Brood - les 3 - Deegbereiding, rijzen, bakken en verpakken

Brood 2 - Les 3
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Brood 2 - Les 3

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning 
  • Deegbereiding - afronding
  • Rijzen
  • Bakken
  • Verpakken

Slide 2 - Tekstslide

Weekplanning
  1. Geschiedenis, wettelijke eisen, productieproces en grond- en hulpstoffen
  2. Practicum brood maken
  3. Vervolg grond- en hulpstoffen + deegbereiding
  4. Practicum knuffeldeeg maken + werking van gist
  5. Rijsproces, bakken & verpakken
  6. Vervalt in verband met studiedag
  7. Practicum gevuld vruchtenbrood
  8. Toets brood

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
Jij:
  • kunt uitleggen wat er gebeurt bij de deegontwikkeling
  • kunt verschillen benoemen die ontstaan bij verschillende wijzes van kneden
  • kunt factoren benoemen die van belang zijn bij de deegbereiding
  • kunt het rijsproces beschrijven en factoren benoemen die hierbij van belang zijn
  • kunt beschrijven welke veranderingen er in het brood plaatsvinden tijdens het bakken
  • kunt beschrijven van welke factoren de baktijd en baktemperatuur afhankelijk zijn


Slide 4 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding
Deegontwikkeling bij het kneden
  • Structuur gevormd worden die de gasbelletjes van koolstofdioxide (CO2) kan vasthouden.
  • De CO2 wordt later gevormd tijdens het rijzen van het deeg.
  • Het vasthouden van de CO2 gebeurt tot het bakken van het deeg. 
  • Bij het bakproces wordt de structuur (luchtigheid) vastgelegd of gefixeerd.

Slide 5 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding
Wat gebeurt er bij de deegontwikkeling?
Door het toevoegen van water aan de bloem wordt het water gebonden aan de zetmeelkorrels en aan de eiwitten.
  • Zetmeelkorrels: max 30% van hun gewicht aan water. Ze zwellen dan 10%.
  • Wateropname door dextrinens, grote brokstukken (Pentosanen)
  • Tarwe-eiwitten absorberen 200% van hun gewicht aan water.
  • Daarbij komt er zoveel spanning in de eiwitten dat ze een bolvorm aannemen en zich als het ware oprollen.

Slide 6 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding

Slide 7 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding
Wat gebeurt er bij de deegontwikkeling?
  • De waterstofbruggen zijn zwakker dan de zwavelbruggen, maar het aantal waterstofbruggen is erg groot. Daardoor hebben ze toch een grote invloed op de elasticiteit van het deeg. 
  • Honderd touwtjes zijn samen sterker dan één kabel!

Slide 8 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding
Wat gebeurt er bij de deegontwikkeling?
  • Door de kneedbeweging worden de eiwitmoleculen tussen de zetmeelkorrels geschoven. 
  • Op deze manier vormen ze lange draden, ze worden uitgerekt. 
  • Doordat het deeg grotendeels bestaat uit zetmeelkorrels en later ook gascellen wordt het eiwit uitgerekt tot een vlies.

Slide 9 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding

Slide 10 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding
Bij het uitrekken van een stukje
deeg wordt een vliesachtige 
structuur zichtbaar. 
Deeg heeft een structuur.

Slide 11 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding
Verschil tussen kort 
en lang kneden.

Slide 12 - Tekstslide

Brood - Deegbereiding
Luchtinslag tijdens het kneden
  • Bij het kneden komt lucht in het deeg. 
  • Door oxidatie verbetert de kwaliteit van het deeg en lucht is van belang om een fijne structuur te krijgen.
  • De ingeslagen luchtbelletjes vormen 'gaskernen'.
  • Het koolzuurgas, gevormd door de gist, gaat zich in deze kernen ophopen. 
  • Dit worden de latere gaatjes in het brood (kruimstuctuur).

Slide 13 - Tekstslide

Effecten van temperatuur
op het brood (deeg)

Slide 14 - Woordweb

Brood - Rijzen
Het rijzen kun je onderscheiden in het voorproces, dat is de voorrijs, en de narijs.
Het voorproces is belangrijk in verband met:
1. Betere eeteigenschappen van het brood;
2. Betere verwerkbaarheid van het deeg;
3. Betere geur en smaak van het brood.

Slide 15 - Tekstslide

Brood - Rijzen
Voorrijs
  • De kruim van het brood veerkrachtiger
  • Het brood blijft langer mals. 
  • Het deeg kan makkelijker worden gevormd 
  • Brood krijgt een sterkere geur.

De narijs geeft het brood een beter volume.

Slide 16 - Tekstslide

Brood - Rijzen

Slide 17 - Tekstslide

Wat wordt verstaan onder doorslaan?

Slide 18 - Open vraag

Wat wordt verstaan onder opbollen?

Slide 19 - Open vraag

Wat wordt verstaan onder opmaken?

Slide 20 - Open vraag

Wat wordt verstaan onder bolrijs?

Slide 21 - Open vraag

Wat wordt verstaan onder busrijs?

Slide 22 - Open vraag

Waarom moet een brooddeeg meerdere keren rijzen?

Slide 23 - Open vraag

Brood - Rijzen
Invloeden op het rijsproces hebben:
- de werking van enzymen;
- de deegtemperatuur;
- de gisthoeveelheid;
- de toevoegingen.


Slide 24 - Tekstslide

Brood - Rijzen
Enzymwerking
  • Bloem en meel bevatten proteolytische enzymen. (eiwit afbraak)
  • Bij 'harde' bloemsoorten is de afbraak van gluten gunstig --> soepeler deeg
  • Lang proces? Langere enzymwerking

Slide 25 - Tekstslide

Brood - Rijzen
Deegtemperatuur
De deegtemperatuur is een 
belangrijke factor bij het rijzen. 
Het beste rijst het deeg bij 
een temperatuur van 28°C.

28°C
25°C

Slide 26 - Tekstslide

Brood - Rijzen
Gisthoeveelheid
Als er meer gist toegevoegd wordt 
verloopt de vergisting veel sneller.

De verwerkingstijd heeft ook 
invloed, het eerste deegstuk zou
meer rijstijd hebben dan het laatste.

Slide 27 - Tekstslide

Brood - Rijzen
Toevoegingen
Deeg zonder zout rijst beter, zout remt immers de gistwerking.

Als suiker toegevoegd wordt aan het deeg, bij bijv. suikerbrood, worden soms ander giststammen gebruikt.
Suikers vormen het basisvoedsel voor gisten. De toevoeging van suiker geeft geen snellere rijs.

Slide 28 - Tekstslide

Brood - Rijzen
Rijsonderbreking
  • Minder werken in de nachtelijke uren is kostenbesparend en prettiger voor de werknemers. 
  • Gevormde deegstukken te koelen of in te vriezen. In bakkerijen zie je daarom soms rem-rijskasten.
  • Rijsonderbreking, de bewaartemperaturen zijn dan van 0°C tot -10°C.

Slide 29 - Tekstslide

Brood - Rijzen
Bake off
Bij het invriezen en bewaren van deeg bij een temperatuur van -15°C tot -20°C spreken we over bake off.

Slide 30 - Tekstslide

Brood - Rijzen
Voorgebakken producten
  • Deeg geproduceerd en gebakken maar de laatse fase van het bakken wordt aangepast.
  • Mild bakproces waardoor het wel gaar is maar nog geen kleur heeft. Het wordt dan ingevroren of gasverpakt.

Slide 31 - Tekstslide

Brood - Rijzen

Slide 32 - Tekstslide

Waarvan is de
baktijd afhankelijk?

Slide 33 - Woordweb

Factoren die baktijd beïnvloeden
  • Oventemperatuur 
  • Grootte van het te bakken product.
  • Gevuld zijn van het product
  • Gebruikte hulpgrondstoffen. 
  • Het vetpercentage en de stijfte van het deeg hebben invloed.
  • Harde of zachte broodsoorten

Slide 34 - Tekstslide

Welke tijd - temperatuurcombinatie
wordt gebruikt bij het bakken van
zacht kleinbrood?
A
4-6 minuten, 260°C
B
4- 6 minuten, 210°C
C
6-8 minuten, 260°C
D
8-9 minuten, 280°C

Slide 35 - Quizvraag

Brood - Bakken gevuld brood
Gevuld brood
Een gevuld brood heeft een vulling van bijvoorbeeld gewelde krenten en/of rozijnen. 
Deze vulling vertraagt het binnendringen van de warmte tot in de kern van het brood. Het duurt langer voor een product gaar is.
Ook hier is de baktijd langer en de oventemperatuur lager.

Slide 36 - Tekstslide

Brood - Bakken - Hulpstoffen
Hulpstoffen
Wanneer er extra suiker of melkpoeder aan het deeg wordt toegevoegd zullen deze invloed hebben op de kleuring van de broodkorst tijdens het bakken.
Toevoegingen mogen niet leiden tot te donkere broden. Om dit te voorkomen wordt de oventemperatuur lager ingesteld.

Slide 37 - Tekstslide

Brood - Bakken - Vetstoffen
Percentage vetstoffen
  • Diverse gevulde luxe broden (kerstbrood e.d.) bevatten een extra hoog percentage broodverbeteraar. 
  • Broodverbeteraars bevatten een hoog percentage vet. 
  • Broodverbeteraars worden toegevoegd om de smaak van het product te verhogen en de houdbaarheid te verlengen.

Slide 38 - Tekstslide

Brood - Bakken - Vetstoffen
Percentage vetstof
Verstoffen worden tijdens het deegdraaien intensief door het deeg verdeeld. 
Tijdens het bakken wordt de verstijfseling van zetmeel geremd door de grote hoeveelheid vetstof in het deeg. De vetstof ligt rond de zetmeelkorrels. 
De zetmeelkorrel moet onder invloed van de temperatuurverhoging vocht opnemen om te kunnen verstijfselen. Met een laagje vet om de zetmeelkorrrel verloopt dit proces trager.
De oventemperatuur zal dan lager zijn en de baktijd langer.

Slide 39 - Tekstslide

Brood - Bakken - Stijfte deeg
Stijfte van het deeg
De stijfte van het deeg en de hoeveelheid vocht die is toegevoegd hebben met elkaar te maken.
Wanneer een deeg veel vocht bevat zal het zetmeel moeite hebben om dit vocht te binden en goed gaar te worden.
Degen met veel vocht moeten langer bakken om het zetmeel tijd te geven volledig en goed te verstijfselen.

Slide 40 - Tekstslide

Brood - Bakken 
Warmte (of energie) heeft invloed op alle deegbestanddelen:
- eiwit;
- zetmeel;
- water;
- gist;
- enzymen.

Slide 41 - Tekstslide

Brood - Bakken - Invloed op eiwit
Eiwit
  • Bij temperatuursverhoging vocht loslaten, ze kunnen het dan niet vasthouden. 
  • Gaan coaguleren, ze worden vast. Ze vormen nu een stevig geraamte van het brood. 
  • Door het coaguleren krijgt het brood zijn vaste vorm.

Slide 42 - Tekstslide

Brood - Bakken - Invloed op zetmeel 
Zetmeel
  • Tijdens temperatuurverhoging gedwongen om vocht op te nemen. Deze verstijfseling is van belang voor de broodstructuur, dit gebeurt bij 60°C. 
  • Het vocht komt voor een deel uit het eiwit, dat bij temperatuursverhoging juist vocht los laat.
  • Deeg is gaar wanneer al het zetmeel is verstijfseld

Slide 43 - Tekstslide

Brood - Bakken - Invloed water
Water
 


Slide 44 - Tekstslide

Brood - Bakken - Invloed gist
Gist

  • Boven een temperatuur van 40°C neemt de gistactiviteit af.
  • Aan het begin van het bakproces is de gist nog actief in de kern van het brood. 
  • Bij een temperatuur van 60°C of hoger gaat het gist volledig kapot.  (halverwege het bakproces)

Slide 45 - Tekstslide

Brood - Bakken - Enzymen
  • De amylase-enzymen kunnen zetmeel afbreken.
  • Enzymen hebben de eigenschap bij hogere temperaturen sneller te werken. 
  • Enzymen kunnen effectiever werken als het zetmeel verstijfseld is.
  • Tijdens het bakken vindt nog veel enzymactiviteit plaats en zetmeel wordt gesplitst.
  • Boven een temperatuur van 80°C stopt de enzymactiviteit.

Slide 46 - Tekstslide

Brood - Bakken - Broodtemperatuur
Temperatuursstijging
in het hart van het
brood tijdens bakken.

Slide 47 - Tekstslide

Brood - Bakken - Broodtemperatuur

Slide 48 - Tekstslide

Brood - Bakken - Broodtemperatuur
Bij de start van het bakproces vindt de ovenrijs plaats.
Dit is de volumetoename van het deegstuk in de oven aan het begin van het bakproces. 

Bij grootbrood is dit in de 
eerste10 minuten van 
het bakproces.


Slide 49 - Tekstslide

Brood - Bakken - Broodtemperatuur
Volumevergroting komt door:
- toename van koolzuurgasproductie;
- uitzetten van de gassen;
- verdampen van het water.
 



Slide 50 - Tekstslide

Brood - Bakken - Stomen
  • Volumevergroting tijdens het bakken ontstaat alleen als het deeg scheurt.
  • Als de deeghuid van een broodproduct niet willen laten scheuren maar willen laten meerekken moet de deeghuid bevochtigd worden. 
  • Deze blijft dan langer zacht en rekbaar, waardoor volumetoename zonder scheuren mogelijk is.

Slide 51 - Tekstslide

Brood - Bakken - Korstkleur
Korstkleur

De korstkleur wordt bijna uitsluitend gevormd door de koppeling van enkelvoudige suikers (zoals glucose en maltose) aan eiwitten, dit is Maillard-reactie.
Bij de Maillard-reactie ontstaan ook verbindingen met sterke geur, deze bepalen mede het broodaroma.

Slide 52 - Tekstslide

Leerdoelen
Jij:
  • kunt uitleggen wat er gebeurt bij de deegontwikkeling
  • kunt verschillen benoemen die ontstaan bij verschillende wijzes van kneden
  • kunt factoren benoemen die van belang zijn bij de deegbereiding
  • kunt het rijsproces beschrijven en factoren benoemen die hierbij van belang zijn
  • kunt beschrijven welke veranderingen er in het brood plaatsvinden tijdens het bakken
  • kunt beschrijven van welke factoren de baktijd en baktemperatuur afhankelijk zijn


Slide 53 - Tekstslide