Hoofdstuk 1 samenvatting

Ontdek de wereld van natuurwetenschappen

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Ontdek de wereld van natuurwetenschappen

Leerdoel van deze les

Aan het einde van de les kun je natuurkunde, scheikunde en biologie onderscheiden, je zintuigen benoemen, veilig omgaan met stoffen, onderzoeksvragen herkennen, practicummateriaal en veiligheidsregels uitleggen, werken met meetapparatuur, begrippen grootheid en eenheid verklaren en eenheden omrekenen.

De natuurwetenschappen

Natuurkunde, scheikunde en biologie zijn drie hoofdvakken binnen de natuurwetenschappen. Elk vakgebied onderzoekt de wereld om ons heen op een andere manier.

Wat doet elk vakgebied?

Natuurkunde onderzoekt natuurwetten.

Scheikunde houdt zich bezig met stoffen en reacties.

Biologie onderzoekt levende organismen.

Je zintuigen gebruiken

Met je zintuigen kun je waarnemen:

zien,

horen,

voelen,

ruiken en

proeven.


Tijdens onderzoek gebruik je vooral kijken, horen, ruiken en voelen.

Tijdens onderzoek gebruik je nooit proeven

Hoe ruik je veilig aan stoffen?

Ruik nooit direct aan een onbekende stof.

Wapper voorzichtig met je hand geur naar je neus toe.

Nooit proeven in practicumruimtes!

Je mag nooit zomaar stoffen proeven, want ze kunnen giftig of gevaarlijk zijn. Gebruik daarom alleen je andere zintuigen.

De onderzoeksvraag

Een onderzoek begint met een vraag. Bijvoorbeeld: 'Wat gebeurt er als je suiker verhit?'


De onderzoeksvraag bepaalt het experiment.

Slide titel

Bedenk wat je kan verwachten wat er zou gebeuren

Werkplan en uitvoering

Maak eerst een werkplan


Voer het dan uit


Corrigeer het werkplan eventueel


Noteer alles!!!!

De conclusie van onderzoek

Na het experiment schrijf je op wat je hebt ontdekt: dat is de conclusie.




Belangrijk Schrijf alles op!!!

Misschien heb je niet alles nodig en: beter mee verlegen dan om verlegen

Wat is practicummateriaal?

Practicummateriaal zijn de spullen en apparaten die je gebruikt voor je experimenten, zoals bekerglazen, reageerbuisjes, statieven en branders.

Veiligheidsregels in het lab

Draag altijd een labjas en veiligheidsbril.

Haar in een staart

Ken de veiligheids regels


Ruim je spullen op en luister naar de docent of TOA

Veiligheidsmiddelen

Tot de belangrijkste veiligheidsmiddelen behoren de brandblusser, nooddouche en oogdouche.

Hoe werkt de teclu-brander?

De teclu-brander geeft een vlam waarmee je stoffen kunt verwarmen. Regel de luchttoevoer om de vlam heter of kouder te maken.

Soorten meetapparaten

Wat gebruik je waarvoor?

Analoog: met wijzers of schaalverdeling Digitaal: geeft cijferweergave

Thermometer: temperatuur Weegschaal: massa Maatcilinder: volume

Analoge vs digitale apparaten

Wat zijn grootheid en eenheid?

Een grootheid is iets wat je kunt meten, zoals lengte of tijd. De eenheid is hoe je het uitdrukt, bijvoorbeeld meter of seconde.

Meetapparatuur aflezen

Lees nauwkeurig af op de schaal of op het digitale scherm. Kijk recht op het apparaat voor het beste resultaat.

Omrekenen van eenheden

Soms moet je eenheden omrekenen, bijvoorbeeld van centimeter naar meter. Deel door 100 om cm om te zetten naar m.

Test je kennis! Welke regels zijn belangrijk?

Noem drie veiligheidsregels voor in het lab.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.