Elektriciteitscentrale bij Rybnik (Polen) met schoorstenen en koeltorens (foto: HansenHimself, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · TECHNOLOGIE · MILIEU
Quiz
Terugblik: Milieu en duurzaamheid
Elektriciteitscentrale bij Rybnik (Polen) met schoorstenen en koeltorens (foto: HansenHimself, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · TECHNOLOGIE · MILIEU
Quiz
Terugblik: Milieu en duurzaamheid
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: HansenHimself / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Welke aanduiding hoort bij een stof die huid en metaal aantast?
Oxiderend
Schadelijk
Corrosief
Ontvlambaar
Het GHS-symbool voor corrosieve stoffen toont een stof die metaal en huid aantast. Syllabus T3.1.
Grenswaarde: 5,0 mg per m³. Hoeveel mg mag maximaal in 40 m³ lucht?
8,0 mg
45 mg
2,0·10² mg
0,13 mg
5,0 × 40 = 2,0·10² mg. Verwachte fouten: delen (40 ÷ 5,0 = 8,0 en 5,0 ÷ 40 = 0,13) en optellen (45). Syllabus T3.1.
Welke twee stoffen veroorzaken vooral zure depositie?
SO₂ en NOx
CO en roet
N₂ en O₂
Fijnstof en CO
SO₂ en NOx geven met O₂ en H₂O zwavelzuur en salpeterzuur. CO, roet en fijnstof horen bij smog. Syllabus T3.2.
Vul in
Smog bevat onder andere roet, fijnstof en onverbrande koolwaterstoffen uit de uitlaat.
Begrippen van de dia Smog. Syllabus T3.2.
Zet de levenscyclus van een product op volgorde
Volgorde van de dia Levenscyclus. Syllabus T4.1.
Waarom is kalksteen kwetsbaar voor zure regen?
Het reageert met SO₂ tot roet
Het smelt door de regen
Het brandt door zure damp
Het reageert met H⁺ en lost op
CaCO₃ reageert met H⁺ tot Ca²⁺, H₂O en CO₂. Syllabus T3.2.
Welke uitspraak over ADI en LD50 klopt?
ADI geldt voor lucht, LD50 voor water
ADI geldt per dag, LD50 voor één dosis
ADI is een dodelijke dosis, LD50 niet
Hoge LD50 betekent dat een stof giftiger is
De ADI gaat over dagelijkse inname, de LD50 over een eenmalige dodelijke dosis voor de helft van de proefdieren. Syllabus T3.1.
CH₄ verbrandt onvolledig tot CO: vergelijking?
Methaan reageert met te weinig zuurstof tot CO en water. 2 CH₄ + 3 O₂ → 2 CO + 4 H₂O. Kloppend: links 2 C, 8 H en 6 O, rechts 2 C, 8 H en 2 + 4 = 6 O. Verwachte fout: de coëfficiënten niet kloppend maken of CO₂ opschrijven. Syllabus T3.2.
Welke ionen uit mest veroorzaken vooral eutrofiëring?
Nitraat en fosfaat
Sulfaat en carbonaat
Natrium en chloride
Sulfaat en chloride
Nitraat en fosfaat voeden algen. Syllabus T3.3.
Een telefoon gaat 6 jaar mee in plaats van 3. Wat verandert er?
De productie gebruikt per jaar meer energie
Er ontstaat meer afval per gebruiksjaar
Per jaar minder grondstof en energie nodig
De gebruiksfase wordt korter
Bij een langere levensduur worden de grondstoffen en energie van winning en productie over meer jaren verdeeld. Syllabus T4.1.
Een boer mest minder dan het gewas opneemt. Wat geldt?
Er blijft een overschot in de bodem
Er gaat meer uit de bodem dan erin
Er spoelt veel nitraat uit
De bodem krijgt meer mineralen
Aanvoer is kleiner dan afvoer, dus de mineraalbalans is negatief en de bodem raakt uitgeput. Syllabus T3.3.
Noem één rol van chemie bij voedselvoorziening.
Verwacht: kunstmest geeft hogere opbrengst, gewasbescherming, bewaren van voedsel. Bonus: noem ook het nadeel (uitspoelen, eutrofiëring). Syllabus T4.2.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · TECHNOLOGIE · MILIEU
Goed gedaan!
Je kunt risico's van stoffen beoordelen, zure depositie, smog en eutrofiëring verklaren en de duurzaamheid van een product beoordelen. Kijk de vragen na die fout gingen en zoek het onderdeel op in les 1.
Deze slide heeft geen instructies