Startrekenen 1F H3 Aftrekken verdieping

Startrekenen 1F 
H3 min-sommen 

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Startrekenen 1F 
H3 min-sommen 

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud van de les
Voorkennis activeren
Instructie / uitleg
Leerdoel van deze les
Zelfstandige verwerking
Afsluiten/ evalueren

Slide 2 - Tekstslide

5.287.298,204
Voorkennis activeren
<span style="font-weight:bold">M</span>
<span style="font-weight:bold">Hd</span>
<span style="font-weight:bold">Td</span>
<span style="font-weight:bold">D</span>
<span style="font-weight:bold">H</span>
<span style="font-weight:bold">T</span>
<span style="font-weight:bold">E</span>
<span style="font-style:italic;font-weight:bold">t</span>
<span style="font-weight:bold;font-style:italic">h</span>
<span style="font-weight:bold;font-style:italic">d</span>
 5
  2
 8
 7
 2
 2
 9
 8
 0
 4

Slide 3 - Sleepvraag

Voorkennis activeren

Slide 4 - Tekstslide

Splits het volgende getal.

2452
Voorkennis activeren

Slide 5 - Open vraag

leerdoel
Ik kan minsommen uitrekenen door...

  • te splitsen
  • getallen te veranderen
  • nullen weg te halen
  • en te cijferen (onder elkaar)
Leerdoel van deze les

Slide 6 - Tekstslide

splitsen
345-38=

  1. Splits het tweede getal: 30 en 8
  2. Trek het tiental af: 345-30=315
  3. Trek de eenheid af: 315-8=307
  4. 345-38=307
Instructie / uitleg

Slide 7 - Tekstslide

Reken uit. Splits het tweede getal.
Schrijf de berekening op.
237-126=

Slide 8 - Open vraag

getallen veranderen
Instructie / uitleg
28 - 19 = 

bij beide getallen +1
29 - 20 = 9
42 - 16 = 

van beiden getallen -2
40 - 14 = 26
Tip: van welk getal in de som kun je het makkelijkste een mooi rond getal maken?

Slide 9 - Tekstslide

Reken uit. Verander het getal. + of -?
Schrijf de berekening op.
48-26=

Slide 10 - Open vraag

Reken uit. Verander het getal. + of -?
Schrijf de berekening op.
42-37=

Slide 11 - Open vraag

nullen weghalen
2800 - 600

  1. Welk getal heeft de minste nullen? (in dit geval evenveel)
  2. Streep bij beide getallen dat  aantal nullen (van het getal met de minste nullen) weg. 28ØØ-6ØØ=
  3. De som wordt makkelijker: 28-6=22
  4. Plaats de nullen weer terug achter het antwoord. 2200
Instructie / uitleg

Slide 12 - Tekstslide

Reken uit. Welk getal heeft de minste nullen? Wat wordt de nieuwe som met minder nullen? Schrijf je berekening op. 37.000-300=

Slide 13 - Open vraag

cijferend rekenen 
zonder lenen
Instructie / uitleg

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Nu zelf
De docent deelt dit scherm met jou. Klik dan op de link hieronder. Oefen met minsommen onder elkaar.

Klik hier

Slide 16 - Tekstslide

cijferend rekenen 
met lenen
Instructie / uitleg

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Nu zelf
De docent deelt dit scherm met jou. Klik dan op de link hieronder. Oefen met minsommen onder elkaar.

Klik hier

Slide 19 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Ga nu zelfstandig verder met online rekenen op Studiemeter.

 Controleer of jij op jouw niveau al klaar bent met hoofdstuk 3 aftrekken, of bekijk dat in domein 1 getallen. 

Nog niet af? Werk vandaag in dit hoofdstuk.
Zelfstandige verwerking

Slide 20 - Tekstslide

Welke manier van minsommen
maken vind jij het makkelijkste?
Afsluiten/ evalueren
Splitsen
Getallen veranderen
Nullen wegstrepen
Cijferend rekenen

Slide 21 - Poll

Welke manier van minsommen
maken moet je nog oefenen?
Splitsen
Getallen veranderen
Nullen wegstrepen
Cijferend rekenen

Slide 22 - Poll