14.4 Impulsoverdracht tussen neuronen 5V 2526

14.4 Impulsoverdracht tussen neuronen
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

14.4 Impulsoverdracht tussen neuronen

Slide 1 - Tekstslide

Herhaling
Vul de ontbrekende woorden in bij de nummers en maak de zin biologisch kloppend.

De Na+-poorten in een zenuwcel gaan open als gevolg van een (1). Het potentiaalverschil wordt daarna minder (2). Dit heet (3). Als de prikkel sterk genoeg is volgt een (4).

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling
Vul de ontbrekende woorden in bij de nummers en maak de zin biologisch kloppend.

De Na+-K+-pomp pompt (1) de cel in en (2) de cel uit. Dit kost (3). Dit transport draagt bij aan het handhaven van de (4).

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel (14.4)
Hoe wordt de impuls van een zenuwcel overgedragen op de volgende zenuwcel?

Hoe beïnvloeden (stimuleren/ remmen) zenuwcellen elkaar?

Slide 4 - Tekstslide

Impulsoverdracht tussen neuronen
Gebeurt met behulp van neurotransmitters.
Lijst met belangrijkste neurotransmitters staat in Tabel 88I.

Slide 5 - Tekstslide

Impulsoverdracht tussen neuronen
Gebeurt altijd één richting op.


Slide 6 - Tekstslide

Impulsoverdracht tussen neuronen
Exciterende neurotransmitters
Stimuleren het volgende neuron
bv Acetylcholine
Inhiberende neurotransmitters
Remmen het volgende neuron
bv GABA

Slide 7 - Tekstslide

Impulsoverdracht tussen neuronen
Elk neuron maakt maar één type neurotransmitter en kan dus ook alleen maar óf stimulerend (exciterend) óf remmend (inhiberend) zijn.

Slide 8 - Tekstslide

Hoe vindt impulsoverdracht plaats?

Slide 9 - Tekstslide

1. Impuls bij synaps
2. Ca2+ ionen stromen naar binnen
3. Blaasjes fuseren met eindmembraan
4. Neurotransmitter vrij in synapsspleet
5. Na+ poort open 
6. depolarisatie in postsynaptisch neuron
7. Afbraak neurotransmitter
presynaptisch/
postsynaptisch neuron
Exciterend neuron

Slide 10 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter
Stap 1a: Impuls komt aan bij de synaps (presynaptisch membraan)

Slide 11 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter
Stap 1b: Ca2+ poorten gaan open, Ca2+ ionen stromen de cel in

Slide 12 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter
Stap 2: Neurotransmitterblaasjes worden gemobiliseerd (klaargezet)

Slide 13 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter
Stap 3: Blaasjes fuseren met presynaptisch membraan – neurotransmitter in synaptische spleet

Slide 14 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter
Stap 4: Neurotransmitter bindt aan receptoren op het post-synaptisch membraan

Slide 15 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter
Stap 5: Na+ poorten openen: depolarisatie, actiepotentiaal bij voldoende prikkeling

Slide 16 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter
Stap 6: Neurotransmitter wordt afgebroken door enzymen, poorten sluiten

Slide 17 - Tekstslide

1. Impuls bij synaps
2. Ca2+ ionen stromen naar binnen
3. Blaasjes fuseren met eindmembraan
4. Neurotransmitter vrij in synapsspleet
5. K+ poort open 
6. Hyperpolarisatie in postsynaptisch neuron
7. Afbraak neurotransmitter
presynaptisch/
postsynaptisch neuron

Inhiberend neuron

Slide 18 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter

Slide 19 - Tekstslide

Inhiberende neurotransmitter
K+
K+

Slide 20 - Tekstslide

Exciterende neurotransmitter-> EPSP
Exciterende postsynaptische potentiaal (EPSP):
de membraanpotentiaal van het postsynaptisch neuron wordt tijdelijk minder negatief

Slide 21 - Tekstslide

Inhiberende neurotransmitter-> IPSP
Inhiberende postsynaptische potentiaal (IPSP):
de membraanpotentiaal van het postsynaptisch neuron wordt tijdelijk  negatiever

Slide 22 - Tekstslide

EPSP + IPSP = summatie
Elk neuron heeft contact met meerdere andere neuronen.

Slide 23 - Tekstslide

EPSP + IPSP = summatie
De optelsom (summatie) van alle EPSP's en IPSP's op een bepaald moment bepalen of er in het postsynaptisch neuron een actiepotentiaal optreedt.

Slide 24 - Tekstslide

De hoeveelheid neurotransmitter, die per tijdseenheid door een bepaalde zenuwcel in een synapsspleet wordt gebracht, is niet constant. Waar hangt deze hoeveelheid vanaf?


A. De sterkte van aankomende impulsen.
B. De frequentie waarmee impulsen aankomen.
C. De herkomst van aankomende impulsen.
D. De mate van depolarisatie van het presynaptische membraan.

Slide 25 - Tekstslide

De hoeveelheid neurotransmitter, die per tijdseenheid door een bepaalde zenuwcel in een synapsspleet wordt gebracht, is niet constant. Waar hangt deze hoeveelheid vanaf?


A. De sterkte van aankomende impulsen.
B. De frequentie waarmee impulsen aankomen.
C. De herkomst van aankomende impulsen.
D. De mate van depolarisatie van het presynaptische membraan.

Slide 26 - Tekstslide

Leerdoelen
9. Je beschrijft de impulsoverdracht via een synaps.
10. Je legt uit wat summatie inhoudt.

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide