VBU verbindende uitspraak en VA verzwegen argumentatie

volledig argument
Een volledig argument bestaat uit minstens twee premissen waarbij er minstens één algemene uitspraak is die zorgt voor een verbinding - een relatie legt - tussen standpunt en datgene wat verder nog wordt beweerd.
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsWOStudiejaar 1

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

volledig argument
Een volledig argument bestaat uit minstens twee premissen waarbij er minstens één algemene uitspraak is die zorgt voor een verbinding - een relatie legt - tussen standpunt en datgene wat verder nog wordt beweerd.

Slide 1 - Tekstslide

volledig argument
Deze algemene uitspraak wordt in de argumentatietheorie ook wel de verbindende uitspraak genoemd 
VBU

Slide 2 - Tekstslide

Met alleen het geven van één bewering (naast soms een argumentatieve indicator) is een argument nog niet af.

Slide 3 - Tekstslide

 Stel je leidinggevende zegt: "Je wordt ontslagen want je hebt aanwijsbaar meerdere keren je werk niet goed verricht." dan zal dit je waarschijnlijk nog niet direct overtuigen. Want waarom zou meerdere keren aanwijsbaar je werk niet goed verrichten nu direct moeten leiden tot ontslag? Wat de leidinggevende niet noemt maar wel impliceert, is dat je klaarblijkelijk ontslagen kunt en moet worden als je meerdere keren je werk niet goed hebt verricht. Deze algemene norm sprak hij echter niet uit (dat in een redenering niet alles wordt uitgesproken komt vaker voor)

Slide 4 - Tekstslide

VBU verbindende uitspraak
In de praktijk betreffen dit vaak de eerder genoemde beweringen die algemene uitspraken, algemene beginselen, normen, regels of als-dan-uitspraken uitdrukken.

Slide 5 - Tekstslide

VA verzwegen argument

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Premisse
Als je eenmaal, al dan niet geholpen door de eventuele argumentatieve indicatoren, weet wat het argument is, zul je zien dat in een argument allerlei beweringen gedaan worden die wel of niet houdbaar zijn en kunt bevragen.

Slide 8 - Tekstslide

Premisse
Deze beweringen vormen hiermee een belangrijk hoofdbestandsdeel van een argument. Deze beweringen in een argument worden binnen de argumentatietheorie formeel premisse genoemd.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Premisse
In de praktijk zal iemand vaak beschrijvingen van feiten (vanaf nu: feiten) of oordelen aandragen om een standpunt te onderbouwen. Een aantal voorbeelden om dit te verduidelijken.

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld 1 Aandragen van feiten
Stel een patiënt spreekt bij de huisarts het volgende uit: "Ik wil graag een herhaalrecept want mijn medicijnen zijn op."
Het argument is: Want mijn medicijnen zijn op.
De argumentatieve indicator is: Want.
De premisse, in dit geval een feitelijke bewering, is: Mijn medicijnen zijn op.
De vraag is natuurlijk of deze feitelijke bewering klopt (naast de vraag of dit een herhaalrecept rechtvaardigt)

Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld 2 Aandragen van een ander oordeel
Neem de (juridische) redenering van een leidinggevende: "Je wordt ontslagen op grond van een dringende reden, want je hebt aanwijsbaar meerdere keren je werk niet goed verricht."
Het argument is: Want je hebt aanwijsbaar meerdere keren je werk niet goed verricht.
De argumentatieve indicator is: Want.
De premisse, in dit geval een oordeel, is: Je hebt aanwijsbaar meerdere keren je werk niet goed verricht.
De vraag is natuurlijk wat hiermee wordt bedoeld en of dit wel (aanwijsbaar) klopt.

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld 3 Aandragen van een ander oordeel
Laten we teruggaan naar het voorbeeldbetoog van de jongens aan de deur (zie hier onder voorbeeld 2). De argumentatieve indicatoren waren niet duidelijk gegeven. Dit is natuurlijk al snel het geval bij mondelinge pogingen om een ander te overtuigen. Een van de argumenten was echter: “Want onze provider heeft de goedkoopste abonnementen die er zijn.” Hierin zit één premisse (een oordeel): 'Onze provider heeft de goedkoopste abonnementen die er zijn'. In de argumentatie vind je bijvoorbeeld ook een juridische bewering (een oordeel) dat het aanbod vrijblijvend is. Of het oordeel dat hun provider de goedkoopste is.

Slide 14 - Tekstslide

Snel een voorbeeld
Iemand neemt het volgende standpunt in “Het bekijken van deze video was waardeloos omdat het wel tien keer werd onderbroken door reclame”. De feitelijke, specifieke bewering in het argument is: “Deze video werd wel tien keer onderbroken door reclame”. Dit hoeft echter nog niet iedereen te overtuigen van het standpunt dat daarmee het bekijken van de video waardeloos was. Hiervoor is nog iets anders nodig: iets dat een relatie legt tussen standpunt (“Het bekijken van deze video was waardeloos”) en de concrete feitelijke bewering (“Deze video werd wel tien keer onderbroken door reclame”). Dit is de verbindende uitspraak waarop de betreffende persoon bevraagd kan worden. In dit geval kan dit bijvoorbeeld de norm zijn: “Als een video vaker dan 9 keer wordt onderbroken door reclame dan is het waardeloos om naar te kijken”. Deze norm rechtvaardigt – voor de persoon in kwestie althans – de conclusie. Meer algemeen heeft de persoon in kwestie dan de overtuiging dat goede programma’s niet te vaak moeten worden onderbroken.

Slide 15 - Tekstslide

Begrippen
Mening: standpunt dat niet onderbouwd wordt met feiten. Ik vind patat lekker.

Standpunt: de uitspraak die wordt ondersteund. Huiswerk moet worden afgeschaft.
Argument: de uitspraak die een andere uitspraak ondersteunt.  Huiswerk slokt al je vrije tijd op.















Slide 16 - Tekstslide

Begrippen
Verbindende uitspraak: legt relatie tussen de argumentatie en het standpunt. Huiswerk moet worden afgeschaft want het slokt al je vrije tijd op.
Tegenargument: een uitspraak die een andere uitspraak ontkracht. Zonder huiswerk leer je de stof onvoldoende.
Argumenteren: het verdedigen van een uitspraak met een of meer andere uitspraken met als doel anderen van dat standpunt te overtuigen.
Argumentatie: een samenstel van standpunt en argument(en). Gerichtheid op anderen.















Slide 17 - Tekstslide

Begrippen
Redenering: standpunt, argumenten en verbindende uitspraak (deze wordt niet altijd vermeld).
Conclusie: optelsom van argument(en) en verbindende uitspraak.
Betoog: model om standpunt(en) te presenteren, ondersteund met argumenten met als doel anderen te overtuigen.
Enkelvoudige argumentatie: één argument ondersteunt het standpunt.















Slide 18 - Tekstslide

Begrippen
Meervoudige argumentatie: meerdere argumenten ondersteunen het standpunt.
                                               Onderschikkende argumentatie: een argument wordt ondersteund door een subargument.
                                               Nevenschikkende argumentatie: gelijkwaardige argumenten ondersteunen het standpunt.
Argumentatieve signaalwoorden: signaalwoorden die de verbinding tussen het argument en het standpunt maken (zoals 'want').
















Slide 19 - Tekstslide

Begrippen
Gemaskerde argumentatie: een vraag of een uitroep die moet worden opgevat als een standpunt of argument.
Niet-argumentatieve passage: onderdeel van de tekst dat informatie verschaft of een anekdote.















Slide 20 - Tekstslide

Verbindende uitspraak:
De regering neemt onvoldoende maatregelen ter bescherming van het milieu, want ze stimuleren milieuvervuilende bedrijven hun werk te blijven doen en stimuleren duurzame energie juist niet.

Slide 21 - Tekstslide

Redenering:
De regering neemt onvoldoende maatregelen ter bescherming van het milieu, want ze stimuleren milieuvervuilende bedrijven hun werk te blijven doen en stimuleren duurzame energie juist niet. Zo blijven ze boren naar gas in Groningen, geven ze vergunningen aan milieuvervuilende bedrijven en stimuleren ze het gebruik van duurzame energiebronnen niet.

Slide 22 - Tekstslide

Conclusie
Uit het feit dat er een gebrek aan stimulering van duurzaamheid is en milieuvervuilende activiteiten juist worden bevorderd, blijkt wel dat de regering onvoldoende maatregelen neemt ter bescherming van het milieu.

Slide 23 - Tekstslide