Bewegen en samenleving BSM les 3

Bewegen en samenleving
De toets is op Dinsdag 10 maart! (50 min)
Toetsstof: hoofdstuk 3 bewegen en samenleving, blz. 218 t/m 279 
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BsmMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Bewegen en samenleving
De toets is op Dinsdag 10 maart! (50 min)
Toetsstof: hoofdstuk 3 bewegen en samenleving, blz. 218 t/m 279 

Slide 1 - Tekstslide

Vanaf 1900 veranderde er enkele zaken, waardoor wedstrijden meer karakter van sport kreeg.
Noem 2 zaken die hiervoor zorgde.

Slide 2 - Open vraag

1. Vanuit Amerika kwamen onder andere door het gebruik van een chronometer en het meetlint, de fenomenen 'het record' en 'de prestatie'.

2. Er kwamen, om het gebruik van de nieuwe regels beter te organiseren, steeds meer reglementen.
3. Er ontstonden sportbonden en competities

Slide 3 - Tekstslide

Vaste spelregels:Overal werden dezelfde regels gebruikt.
Oprichting van sportbonden en verenigingen Sport werd officieel georganiseerd.
Competities en kampioenschappen
Teams en sporters gingen spelen om te winnen en kampioen te worden.
Scheidsrechters en juryleden
Zij controleerden of de regels werden nageleefd.

Training werd belangrijker
Sporters gingen oefenen om beter te presteren.

Registratie van prestaties en records
Tijden, afstanden en scores werden bijgehouden.

Meer publiek en media-aandacht
Sport werd een echte publieke activiteit.

Specialisatie van sporters
  • Vaste spelregels: Overal werden dezelfde regels gebruikt.
  • Oprichting van sportbonden en verenigingen. Sport werd officieel georganiseerd.
  • Competities en kampioenschappen. Teams en sporters gingen spelen om te winnen en kampioen te worden.
  • Scheidsrechters en juryleden. Zij controleerden of de regels werden nageleefd.
  • Training werd belangrijker. Sporters gingen oefenen om beter te presteren.
  • Registratie van prestaties en records. Tijden, afstanden en scores werden bijgehouden.
  • Meer publiek en media-aandachtSport werd een echte publieke activiteit.
  • Specialisatie van sporters: Mensen gingen zich richten op één sport.

Slide 4 - Tekstslide

Beargumenteer de beide kanten van deze stelling: ‘De beschikbaarheid van geld in de sport heeft enerzijds veel goeds gebracht, maar heeft de sport ook negatief beïnvloed.’

Slide 5 - Open vraag

Positief
  • Innovatie 
  • Bevorderen van de competitie, makkelijker van a naar b.
  • betere accomodatie
  • media aandacht, sponsoring
  • talentont en jeugdopl



Negatief
  • Grotere sociale verschillen
  • Hoe meer geld hoe beter je bent. 
  • Geld belangrijker dan plezier en fair play
  • kans op doping, matchfixing
  • Commerciële belangen (sponsors, tv-rechten) bepalen soms regels of speelschema’s

Slide 6 - Tekstslide

Noem het verschil tussen de Griekse oudheid en de middeleeuwen met betrekking tot de waardering van lichaam en geest

Slide 7 - Open vraag

Grieken:
grote aandacht voor het lichamelijke, het schone, mooie lichaam, waarin de
geest goed kon functioneren.

ME;
mede o.i.v. de opkomende invloed van de kerk: het geestelijke, het hogere kreeg
meer nadruk dat het lichamelijke, het aardse. Er was wel spel maar de nadruk
lag op het geestelijke.


Slide 8 - Tekstslide

In de sport geldt de wet van de verminderde meeropbrengst.
A. wat houd deze wet in?
B. Geef een voorbeeld

Slide 9 - Open vraag

A.   In het begin leer je het meest, na
verloop van tijd gaan de vorderingen steeds langzamer


B.   Als je begint met je duurvermogen te
trainen ga je in het begin snel vooruit. Maar daarna wordt het steeds
moeilijker om progressie te boeken.

Slide 10 - Tekstslide

B.   1. Krachttraining
In het begin wordt iemand snel sterker. Na langere tijd trainen moet je veel harder trainen om nog maar een klein beetje sterker te worden.
B. 5. Technische sport (bijv. voetbal of tennis)
Een beginner leert snel basisvaardigheden, terwijl een topspeler jarenlang oefent om kleine technische verbeteringen te bereiken.
B. Zwemmen
Een beginnende zwemmer leert snel techniek en wordt veel sneller. Een wedstrijdzwemmer traint maanden om slechts enkele tienden van een seconde sneller te zwemmen.

Slide 11 - Tekstslide

Welk belang heeft de overheid bij het behalen van de nationale beweegnorm

Slide 12 - Open vraag

betere volksgezondheid
zorgkosten lager
hogere arbeidsproductiviteit
betere mentale gezondheid


Slide 13 - Tekstslide

Verschillende sport culturen
Nederland (Europa): 
-Sport georganiseerd vanuit clubs.
Verenigde Staten:
-Sport is georganiseerd vanuit de scholen en de universiteiten. 
Beurs / Scholarship
Oost-Europa:
-Sport in Oost-Europa is veel georganiseerd vanuit het leger.

Slide 14 - Tekstslide

Stelling
Nederland moet naar dezelfde sportcultuur als de Verenigde Staten.
<-- eens of oneens --> 

Slide 15 - Tekstslide

Wat moet er volgens jouw veranderen in de (top)sport?

Slide 16 - Open vraag

Wat moet er volgens jouw veranderen aan sport in het onderwijs?

Slide 17 - Open vraag

Opdracht
Maak een groepje van 4 personen.
Per groepje krijg je zo te horen van welke paragraaf jullie 3 toets vragen gaan maken.

Zorg ervoor dat het openvragen zijn.

De vragen worden straks door de andere groepjes beantwoord.


Slide 18 - Tekstslide

3.1 & 3.2
Wat en waar veranderde er aan het einde van de negentiende eeuw in de sport?

Leg uit wat het begrip pedagogiek inhoud?

Wie was Pierre de Coubertin en wat heeft hij gedaan?



Slide 19 - Tekstslide

3.3
Waarom verdienen mannen gemiddeld bij voetbal meer geld dan vrouwen?

Waarom bewegen volwassenen in de zomer meer dan in de winter? 


Slide 20 - Tekstslide

3.4
Hoe is sport geprofessionaliseerd?
Hoe zijn sport en politiek verbonden?
Hoe zijn sport en media verbonden?

Slide 21 - Tekstslide

3.5
Noem de 4 taken van een sportbond?


Wat betekent het dat sportclubs in Nederland vrij democratisch zijn?

Slide 22 - Tekstslide

3.6
hoe word het bestuur gekozen bij een club?
wat is een penningmeester?
welke weg zal de lichamelijke opvoeding op de scholen gaan?
hoe word sport georganiseerd in de verenigde staten

Slide 23 - Tekstslide