VPTH 5 - blaasspoelen

VPTH 5 - Theorie
Les 5 - 15 maart
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgendeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

VPTH 5 - Theorie
Les 5 - 15 maart

Slide 1 - Tekstslide

Terugblik vorige les 
Pathologie urinewegstelsel

Slide 2 - Tekstslide

Planning deze les 
Blaasspoelen 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Blaasspoelen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Verschil tussen het spoelen van een katheter en blaasspoelen
Het spoelen van een katheter en blaasspoelen worden vaak in één adem genoemd. 


Katheter spoelen
Om de katheter doorgankelijk te houden en aanslag te voorkomen en/of verwijderen.
Spoelen gebeurt met een kleine hoeveelheid spoelvloeistof.


Slide 7 - Tekstslide

Het doel van een blaasspoeling is het reinigen of behandelen van de blaas.
Blaasspoelen
Om medicatie in te brengen in de blaas of stolsels en bezinksel uit de blaas te verwijderen.
Spoelen gebeurt met een ruime hoeveelheid spoelvloeistof.
Spoelvloeistof moet een periode inwerken in de blaas. Dit kan per zorgvrager verschillen


Slide 8 - Tekstslide

Voorbehouden en risicovolle handeling
Het inbrengen van een katheter in de blaas is een voorbehouden handeling en het spoelen van de blaas is een risicovolle handeling. Beide handelingen moeten in opdracht van een arts gebeuren.

Slide 9 - Tekstslide

Indicaties voor blaasspoeling
  • om vlokken, gruis en/of stolsels te verwijderen
  • om met antibiotica ontstekingen te bestrijden (medicinale spoeling)
  • bij blaaskanker, om kankercellen te vernietigen of om de afweer te stimuleren (dit vindt plaats in het ziekenhuis)
  • Het is niet zinvol om zorgvragers met een katheter standaard te spoelen om urineweginfecties te voorkomen!



Slide 10 - Tekstslide

Een blaasspoeling is niet altijd zinvol of wenselijk. Enkele contra-indicaties bij blaasspoelen zijn

  • overgevoeligheid voor de spoelvloeistof of het werkzame bestanddeel
  • beschadiging van het blaasslijmvlies
  • nierfunctiestoornissen
  • leverfunctiestoornissen
  • urinewegobstructies
  • blaasperforatie







Slide 11 - Tekstslide

Voor - en nadelen
  • Het inbrengen van vloeistof of medicijnen direct in de blaas kan voordelen hebben. 
  • Hoge concentraties van het werkzame bestanddeel kunnen op de aangedane plek lokaal inwerken. 
  • Daarnaast zijn er minder systemische bijwerkingen. 
  • Het nadeel is dat je moet katheteriseren. Katheteriseren is een invasieve en vaak onprettige handeling die het risico op een infectie vergroot

Slide 12 - Tekstslide

problemen bij en na blaasspoelen
  • De spoelvloeistof loopt moeilijk in. Dit kan een gevolg zijn van een verstopte katheter.
  • Blaaskrampen. Vaak komt dit doordat de spoelvloeistof te koud is of te snel inloopt.
  • Beschadiging van de blaaswand. Dit kan optreden als de spoelvloeistof met te veel kracht wordt ingebracht of als de spoelvloeistof prikkelt.
  • Infectie. Als je niet steriel genoeg hebt gewerkt, kunnen ziektekiemen in de blaas worden gebracht.





Slide 13 - Tekstslide

Er zijn verschillende soorten blaasvloeistoffen met ieder een eigen werking.
NaCl 0,9% is voor het eenvoudig reinigen van de blaas en katheter.
Solutio R is vooral om verkalking van de katheter te voorkomen. Verkalking van de katheter kan pijn en schade opleveren bij et verwijderen van de katheter.
Solutio G voorkomt kristalvorming en geeft minder kans op urineweginfecties.
voordat je de blaasspoelvloeistof aansluit op de katheter sluit je de klem zodat er geen blaasspoelvloeistof uit het zakje loopt. Wanneer je de vloeistof in laat lopen zet je de klem open. Wanneer alle vloeistof in de blaas is gelopen sluit je de klem zodat de blaasvloeistof in de blaas blijft. Wanneer je de klem daarna weer open zet zal de blaasspoelstof weer uit de blaas lopen. Let wel op dat alle spoelvloeistof uit de blaas loopt.
Zorg voor handhygiene en draag handschoenen tijdens de handeling.
Zorg dat er een handoek of celstofmat onder de zorgvrager ligt.
Voordat je de spoelvloeistof inbrengt leg je deze in handwarm water. Wanneer de spoelvloeistof te koud is tijdens het inbrengen kan dit voor blaaskrampen zorgen. Ook te snel in laten lopen van de vloeisstof kan voor  blaaskrampen zorgen.
Kijk uit met het opwarmen van de vloeisstof in de magnetron, dit is snel te warm.
Op deze foto zie je een open systeem. Je sluit de uro-tainer aan op de katheter en na afloop verwijder je deze weer.
Bij een gesloten systeem heeft de zorgvrager altijd een 3 lumen katheter. De spoelvloeistof loopt dan continue in en wordt ook weer afgevoerd. Dit is bijvoorbeeld na een operatie aan de blaas of een spoeling waarbij de blaas gespoeld wordt totdat er geen bloedstolsels meer zijn of bij een spoeling met een chemovloeistof.
Zet het klemmetje op en en laat de vloeistof rustig inlopen. Knijp niet in het zakje maar houdt het zakje hoger dan de blaas. Wanneer je in het zakje gaat knijpen verhoog je de druk. Wanneer de vloeisstof is ingelopen zet je het klemmetje dicht zodat de vloeisstof in de blaas achter blijft. Na een aantal minuten zet je de klem weer open en kan de spoelvloeistof teruglopen in de uro-tainer. Houdt het zakje lager dan de blaas zodat de vloestof makkelijk terugloopt in de uro-tainer.
Blaasspoelen of katheter spoelen.
Spoelen van de blaas heeft als doel medicatie aan te brengen aan de blaaswand (blaasinstillatie) of om bloedstolsels of debris (bezinksel) uit de blaas te verwijderen. Spoelen om debris weg te halen, gebeurt altijd met een ruime hoeveelheid spoelvloeistof.

Spoelen van de katheter heeft als doel de katheter doorgankelijk te houden door encrustratie (letterlijk ‘korstvorming’, of aanslag/verkalking aan de binnenkant van de katheter) en debrisvorming te voorkomen en te verwijderen. Katheterspoelen is zinvol bij cliënten die snel een verstopte blaaskatheter hebben. Katheterspoelen gebeurt altijd met een kleine hoeveelheid spoelvloeistof.
Doordat er iedere keer een open verbinding met de buitenlucht ontstaat, kunnen bacteriën gemakkelijk naar binnen gebracht worden en een infectie veroorzaken.
Aandachtspunten zijn:
1. Werk aseptisch.
2. Voorkom dat het aansluitpunt van de urineopvangzak in aanraking komt met de omgeving. Als dat wel gebeurt moet het aansluitpunt worden gedesinfecteerd met alcohol 70%.
3. De aansluitpunten van de katheter en het spoelzakje mogen niet met de handen aangeraakt worden.
Je licht vooraf je zorgvrager in. Vertel wat je gaat doen en wat een zorgvrager kan verwachten.

Slide 14 - Tekstslide

Wat is de juiste temperatuur van de spoelvloeistof tijdens het inbrengen?

Slide 15 - Open vraag

Waarvoor gebruik je het klemmetje die op de uro-tainer zit?

Slide 16 - Open vraag

Wat doe je wanneer het aansluitpunt in aanraking komt met de omgeving?

Slide 17 - Open vraag

Wat is het verschil tussen een open en een gesloten systeem bij blaasspoelen?

Slide 18 - Open vraag

Open versus gesloten systeem
Er zijn twee manieren om een blaasspoeling te geven:

Open blaasspoeling. Een blaasspoelzakje of een blaasspuit wordt op de katheter aangesloten. De katheterzak wordt hierbij losgekoppeld.

Gesloten blaasspoeling. De blaasspoeling vindt plaats via de derde ingang van de blaaskatheter. De katheterzak wordt hierbij niet losgekoppeld.




Slide 19 - Tekstslide

acties wanneer er problemen ontstaan
  • Controleer of de spoelvloeistof op kamertemperatuur is. Breng de spoelvloeistof langzamer in.
  • Vraag de zorgvrager te assisteren bij de handeling, zoals het zelf vasthouden van de Uro-Tainer®.
  • Masseer de onderbuik zacht of laat de zorgvrager dat eventueel zelf doen.
  • Het betrekken van een vertrouwd persoon  bij de handelingen kan in sommige gevallen ontspannend werken. 
  • Afleiding kan ook ontspannend werken.
  • Onderbreek de handeling even en ga na verloop van tijd verder.





Slide 20 - Tekstslide

Actieve versus passieve blaasspoeling
Actieve blaasspoeling
Bij een actieve spoeling wordt de vloeistof onder druk ingebracht in de blaas. De vloeistof wordt met enige kracht in de blaas gespoten.

Slide 21 - Tekstslide

Actieve versus passieve blaasspoeling
Passieve blaasspoeling
Bij een passieve blaasspoeling wordt de vloeistof aangesloten op het kathetersysteem en opgehangen aan bijvoorbeeld een infuuspaal. De vloeistof loopt onder invloed van de zwaartekracht de blaas in.

Slide 22 - Tekstslide

Typen blaasspoelingen
  • cytostatica bij maligniteiten: epirubicine, mitomycine
  • immunotherapeutica bij maligniteiten: Bacillus Calmette-Guérin (BCG)
  • isotone vloeistof voor mechanische reiniging bij gruis, hematurie of stolsels: NaCl 0,9%
  • glycosaminoglycanen (GAG)-herstellende vloeistoffen voor de beschermlaag (GAG-laag) van de blaas bij interstitiële cystitis of blaaspijnsyndroom: Cystistat®, Gepan®, Uracyst®, Ialuril®


 






Slide 23 - Tekstslide

Typen blaasspoelingen
  • antiseptische vloeistoffen voor het bestrijden van flora en biofilm in de blaas (hiermee gaan ze urineweginfecties tegen).
  • hypotone vloeistoffen zijn zure vloeistoffen die kristallisatie voorkomen en steenaanslag verwijderen: Solutio G, Solutio R
  • slijmoplossende vloeistoffen (deze bestrijden slijm- en vlokvorming): acetylcysteïne

Slide 24 - Tekstslide

Aan de slag 
Deelopdracht 4 
Deelopdrachten 1 t/m 3 afronden

Slide 25 - Tekstslide