Stap 1: Bedenk een situatie waarin je iets héél graag wilt, maar het eigenlijk niet handig of netjes is (bijv. snoepen, gamen, op je telefoon zitten in de les).
Stap 2: Schrijf in 3 korte zinnen wat je id, superego en ego dan zouden zeggen.
👉 Voorbeeld:
Id: “Pak die telefoon en check direct je appjes!”
Superego: “Nee, dat hoort niet in de les, dat is respectloos.”
Ego: “Ik check mijn telefoon straks in de pauze.”