Basisstof 4: Celorganellen

Thema 1: Inleiding in de biologie
Basisstof 4: Celorganellen
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Thema 1: Inleiding in de biologie
Basisstof 4: Celorganellen

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  • Herhaling
  • Leerdoelen doornemen
  • Uitleg basisstof 4: Celorganellen
  • Aan het werk
  • Verwerking

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kan ik...
  • Een cel beschrijven als een zelfstandig functionerende biologische eenheid

Slide 3 - Tekstslide

Benoem de onderdelen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Celorganellen
Grote organellen in de cel:
  • Celkern, vacuolen en plastiden
  • Celkern bestaat uit kernplasma en kernmembraan met kernporiën
  • In de celkern liggen chromosomen in een kernlichaampje wat ribosomen maakt.

Slide 10 - Tekstslide

Celorganellen
Grote organellen in de cel:
  • Celkern, vacuolen en plastiden
  • Celkern bestaat uit kernplasma en kernmembraan met kernporiën
  • In de celkern liggen chromosomen in een kernlichaampje wat ribosomen maakt.

Slide 11 - Tekstslide

Endoplasmatisch reticulum en golgisysteem
In het cytoplasma ligt het endoplasmatisch reticulum.
  • Ruw endoplasmatisch reticulum (RER) bevat ribosomen (deze maken eiwitten die worden afgegeven in de holten van de membranen)
  • Glad endoplasmatisch reticulum (GER/SER)
  • Golgi-apparaat/golisysteem neemt de blaasjes met eiwitten op en geeft deze hun uiteindelijke vorm.

Slide 12 - Tekstslide

Endoplasmatisch reticulum en golgisysteem
In het cytoplasma ligt het endoplasmatisch reticulum.
  • Ruw endoplasmatisch reticulum (RER) bevat ribosomen (deze maken eiwitten die worden afgegeven in de holten van de membranen)
  • Glad endoplasmatisch reticulum (GER/SER)
  • Golgi-apparaat/golisysteem neemt de blaasjes met eiwitten op en geeft deze hun uiteindelijke vorm.

Slide 13 - Tekstslide

Golgisysteem/golgi apparaat
  • Bewerkt de eiwitten gemaakt door ribosomen tot ze hun definitieve vorm hebben.
  • De eiwitten worden  in blaasjes vervoerd. Soms naar buiten de cel (exocytose).
  • Als hierbij stoffen vrijkomen, spreek je van secretie.
  • Soms blijven de blaasjes in de cel: lysosomen.
  • Lysosomen spelen een rol bij de vertering in de cel.

Slide 14 - Tekstslide

Golgisysteem/golgi apparaat
  • Bewerkt de eiwitten gemaakt door ribosomen tot ze hun definitieve vorm hebben.
  • De eiwitten worden  in blaasjes vervoerd. Soms naar buiten de cel (exocytose).
  • Als hierbij stoffen vrijkomen, spreek je van secretie.
  • Soms blijven de blaasjes in de cel: lysosomen.
  • Lysosomen spelen een rol bij de vertering in de cel.

Slide 15 - Tekstslide

  • Celkern: Regelt alles wat er in de cel gebeurt
  • Kernlichaampje: Produceert ribosomen
  • Ribosomen: Produceren eiwitten
  • Endoplasmatisch reticulum: Dubbele membranen met afgeplatte holtes en kanaaltjes
  • Ruw: Bevat ribosomen
  • Golgisysteem: Neemt blaasjes met eiwitten op en bewerkt de eiwitten tot hun uiteindelijke vorm

Slide 16 - Tekstslide

Mitochondriën
Mitochondriën
  • Dubbele membranen, binnenste is sterk geplooid
  • In het cyoplasma vindt verbranding plats
  • De vrijgemaakte energie wordt opgeslagen in ATP (adenosinetrifosfaat).
  • ATP is de belangrijkste energieleverancier voor celprocessen

Slide 17 - Tekstslide

Bladgroenkorrels
Plantaardige cellen hebben bladgroenkorrels
  • Zetten lichtenergie, water en CO2 om in glucose en zuurstof
  • Dubbel membraan met daarbinnen platte blaasjes die enzymen bevatten voor fotosynthese.

Slide 18 - Tekstslide

Aan het werk!
  • Wat: Basisstof 4 van thema 1
  • Hoe: Alleen of in tweetallen (fluisteren)
  • Tijd: 15 minuten
  • Hulp: Steek je vinger op of overleg met je buur
  • Klaar: Bekijk je opdrachten en evalueer deze. Maak de test jezelf, lees daarna basisstof 5 door.
  • Uitkomst: Basisstof 4 is af
timer
15:00

Slide 19 - Tekstslide

Verwerking: animal/plant cell
  • Wat ga je doen?
  • Benoem de organellen van de dierlijke cel en van de plantaardige cel
  • Benoem daarna de functies van de organellen op het andere blad
  • Bewaar deze goed om mee te leren!
  • Je mag je boek/binas gebruiken

Slide 20 - Tekstslide