1.4 MODEL EN HYPOTHESEN

MODEL EN HYPOTHESEN
Paragraaf 1.4
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

MODEL EN HYPOTHESEN
Paragraaf 1.4

Slide 1 - Tekstslide

NA DEZE LES WEET JE ...
  • ... wat een conceptueel model is.
  • ... hoe je een conceptueel moet opstellen.
  • ... wat een hypothese is.
  • ... hoe je een hypothese moet opstellen.

Slide 2 - Tekstslide

HERHALING
Variabelen is een kenmerk van een actor of samenleving die kan variëren.
  • Voorbeelden?

Kans is de waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis zal optreden.
  • Voorbeelden?

Wetmatigheid is een wet waarbij je geen uitzonderingen verwacht.
  • Voorbeelden?

Slide 3 - Tekstslide

Conceptueel model
Een schema met hokjes en pijltjes waarin de invloed van variabelen op elkaar wordt weergegeven

Slide 4 - Tekstslide

CONCEPTUEEL MODEL
Belangrijk bij een conceptueel model:
  • De pijl gaat altijd van links naar rechts
  • De variabelen bevatten geen waarderingen
  • Als er meerdere variabelen aan de linkerkant staan, dan hebben die allemaal een aparte pijl naar rechts toe

Slide 5 - Tekstslide

MAKEN OPDRACHT 23 EN 24

Slide 6 - Tekstslide

Hypothese
Een toetsbaar idee over de werkelijkheid. 

Slide 7 - Tekstslide

HYPOTHESE
Een hypothese bevat tenminste:
  • De variabelen die je onderzoekt
  • De groep die je bestudeert
  • De verwachte uitkomst (hoeft niet waar te zijn)

Belangrijk: Richting kiezen in hypothese (meer/groter/kleiner)
Dus niet: A heeft een invloed op B

Slide 8 - Tekstslide

AANNEMEN OF VERWERPEN
Aannemen
  • Hypothese is aangenomen (A --> B)

Verwerpen
  • Hypothese is niet aangenomen (geen verband A en B)

Slide 9 - Tekstslide

MAKEN OPDRACHT 25 en 26

Slide 10 - Tekstslide

HUISWERK
Maken opdracht 26

Slide 11 - Tekstslide