen kracht industrialiseren?

A

Hij rekende op westerse hulp bij industrialisatie

B

Hij wilde terug naar de landbouw van vóór 1949

C

Hij wilde snel een wereldmacht zonder Moskou

D

Hij wilde de klassenstrijd stoppen voor de economie

Vanuit zijn positie: de relatie met de Sovjet-Unie bekoelde en hij wilde laten zien dat het Chinese communisme op eigen kracht kon slagen. Verwachte fout: terugredeneren vanuit de hongersnood die we nu kennen.

Waarom volgden jongeren Mao in 1966?

Goed, vanuit hun positie: geloof in Mao en in een betere samenleving, propaganda en persoonscultus, kans om gezag uit te dagen en groepsdruk. Verwachte fout: vanuit onze moraal oordelen of 'ze waren gek' zeggen.

Propagandaposter uit de tijd van de Grote Sprong Voorwaarts, ca. 1958

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen

  • Weeg de betrouwbaarheid af: wie maakte de bron, wanneer en met welk doel?

  • Kijk ook naar representativiteit: is de bron typerend voor de hele groep of periode?

Image credit: Wang Liuying, Xin Liliang e.a. / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat zegt een propagandaposter van de Grote Sprong vooral?

A

Hoe het leven op het platteland echt was

B

Hoe de partij de Grote Sprong wilde laten zien

C

Wat de boeren zelf van het beleid vonden

D

Hoeveel mensen er door honger omkwamen

Een poster is gemaakt om te overtuigen. Daardoor is hij bruikbaar voor de beeldvorming van de partij maar weinig betrouwbaar voor de werkelijkheid. Verwachte fout: de poster als weergave van het dagelijks leven zien.

Beperking van een staatskrant uit 1989?

Goed: de krant stond onder controle van de partij en had als doel het optreden te rechtvaardigen, dus eenzijdig en niet representatief voor alle betrokkenen. Wel bruikbaar voor de partijlijn. Verwachte fout: de bron 'nutteloos' noemen.

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Vraagtype 4: continuïteit en verandering

  • Verandering heeft een tempo (snel of langzaam), een duur (kort of lang) en een schaal (klein of groot)

  • Een keerpunt zoals 1949, 1962 of 1976 laat een omslag zien; let ook op wat gelijk bleef

Deze slide heeft geen instructies

Wat veranderde in China na 1978 en wat bleef gelijk?

A

Economie en partijmacht veranderden allebei

B

Planeconomie bleef, de partij verloor haar macht

C

Economie bleef gesloten, politiek werd democratischer

D

Economie liberaliseerde, partijmacht bleef gelijk

Economische hervorming (verandering) naast politieke continuïteit. Verwachte fout: economische liberalisering gelijkstellen aan democratisering.

Waarom is 1976 een keerpunt?

Goed: Mao stierf, de Culturele Revolutie werd verlaten en Deng zette een nieuwe economische koers uit. Verwachte fout: 1976 als begin van democratie zien.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Soorten oorzaken en gevolgen

2

Standplaatsgebondenheid

3

Bruikbaarheid van bronnen

4

Continuïteit en verandering

Deze slide heeft geen instructies

CONTEXT CHINA · 1949-2001

Tips voor op het examen

  • Noem bij een oorzaak of gevolg altijd het soort: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch of cultureel-mentaal

  • Verklaar gedrag vanuit de positie van toen, ook van Mao, de partij en de jongeren

  • Bij bronnen: koppel maker, tijd en doel aan de vraag, en denk aan representativiteit

  • Jaartallen als 1949, 1962, 1976 en 1989 zijn keerpunten om je redenering aan op te hangen

Deze slide heeft geen instructies