Bogerman Koudum 26 nov '20

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Programma vandaag


  1. Terugblik vorige les



  2. Grammatica - zinsontleding (bwb + bvb)
  3. Pauze (15.00 - 15.10 uur)
  4. Spelling - werkwoordspelling (pv tt + pv vt + vt dw)
  5. Zelfstandig werken / extra uitleg
  6. Evaluatie








Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel: werkwoordspelling
  • Je kunt de bijwoordelijke bepaling (bwb) in een zin benoemen
  • Je kunt de bijvoeglijke bepaling (bvb) in een zin benoemen

Slide 3 - Tekstslide

Bijwoordelijke bepaling (bwb)
  • Geeft antwoord op vragen als: waar, wanneer, waardoor, waarmee, waarnaar, hoe, hoeveel?
  • Een bwb begint vaak met een voorzetsel
  • Blijven vaak als laatste over in de zin (= prullenbakzinsdeel)
  • Niet elke zin heeft een bijwoordelijke bepaling (bwb)



Slide 4 - Tekstslide

Op het station van Zwolle vroeg ik iemand de weg.

Slide 5 - Tekstslide

Op het station van Zwolle / vroeg /ik /iemand /de weg.



pv: vroeg
wwg: vroeg
ond: ik
lv: de weg
mv: iemand
bwb: op het station van Zwolle
bvb: van Zwolle (station)

Slide 6 - Tekstslide

Ik oefen de grammatica elke week.

Slide 7 - Tekstslide

Ik oefen de grammatica elke week.
pv: oefen
wwg: oefen
ond: ik
lv: de grammatica
bwb: elke week

Slide 8 - Tekstslide

Bijvoeglijke bepaling (bvb)
  • Het is geen apart zinsdeel, maar een deel van een ander zinsdeel
  • Het zegt iets over een zelfstandig naamwoord
  • Het noemt een bijzonderheid, kenmerk of eigenschap
  • Het kan voor of achter een zelfstandig naamwoord staan
  • Niet elke zin heeft een bijvoeglijke bepaling (bvb)

Slide 9 - Tekstslide

Op het station van Zwolle / vroeg /ik /iemand /de weg.



pv: vroeg
wwg: vroeg
ond: ik
lv: de weg
mv: iemand
bwb: op het station van Zwolle
bvb: 

Slide 10 - Tekstslide

De kapitein is naar een onbewoond eiland gevaren.

Slide 11 - Tekstslide

De kapitein is naar een onbewoond eiland gevaren.
pv: is
wwg: is gevaren
ond: de kapitein
lv: x
mw: x
bwb: naar een onbewoond eiland
bvb: onbewoond (eiland)

Slide 12 - Tekstslide

Stappenplan zinsdelen
Persoonsvorm (pv): tijdsproef of zin vragend maken
Werkwoordelijk gezegde (wwg): pv + alle werkwoorden in de zin
Onderwerp (ond): wie/wat + wwg
Lijdend voorwerp (lv): wat/wie + wwg + ond
Meewerkend voorwerp (mv): aan/voor wie + wwg + ond + lv
Bijwoordelijke bepaling (bwb): waar/wanneer/waardoor/waarmee/waarnaar/wanneer/hoe/hoeveel?
Bijvoeglijke bepaling (bvb): geen zinsdeel/ zegt iets over een zelfstandig naamwoord


Slide 13 - Tekstslide

Lesdoel: werkwoordspelling
  • Je kunt de pv in de tt juist spellen
  • Je kunt de pv in de vt juist spellen
  • Je kunt het voltooid deelwoord juist spellen

Slide 14 - Tekstslide

Persoonsvorm tt
Stam: hele werkwoord -en

Hele ww    Stam            ik-vorm        jij/u/hij/zij/het       wij/jullie/zij
                                                                       (ik-vorm + t)
Werken       werk              werk              werkt                             werken
Lopen          lop                 loop               loopt                              lopen
Beloven      belov            beloof           belooft                          beloven

Slide 15 - Tekstslide

Ik krijg geen t en jij ook niet als je er om vraagt

Ik word gek van al die regels.

Word jij ook gek van al die regels?

Slide 16 - Tekstslide

Persoonsvorm vt (zwakke ww)
Enkelvoud: ik-vorm + te of de
Meervoud: ik-vorm + ten of den
Hele ww    Stam            ik-vorm        jij/u/hij/zij/het       wij/jullie/zij
Werken           werk              werkte          werkte                 werkten
Vissen             viss                 viste              viste                    visten
Spelen            spel                speelde       speelde             speelden
antwoorden antwoord   antwoordde  antwoordde  antwoordden

Slide 17 - Tekstslide

't ex-kofschip
Kijk naar de laatste letter van de stam.
Zit de medeklinker in 't exkofschip?
        JA --> schrijf een t
        Nee --> schrijf een d
ww                    stam                                 ik-vorm + te(n)/de(n)
beloven          belov                                ik beloofde
verhuizen      verhuiz                           ik verhuisde

Slide 18 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Gaat altijd samen met een vorm van hebben, zijn of worden.
           bijvoorbeeld: Ik heb een Nintendo Swich gekocht.

Maak het woord langer:
Passen - ik paste een jas -> je hoort een t -> ik heb gepast
Gooien - ik gooide een bal -> hoort een d -> ik heb gegooid

Slide 19 - Tekstslide

't ex-kofschip
Kijk naar de laatste letter van de stam.
Zit de medeklinker in 't exkofschip?
        JA --> schrijf een t
        Nee --> schrijf een d
ww                    stam       ik vorm                          ik-vorm + te(n)/de(n)
beloven          belov       ik beloof                        ik heb beloofd
verhuizen      verhuiz    ik verhuis                     ik ben verhuisd

Slide 20 - Tekstslide

Evaluatie
Zijn de lesdoelen behaald?

Hoe ging de les vandaag?

Vragen?



Slide 21 - Tekstslide