2H - 5.9 Spelling

H/V2b - donderdag 27 mei
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H/V2b - donderdag 27 mei

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Uitleg theorie 5.9 spelling 
  • Verder mag je kiezen uit een aantal opties

Slide 2 - Tekstslide

5.9 Spelling - Engelse werkwoorden
Belangrijkste om te onthouden:
Engelse werkwoorden vervoeg je op dezelfde manier 
als Nederlandse werkwoorden!

Zie p.136-137 van je boek.


Slide 3 - Tekstslide

5.9 Spelling- Weglatingsstreepje
Als een deel van een samengesteld woord wordt herhaald, kun je het vervangen door een weglatingsstreepje.
       binnen- en buitenland
       chocoladetaart en -reep
       radio-, televisie- en internetprogramma's

Maar let op: jonge en oude kaas zonder streepje! Je laat hier namelijk een heel woord weg, niet alleen een deel.

 

Slide 4 - Tekstslide

5.9 Spelling - Koppelteken
1. Samenstelling die verkeerd gelezen kunnen worden: mee-eten
2. Aardrijkskundige namen: Noord- Amerika
3. Samenstellingen met cijfers, letters en andere tekens: %-teken
4. Dubbele achternamen: mevrouw De Laat-de Vroeg
5. Functie, rang of titel: minister-president
6. Samenstellingen met twee gelijkwaardige delen: woon-werkverkeer
7. Combinatie met niet-, non-, ex- en oud-: ex-vriend

Let op: in woorden die geen samenstelling zijn, maar die wel uitspraakprobleem hebben, gebruik je een trema: ruïne, geïnteresseerd, financiële, etc.

Slide 5 - Tekstslide

Waarom schrijf je 'ruïne' met een trema en 'stage-uren' met een koppelteken?

Slide 6 - Open vraag

Wat is GOED gespeld?
A
aardbeien en abrikozenjam
B
aardbeien-en-abrikozenjam
C
aardbeien en -abrikozenjam
D
aardbeien- en abrikozenjam

Slide 7 - Quizvraag

Wat is GOED gespeld?
A
peper en zoutstel
B
peper-en-zoutstel
C
peper- en zoutstel
D
peper en -zoutstel

Slide 8 - Quizvraag

Wat is GOED gespeld?
A
65-jarige
B
65' jarige
C
65 jarige

Slide 9 - Quizvraag

Welk woord is FOUT gespeld?
A
niet-sporter
B
nieuw-komer
C
non-stop
D
oud-collega

Slide 10 - Quizvraag

In hoeverre denk je dat je de theorie van hoofdstuk 4 en 5 beheerst?
A
Heel goed
B
Voldoende
C
Matig
D
Onvoldoende

Slide 11 - Quizvraag

Aan de slag!
Keuze-uur:
  • Opdrachten 4.9 Spelling (af)maken
  • 4.9 Test jezelf 
  • Start opdrachten 5.9 Spelling (zie huiswerk 1 juni)
  • Werken aan schrijfdossier
  • Lezen

Slide 12 - Tekstslide