wk 2 H4 Rijmende uitdrukkingen

  • Je weet wat een rijmende uitdrukking is.
  • Je herkent rijmende uitdrukkingen en weet wat ze betekenen.
  • Je weet wat begin- en eindrijm is.
Lesdoelen H4 WS
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

  • Je weet wat een rijmende uitdrukking is.
  • Je herkent rijmende uitdrukkingen en weet wat ze betekenen.
  • Je weet wat begin- en eindrijm is.
Lesdoelen H4 WS

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Rijmende uitdrukkingen

Slide 6 - Tekstslide

Alliteratie
Bedenk een passend woord bij jouw naam, dat begint met dezelfde letter.

Slide 7 - Tekstslide

  • Bestaan vaak uit woordparen.
  • Als deze woorden op elkaar rijmen, heb je een rijmende uitdrukking.
  • Voor dag en dauw, met hand en tand.
  • De volgorde van deze woordparen staat vast (kenmerk van een uitdrukking).
Rijmende uitdrukkingen

Slide 8 - Tekstslide

beginrijm           alliteratie
Als de rijmende uitdrukkingen met dezelfde letter(s) beginnen, dan spreken we van beginrijm, ook wel alliteratie genoemd. 

Voorbeeld: 
wikken en wegen
schots en scheef

Slide 9 - Tekstslide

startopdracht 
Maak de sleepvraag.
Koppel de rijmende uitdrukking aan de betekenis

Slide 10 - Tekstslide

geuren en kleuren
helemaal niets
ruim; meer dan honderd procent
advies en hulp
helemaal; geheel en al
in het geheel de weg niet
uitvoerig
top tot teen
boe noch bah
dubbel en dwars
raad en daad
heg noch steg

Slide 11 - Sleepvraag

a t/m c alliteratie
d t/m f eindrijm

Slide 12 - Tekstslide

Terugblik woordenschat H4 
Rijmende uitdrukkingen 
In veel uitdrukkingen staan woordparen. Als deze woorden op elkaar rijmen, spreken we van rijmende uitdrukkingen. Het kan gaan om:
- beginrijm of alliteratie: voor dag en dauw, dik en dun, weer en wind, bar en boos, huid en haar
- eindrijm: met hand en tand, wijd en zijd, slikken of stikken, hoog en droog, reilen en zeilen, heg noch steg.

Ze zijn altijd figuurlijk bedoeld.

Slide 13 - Tekstslide

KENMERKEN RIJMENDE UITDRUKKINGEN
Er zijn geen regels voor. 
Je moet ze uit je hoofd leren + veel gebruiken.

Slide 14 - Tekstslide

Alliteratie of eindrijm?
groen en geel
A
alliteratie
B
eindrijm

Slide 15 - Quizvraag

Alliteratie of eindrijm?
her en der
A
alliteratie
B
eindrijm

Slide 16 - Quizvraag

Maken in tweetallen. Schrijf de woordparen op en de betekenis erachter.

Slide 17 - Tekstslide

Maken 
opdracht 5 (p 123) maken
Doe dit in je schrift, zodat je de woordparen meteen een keer hebt opgeschreven.
donderdag 12/1 
opdracht 2 (p 121)
d.m.v Kahoot!


 

Slide 18 - Tekstslide

Rijmende uitdrukkingen zijn onder te verdelen in uitdrukkingen met ...rijm en ...rijm.

Slide 19 - Open vraag

Rutte werd gefouilleerd van top tot...
A
been
B
scheen
C
kop
D
teen

Slide 20 - Quizvraag

Britt zat bij Jinek in geuren en.... te vertellen over haar werk.
A
scheuren
B
graaien
C
kleuren
D
gaan

Slide 21 - Quizvraag

Een ezel stoot zich in het algemeen niet tweemaal aan dezelfde.....
A
teen
B
steen
C
rots
D
wezel

Slide 22 - Quizvraag

heg noch ... weten

Slide 23 - Open vraag

zonder slag of ...

Slide 24 - Open vraag

steen en ... klagen

Slide 25 - Open vraag

Alliteratie voor beginners & gevorderden
De kat krabt de krullen van de trap.
Ruud rups raspt rap rode ronde radijsjes.
Als vliegen achter vliegen vliegen, vliegen vliegen vliegensvlug.


Slide 26 - Tekstslide