Les 3 - Basiskenmerken van koolwaterstoffen, nomenclatuur en isomerie

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Weekplanning
Wk 1: Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur
Wk 2: Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur
Wk 3: Basiskenmerken van koolwaterstoffen, nomenclatuur & isomerie
Wk 4: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 5: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 6: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 7: Herhaling & oefentoets

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Jij:
  • Kan het verschil herkennen tussen:
       - Vertakte en onvertakte koolwaterstoffen.
       - Verzadigde en onverzadigde verbindingen.
       - Cyclische en acyclische structuren.
  • Kan eenvoudige koolwaterstoffen voorzien van een systematische naam.
  • Kan een systematische naam omzetten om in een structuurformule.
  • Kan uitleggen uit wat isomeren zijn en geeft voorbeelden.


Slide 3 - Tekstslide

Lesplanning
  • Herhaling les 2 + huiswerk bespreken
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Cyclisch/acyclisch
  • Isomeren
  • Aan de slag! 

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling les 2
  • Huiswerk bespreken
  • Invullen onderstaande tabel 
Alkaan
Alkeen
Alkadiëen
Enkel of dubbele binding (zo ja, hoeveel?)
Enkele
Dubbele (1)
Dubbele (2)
Verzadigd of onverzadigd?
Verzadigd
Onverzadigd
Onverzadigd
Algemene formule
CnH2n+2
CnH2n
CnH2n-2

Slide 5 - Tekstslide

Lesplanning
  • Herhaling les 2 + huiswerk bespreken
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Cyclisch/acyclisch
  • Isomeren
  • Aan de slag! 

Slide 6 - Tekstslide

Wanneer noem je een koolwaterstof
vertakt en wanneer onvertakt?

Slide 7 - Woordweb

Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
Vertakte koolwaterstoffen
Onvertakte koolwaterstoffen
Hoofdketen met één of meerdere zijtakken van koolstofatomen.
Koolstofatomen vormen één aaneengesloten keten zonder zijtakken.
Namen bevatten voorvoegsels zoals methyl, ethyl om vertakkingen aan te geven 
(bijv. 2-methylbutaan).
Eenvoudige namen zoals pentaan, hexaan.

Slide 8 - Tekstslide

Soorten vertakkingen
  • Vertakte alkanen hebben één of meer vertakkingen aan de hoofdketen.
  • De twee meest voorkomende vertakkingen zijn methyl en ethyl.

Slide 9 - Tekstslide

Naamgeving vertakkingen
  • Eenzelfde vertakking kan meer dan één keer in een molecuul voorkomen. 
  • De naam van de vertakking wordt voorafgegaan door een woord dat aangeeft hoe vaak de vertakking voorkomt.
De meest gebruikte telwoorden zijn:
  • Mono: 1
  • Di: 2
  • Tri: 3
  • Tetra: 4
  • Penta: 5
  • Hexa: 6
Het voorvoegsel mono wordt meestal weggelaten.

Slide 10 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof 
De naamgeving van vertakte koolwaterstoffen gaan we doornemen aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld 1: Hoe heet het vertakte alkaan met de onderstaande structuurformule?

Slide 11 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof - Stap 1
  • Zoek de langste onvertakte koolstofketen en tel het aantal C-atomen in deze keten. 
  • Zet een nummer bij elk C-atoom. 
  • Je kunt de hoofdketen nummeren van links naar rechts en omgekeerd. 
  • Je begint met nummeren aan het uiteinde dat het dichtst bij een vertakking zit.

Slide 12 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof - Stap 2
  • Geef de langste onvertakte keten de juiste naam. Dit noem je de stamnaam.

Voorbeeld:
  • De langste onvertakte keten telt vier C-atomen. 
  • Een overtakte keten met 4 C-atomen heet butaan. 
  • De naam van de langste onvertakte keten vormt de stam van de naam.

…………butaan

Slide 13 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof - Stap 3
  • Kijk welke vertakkingen er aanwezig zijn en geef de vertakkingen de juiste naam. De naam van de vertakking komt voor de stam van de naam.
  • Kijk hoe veel vertakkingen er aanwezig zijn, geef dit aan met het juiste telwoord. Het telwoord mono laten we meestal weg.
  • Zijn er twee of meer verschillende vertakkingen? Dan houden we alfabetische volgorde aan.

Voorbeeld:
  • In een molecuul komt één vertakking voor. De naam van deze vertakking is methyl. De naam van de vertakking komt vóór de stam van de naam. 
  • De vertakking is maar één keer aanwezig. De naam van de vertakking kunnen we daarom vooraf laten gaan door het telwoord mono. Dit telwoord laten we echter meestal weg. 

………..methylbutaan

Slide 14 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof - Stap 4
  • Kijk aan welk C-atoom uit de hoofdketen de vertakking is gebonden.
  • Zet het nummer van het C-atoom waaraan de vertakking is gebonden, vóór de naam van de vertakking (en het eventuele telwoord dat erbij hoort).

Voorbeeld:
  • De methylvertakking zit aan het tweede C-atoom van de hoofdketen. 

2 - methylbutaan.

Slide 15 - Tekstslide

Structuurformule vertakte koolwaterstof 
Het afleiden van een structuurformule vanuit de naamgeving van vertakte koolwaterstoffen gaan we doornemen aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld 1: Geef de structuurformule van 2,3,3 - trimethylpentaan.

Slide 16 - Tekstslide

Structuurformule vertakte koolwaterstof - Stap 1
  • Kijk eerst naar de uitgaan van de naam. 
  • Teken deze keten, laat de H-atomen weg, teken alleen de bindingsstreepjes en zet een nummer bij elk C-atoom.

Voorbeeld:
  • Pentaan is de uitgang. Pentaan is een onvertakte keten met 5 C-atomen. 

Slide 17 - Tekstslide

Structuurformule vertakte koolwaterstof - Stap 2
  • Kijk welke vertakkingen het molecuul heeft en op welke plek deze zich bevinden. 
  • Teken de vertakking op de aangeven plek.

Voorbeeld:
  • Het molecuul heeft 3 methyl vertakkingen (trimethyl). 
  • Een vertakking zit aan C-atoom 2 en twee vertakkingen zitten aan C-atoom 3. 

Slide 18 - Tekstslide

Structuurformule vertakte koolwaterstof - Stap 3
  • Vul nu de rest van de lege bindingen aan met H-atomen. De uiteindelijke structuurformule is dan klaar.

Voorbeeld:

Slide 19 - Tekstslide

Lesplanning
  • Herhaling les 2 + huiswerk bespreken
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Cyclisch/acyclisch
  • Isomeren
  • Aan de slag! 

Slide 20 - Tekstslide

Wanneer noem je een koolwaterstof
cyclisch en wanneer acyclisch?

Slide 21 - Woordweb

Cyclische vs acyclische koolwaterstoffen
Cyclische koolwaterstoffen.
Acyclische koolwaterstoffen.
Koolstofatomen liggen in een gesloten ringvorm.
Koolstofatomen liggen in een keten met begin en eindes.
Namen bevat het voorvoegsel cyclo, zoals cyclobutaan, 1,3-dimethylcyclopentaan.
Eenvoudige namen zoals butaan, 2, 4- dimethylpentaan.

Slide 22 - Tekstslide

Naamgeving cyclische koolwaterstoffen
De naamgeving van cyclische koolwaterstoffen gaan we doornemen aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld 1: Hoe heet de cyclische koolwaterstof met de onderstaande structuurformule?

Slide 23 - Tekstslide

Naamgeving cyclische koolwaterstoffen - Stap 1
  • Tel het aantal C-atomen in de ring en nummer ze. Begin bij een vertakking en nummer in de richting waarin je de eerst volgende vertakking tegenkomt. 

Slide 24 - Tekstslide

Naamgeving cyclische koolwaterstoffen - Stap 2
  • De naam van de ring is de stam van de naam. 

………………….cyclopentaan. 

Slide 25 - Tekstslide

Naamgeving cyclische koolwaterstoffen - Stap 3
  • Kijk of er nog vertakkingen aan de ringvorm zitten.
  • Aan de ring zitten twee methylvertakkingen op de plaatsen 1 en 3.  

De naam van het vertakte cyclo-alkaan is 
1,3-dimethylcyclopentaan.

Slide 26 - Tekstslide

Benzeen
  • Een bijzonder ringverbinding is benzeen (C6H6).





  • Meestal komt je de zeshoek tegen (rechts op de afbeelding). 
  • Elk hoekpunt stelt één C-atoom voor waaraan één H –atoom gebonden is. 

Slide 27 - Tekstslide

Lesplanning
  • Cyclisch/acyclisch
  • Isomeren
  • Aan de slag! 

Slide 28 - Tekstslide

Wat zijn isomeren?

Slide 29 - Woordweb

Isomeren
  • Isomeren zijn moleculen met dezelfde molecuulformule, maar met verschillende structuurformules
  • Isomeren zijn dus moleculen van verschillende stoffen. 

Slide 30 - Tekstslide

In welk blok staan twee isomeren? 
En in welk blok staan twee dezelfde moleculen? 
Dezelfde moleculen.
Isomeren.

Slide 31 - Sleepvraag

Isomeren
  • Cyclisch/acyclisch
  • Isomeren
  • Aan de slag! 

Slide 32 - Tekstslide

Aan de slag!
  • Maak opdracht 7 t/m 10 van les 2;
  • Maak les 3 - lesopdracht 1.

Slide 33 - Tekstslide