In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 50 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
6. Rekenen aan lenzen
Slide 1 - Tekstslide
Opmerking
suggestie
Geef de leerlingen na de les nog een werk-les voor het huiswerk
niet nodig, alleen bij tijd over
Slide 2 - Tekstslide
Herhaling - Brandpunt
Hoe kleiner de brandpuntsafstand, hoe sterker de lens convergeert.
Het brandpunt is een eigenschap van de lens, niet van de lichtbundel.
Het brandpunt van een lens is daar waar een evenwijdige bundel samenkomt.
Het brandpunt noem je F
Het brandpunt ligt zowel voor als achter de lens, op een gelijke afstand van de lens
.
F
.
F
Slide 3 - Tekstslide
Een positieve lens kan van een voorwerp een beeld.
Alle lichtstralen die uit één bepaald punt op de lens vallen komen ook weer op hetzelfde punt terecht.
Herhaling - een beeld maken
Slide 4 - Tekstslide
Er zijn altijd 3 standaard stralen die je kunt tekenen (zie tekening hieronder)
Herhaling - constructiestralen
Slide 5 - Tekstslide
Tekenen vs. Rekenen
In les 5 losten we vragen op met behulp van tekenen (de 3 constructiestralen). Deze les lossen we dezelfde soort vragen op alleen dan met een formule (de lenzenformule). Het zijn dus 2 manieren om dezelfde vragen op te lossen.
vs.
Slide 6 - Tekstslide
Schematische voorstelling lens
Slide 7 - Tekstslide
Afstanden bij het tekenen van een lens
f = brandpuntsafstand (in cm)
v = voorwerpsafstand (in cm)
b = beeldafstand (in cm)
Slide 8 - Tekstslide
Voorbeeld afstanden. Elk hokje is één cm.
f =
v =
b =
4 cm
7 cm
9,3 cm
Slide 9 - Tekstslide
Voorwerps- en beeldafstand bij echte opstelling.
voorwerps- afstand v
beeld- afstand b
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Video
De lensformule
Slide 12 - Tekstslide
De lensformule
Slide 13 - Tekstslide
Voorbeeldvraag 1
Slide 14 - Tekstslide
Uitwerking voorbeeldvraag 1
Slide 15 - Tekstslide
Voorbeeldvraag 2
Slide 16 - Tekstslide
Uitwerking voorbeeldvraag 2
Slide 17 - Tekstslide
Voorbeeldvraag 3
Slide 18 - Tekstslide
Uitwerking voorbeeldvraag 3
Slide 19 - Tekstslide
Samenvattend - afstanden in tekening lens
f = brandpuntsafstand (in cm)
v = voorwerpsafstand (in cm)
b = beeldafstand (in cm)
!afstanden meet je altijd vanaf de lens!
Slide 20 - Tekstslide
Samenvattend - Lenzenformule
Je kan de formule omschrijven om ook de v of b te berekenen.
Gebruik de lenzenformule om de f te berekenen.
Slide 21 - Tekstslide
Simpele voorbeeldvraag met uitwerking
Slide 22 - Tekstslide
Voordat je begint- NAKIJKEN!
Kijk je antwoorden van de vorige LessonUps na.
Dit gaat om les 4 en 5 de antwoorden zijn nu verschenen op dia's achter de opgaven
Slide 23 - Tekstslide
Verwerkingsvragen
Dit is Huiswerk
In SOM vind je wanneer je dit precies moet af hebben
De groene vraag is optioneel
Slide 24 - Tekstslide
Opdracht 6.1 Welke afstand geeft de voorwerpafstand aan?
A
afstand A
B
afstand B
C
afstand C
D
de voorwerpafstand staat niet aangegeven
Slide 25 - Quizvraag
Opdracht 6.2 Welke afstand is de brandpuntsafstand?
A
afstand A
B
afstand B
C
afstand C
D
de brandpuntsafstand staat niet aangegeven
Slide 26 - Quizvraag
Opdracht 6.3 Hoe noem je het verloop van deze lichtbundel?
A
convergent
B
divergent
C
evenwijdig
D
parallel
Slide 27 - Quizvraag
Opdracht 6.4 Welke van de lichtstralen gaat na de positieve lens door het brandpunt?
A
lichtstraal 1
B
lichtstraal 2
C
lichtstraal 4
D
lichtstraal 5
Slide 28 - Quizvraag
Opdracht 6.5 Welke van de lichtstralen wordt niet gebroken door de lens?
A
lichtstraal 1
B
lichtstraal 2
C
lichtstraal 4
D
lichtstraal 5
Slide 29 - Quizvraag
Opdracht 6.6 Wat gebeurt er met de beeldafstand als je de voorwerpsafstand kleiner maakt (f blijft gelijk)?
A
de beeldafstand wordt ook kleiner
B
de beeldafstand wordt groter
C
de beeldafstand veranderd niet
D
dat kun je niet zeggen
Slide 30 - Quizvraag
Brandpuntsafstand
Voorwerpafstand
Beeldafstand
Slide 31 - Sleepvraag
Opdracht 6.8 Een voorwerp staat op 15 cm voor een lens met een brandpuntsafstand van 5 cm. Bereken de beeldafstand.
antwoord: 7,5 cm. Geef zelf je berekening
Geef je berekening met formule en je antwoord met eenheid
Slide 32 - Open vraag
Opdracht 6.9 Een voorwerp op 20 cm voor een lens wordt op 10 cm achter de lens afgebeeld. Bereken de brandpuntsafstand van de lens.
antwoord: 6,7 cm. Geef zelf je berekening
Geef je berekening met formule en je antwoord met eenheid
Slide 33 - Open vraag
Opdracht 6.10 Een lens met een brandpuntsafstand van 20 mm geeft een afbeelding met een beeldafstand van 12 cm. Bereken de voorwerpsafstand.
antwoord: 2,4 cm. Geef zelf je berekening
Geef je berekening met formule en je antwoord met eenheid
Slide 34 - Open vraag
Opdracht 6.11
Een lichtgevende pijl staat voor een positieve lens. Er zijn drie kenmerkende lichtstralen vanaf de top getekend. De onderste lichtstraal gaat na de lens horizontaal (aan de hoofdas) verder. Eén hokje is gelijk aan één cm. Neem de figuur zo precies mogelijk over.
a. Hoeveel cm is de voorwerpsafstand v?
b. Hoeveel cm is de brandpuntafstand f?
c. Bereken hiermee met het stappenplan beeldafstand 'b'.
d. Geef de brandpunten links en rechts van de lens aan met een stip en 'F'.
e. Teken het verdere verloop van alle 3 de lichtstralen.
De 3 lichtstralen komen na de lens in één punt samen op de beeldafstand.
f. Teken waar de lichtstralen samenkomen en kijk of deze afstand klopt met
wat je bij c. berekend hebt.
antwoord: a. v=3 cm <div>b. f=2 cm </div><div>c. b=6 cm </div><div>d. - </div><div>e. - </div><div>f. - </div><div> Geef zelf je berekening</div>
Slide 35 - Tekstslide
beantwoord hier vraag 6.11
Slide 36 - Open vraag
Antwoorden/ Uitwerkingen
6.8
b = ? cm
1/f = 1/v + 1/b → 1/b = 1/f - 1/v
f = 5 cm v = 15 cm
1/b = 1/5 - 1/15 = 0,133..
b = 1/0,133.. = 7,5
b = 7,5 cm
6.9
f = ? cm
1/f = 1/v + 1/b
v = 20 cm b = 10 cm
1/f = 1/20 + 1/10 = 0,15
f = 1/0,15 = 6,66
f = 6,7 cm
6.10
v = ? cm
1/f = 1/v + 1/b → 1/v = 1/f - 1/b
f = 20 mm = 2,0 cm b = 12 cm
1/v = 1/2 - 1/12= 0,4166..
v = 1/0,4166.. = 2,4
v = 2,4 cm
Slide 37 - Tekstslide
Antwoorden/ Uitwerkingen
6.11
a. De pijl staat 3 hokjes voor de lens, dus v = 3 cm.
b. De straal die evenwijdig uit de lens komt, snijdt de hoofdas op 2 hokjes voor de lens, dus f = 2 cm.
c.
b = ? cm
1/f = 1/v + 1/b → 1/b = 1/f - 1/v
f = 2 cm v = 3 cm
1/b = 1/2 - 1/3 = 0,166..
b = 1/0,166.. = 6
b = 6 cm
d. Zie figuur
e. De evenwijdige lichtstraal gaat na de lens door het brandpunt (rechts), de lijn door het midden gaat ongebroken rechtdoor.
f. Zie figuur. De lichtstralen komen 6 hokjes na de lens samen, dat is inderdaad 6 cm.
Slide 38 - Tekstslide
Opmerking
de volgende dia's is ter herhaling, leerlingen werken in deze les verder aan de opgaven in 6
Slide 39 - Tekstslide
Slide 40 - Tekstslide
Slide 41 - Video
Een lens heeft een beeld op een afstand van 7 cm staan. Het beeld heeft een hoogte van 4 cm. De brandpuntsafstand is 3 cm.
Bepaal de voorwerpsafstand.
Slide 42 - Tekstslide
Een lens heeft een beeld op een afstand van 7 cm staan. Het beeld heeft een hoogte van 4 cm. De brandpuntsafstand is 3 cm.