2 Kader H2P4 Dichtheid

Planning:
  • Introductie
  • Rode gemarkeerde overnemen in je schrift
  • Instructie/Uitleg Onderdompel methode
  • Samen lezen
  • Instructie/Uitleg dichtheid
  • Samen lezen
  • Opdrachten maken
  • Huiswerk noteren in je schrift

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Planning:
  • Introductie
  • Rode gemarkeerde overnemen in je schrift
  • Instructie/Uitleg Onderdompel methode
  • Samen lezen
  • Instructie/Uitleg dichtheid
  • Samen lezen
  • Opdrachten maken
  • Huiswerk noteren in je schrift

Slide 1 - Tekstslide

H2P3  Onderdompelmethode H2P4 Dichtheid
Lesdoelen
Vandaag uitleg over:

  • Onderdompelmethode
  • Wat is dichtheid
  • Hoe je dichtheid kan uitrekenen

Slide 2 - Tekstslide

Hoofdstuk 2 Paragraaf 3  Onderdompelmethode
Wat weet je al:
Volume van rechthoekige voorwerpen (Kubus, Balk) kan je uitrekenen door te meten  (V = l * b * h)

Onregelmatige voorwerpen gaat dat wat moeilijker
Enig idee?

Slide 3 - Tekstslide

Hoofdstuk 2 Paragraaf 3  Onderdompelmethode
Een kiezelsteen lost niet op in water
Als je een kiezelsteen in een bakje met water legt drukt het als het ware het water opzij
(Demo)




Slide 4 - Tekstslide

Hoofdstuk 2 Paragraaf 3  Onderdompelmethode
Meet precies af hoeveel water je hebt
Doe er de steen bij
Meet dan precies hoeveel het water met de steen is

De hoeveelheid water dat meer lijkt te zijn geworden is precies de hoeveelheid van de steen




Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Volume via onderdompelmethode
Onderdompelmethode
Beginstand = Vb
Eindstand = Ve
Volume voorwerp = Ve - Vb

In het voorbeeld: Vb = 65 mL,  Ve = 85 mL
Volume voorwerp =  85 mL - 65 mL = 20 mL

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

H2P4  Dichtheid:  Wat is dichtheid
Dichtheid is een eigenschap van een stof
Overal ter wereld zal hetzelfde materiaal dezelfde dichtheid hebben.

Zowel vloeistof, vaste stof en gassen hebben dichtheid als eigenschap

Deze eigenschap is wel afhankelijk van de temperatuur en de luchtdruk
In tabellen staat er daarom ook:  Dichtheid bij kamertemperatuur, en bij gassen en dampen: Dichtheid bij  kamertemperatuur en P = Po

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Dichtheid
Dichtheid is de massa van precies 1 cm3 van een stof
Dat is een stofeigenschap
Bijvoorbeeld:    
1 cm3 zuiver goud heeft een massa van precies 19,3 g
1 cm3 zuivere alcohol heeft een massa van precies 0,80 g
Waar ook ter wereld, overal heeft het die massa 
(bij kamertemperatuur = 20 graden Celsius)

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

H2P4  Dichtheid:  Hoe kan je dichtheid uitrekenen

Slide 14 - Tekstslide

Wat is het volume van een rechthoekig voorwerp met lengte van 8 cm, breedte van 1,5 cm en hoogte van 2 cm
A
12 kubieke centimeter
B
24 kubieke centimeter
C
36 kubieke centimeter
D
11,5 kubieke centimeter

Slide 15 - Quizvraag

Een steen heeft een volume van 23 mL. Wat is de beginstand van het water als de eindstand van het water met de steen 51 mL is
A
23 mL
B
28 mL
C
51 mL
D
74 mL

Slide 16 - Quizvraag

Een kubus heeft ribben van 3 cm.
Het volume is ook bepaald met de onderdompel methode wat is dan het eindvolume als het begin volume 40 mL is (1 mL = 1 kubieke centimeter)
A
13 mL
B
40 mL
C
67 mL
D
120 mL

Slide 17 - Quizvraag

Een steen heeft een volume van 23 mL. De massa van de steen is 46 gram.
Wat is de dichteid van de steen
A
0,5 g/mL
B
2,0 g/mL
C
5 g/mL
D
0,2 g/mL

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het symbool voor massa
A
g
B
kg
C
m
D
s

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een eenheid van tijd
A
g
B
kg
C
m
D
s

Slide 20 - Quizvraag

De massa van de steen bedraagt 45 gram
Wat is deze zin de grootheid
A
massa
B
steen
C
bedraagt
D
gram

Slide 21 - Quizvraag

De massa van de steen bedraagt 45 gram
Wat is deze zin de eenheid
A
massa
B
steen
C
bedraagt
D
gram

Slide 22 - Quizvraag

Drijven - Zweven - Zinken

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Samenvatting
Een voorwerp drijft als de dichtheid van het voorwerp kleiner is dan de dicheid van de vloeistof
Een voorwerp zweeft als de dichtheid van het voorwerp gelijk is dan de dicheid van de vloeistof
Een voorwerp zinkt als de dichtheid van het voorwerp groter is dan de dicheid van de vloeistof

Slide 25 - Tekstslide

Afronding


Vragen?



Maken de opgaven behorende bij paragraaf 4:    1 t/m 15

Slide 26 - Tekstslide