Les 7 Komedie

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Kunst EducatieMiddelbare schoolvmbo b, k, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 7

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 3
  • Thema: KOMEDIE
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Type hier in Schulbuch
...



...
...
...
...
...
Presentatie &
Simulise
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Introductie
Impro 1
Impro 2
Emoties
Verhaal
Dialogen
Komedie
Tragedie
Reclame
Presentaties

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Afspraken in het lokaal
  • Op je plek zitten
  • Jassen, tassen op de tafels
  • Telefoon thuis of in de kluis
  • Zitten in de kring
  • RESPECT
timer
3:00

Slide 4 - Tekstslide

Zet hier de afspraken die specifiek gelden in jouw praktijklokaal. 
Wat verwacht je van hen?
In de les
Je zit niet aan elkaar 
Je doet goed met de les mee 
Als iemand wat zegt dan luisteren we en zijn we stil

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik opdracht

Slide 7 - Woordweb

Blik terug op de les dialogen
Genres
Komedie
Einde les:
- Je weet wat komedie is.
- Je weet hoe je je spel kan uitvergroten.
- Je kan een komische scène maken
en spelen. 

Slide 8 - Tekstslide

Lesdoel:
- Leerlingen weten wat komedie is.
- Leerlingen weten dat uitvergroting en iets dat misgaat een scène komisch maakt.
- Leerlingen kunnen d.m.v. uitvergroot spel en een probleem een komische scène maken en presenteren. 
           Deze week
  • Uitleg
  • Namenspel
  • Verboden te lachen
  • Komedie scènes maken
  • Afsluiten

Slide 9 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
           Komedie uitleg
  • Wat is komedie?
  • Wanneer vind jij iets grappig?
  • 2x voorbeeld filmpje
  • Wat was er grappig? Waarom?

Slide 10 - Tekstslide

Wat maakt een scène komisch
- Er gebeurt iets vreemds, iets dat je niet verwacht
- Uitvergroting (overdreven spel)
- Er gaat iets mis

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

          Starter/ Energizer
  • Namenspel 

Slide 13 - Tekstslide

kring
Iedereen staat in een kring. Je klapt en zegt de naam van de gene waar je naar klapt en aankijkt. 

Wanneer ben je af? = zitten
- verkeerde naam
- ehh
- persoon niet aangekeken
- te lang gewacht

De laatste twee staande leerlingen hebben gewonnen

Verboden te lachen
  • Tweetallen op de vloer
  • Scène op locatie
  • Wie lacht is af

    Publiek: Wanneer is iets grappig?

Slide 14 - Tekstslide

Publieksopstelling
Twee leerlingen staan op de vloer. Je geeft een locatie. Ze beginnen te praten, zodra er iemand lacht is hij af. De gene die af is, wordt vervangen door de volgende leerling. De gene die het langst zonder te lachen speelt, heeft gewonnen. 

Nabespreken: Wanneer moesten jullie lachen als publiek? Waarom?
Scènes maken
  • Groepjes van 3/4
  • Maak een komedie scène
  • Thema: Familie
  • Presenteren

    3 regels!
    1. Respect
    2. Docent telt de scène af
    3. Applaus achteraf

Slide 15 - Tekstslide

Publieksopstelling:
Leerlingen 
           Eén woord
       

  • ...
  • ...

Slide 16 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Einde

Tot volgende week!

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
  1. R
  2. T1
  3. T2
  4. I

Checklist:
  • Het leerdoel is in leerlingentaal geformuleerd.
  • Het leerdoel geeft een omschrijving van de context (inhoud).
  • Er wordt een werkwoord gebruikt in het leerdoel (gedrag).
  • De condities worden weergeven in het leerdoel (voorwaarden).
  • Er zijn succescriteria gekoppeld aan het leerdoel (norm).

Slide 18 - Tekstslide

Je koppelt hier het leerdoel van het creatief proces aan je les inhoud (dus thema/materiaal/vakvaardigheden/technieken/ onderzoek doen naar etc. )

De leerdoelen zijn bij ons meestal T2 of I. 
T2 = toepassen in een nieuwe context
I = Inzicht & innovatie. 
           Bronnen 
Checklist:
  • Laat hier de bronnen zien die je gebruikt voor inspiratie/ voorbeeld of gesprek
  • Is de bron cultureel divers, of is het aan te vullen met een cultureel diverse bron? 
  • Is het een professionele kunst/ maatschappelijke/ populaire cultuur bron en maak duidelijk hoe dit verhoudt tot de complexe opdracht of lesdoelen

Slide 19 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
       Instructie 
Checklist:
  • Interactieve uitleg (responsief): gericht op vakvaardigheden
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 20 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 21 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 22 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
       Techniek voorbeelden
Checklist: 
  • Concrete voorbeelden die er niet 1 op 1 te kopiëren zijn vanuit de opdracht. 
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

Slide 23 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Kritische vragen
Checklist:
  • Zorg voor afwisseling in het aanbieden van kritsische of filosofische vragen. 
  • Zorg dat de vragen duidelijk aansluiten bij het lesdoel en de fase van het creatieve proces.
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 24 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
Bij de complexe opdracht horen kritische of filosofische vragen. Hoe verwerk je deze in je les en met wat voor een werkvorm? 
Aan de slag
Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Bij technieken eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 25 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
Onderzoek, maken of voorbereiding om te presenteren?
Wat moeten ze doen en hoelang hebben ze hiervoor de tijd?
Kopieer deze slide zo vaak je wilt als je in je les verschillende

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 26 - Quizvraag

7. Formatief handelen
Formatief handelen vind in praktijklessen vooral plaats wanneer leerlingen individueel of in groepjes aan het werk zijn. 

De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. 

De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Resultaten delen 

Slide 27 - Tekstslide

7. Formatief handelen

De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Hoe geef je dit vorm? Klassikaal of laat je leerlingen in groepjes uitwisselen?
Reflectie & portfolio
Checklist:
  • Reflecteren op leerdoelen van het creatiefproces en of van de les
  • Hoe geef je de reflectie vorm? Direct in Simulise of verzamel je het eerst schriftelijk en zetten ze het aan het einde van de lessenreeks op Simulise?





Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opruimen
Checklist:
  • Wat is er nodig om het lokaal op te laten ruimten voor de leerlingen
  • Wat verwacht je?
  • En hoe moeten de leerlingen startklaar zitten voor de afsluiting?




Slide 29 - Tekstslide

Opruimen en samen schoonmaken is zeker bij beeldend een belangrijk onderdeel van de les. Het is aan jou wanneer je dat doet. Maar ook dit is gedrag dat zij moeten leren. 

Neem daar in de eerste weken meer de tijd voor. 
Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. T1
  2. T2
  3. I


Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode

Slide 30 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. 

De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les

  • ...
  • ...

Slide 31 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Afronding

Slide 32 - Open vraag

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit.

Je geeft hier extra aandacht aan de veilige maak omgeving. Is er een klimaat in de klas waardoor iedereen de ruimte en vrijheid voelt voor experiment, presentatie etc.?